Hoogopgeleide Nederlanders (meer dan goedverdienende) zijn dol op beloning naar prestatie

10 november 2016

In Nederland is ‘ongelijkheid’ een maatschappelijk gegeven. Ongelijkheid in financiële beloningen, sociale status, opleiding en zo meer. Wat vinden landgenoten eigenlijk van de manier waarop ongelijkheid tot stand komt in Nederland? Zien ze Nederland als een ‘meritocratische samenleving’, waarin de mate van beloning afhangt van je verdiensten? Politiek socioloog Sander Steijn deed er promotieonderzoek naar. Hoger opgeleiden steunen de beloning van meritocratische kenmerken meer, zo blijkt, en zijn kritischer over andere beloningsvormen. Steijn promoveert vrijdag 11 november aan de Universiteit van Amsterdam met NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Straatmuzikant in Breda. Foto: Joyce van Belkom/Hollandse HoogteStraatmuzikant in Breda. Foto: Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte

Ongelijkheid speelt een prominente rol in het publieke én het wetenschappelijke debat. Sander Steijn bestudeerde in zijn onderzoek hoe mensen denken over ongelijkheid. Hij onderscheidt drie aspecten: de voorkeuren die mensen hebben over de verdeling van ongelijkheden in de samenleving, de percepties die ze hebben over de huidige verdeling en hun oordeel daarover. 

Rechtvaardiging voor bestaande ongelijkheid

Meer specifiek ging Steijn in op het begrip meritocratie, dat uitgaat van beloning op basis van verdiensten, vaak naar voren gebracht als rechtvaardiging voor bestaande ongelijkheden. Denken mensen dat onze huidige samenleving meritocratisch is? En willen ze die aldus inrichten?

Sander Steijn: ‘In een Nederlandse survey onder ruim 2000 personen wordt naar voorkeuren voor meritocratische beloningen gevraagd én naar percepties van huidige meritocratische beloningen. Ik vond dat opleiding, méér dan inkomen, een belangrijke factor is voor hoe mensen over het meritocratische gehalte van de Nederlandse samenleving denken. Hoger opgeleiden steunen de beloning van meritocratische kenmerken meer. Ze zijn kritischer over de beloning van niet-meritocratische kenmerken. Ook blijken mensen die vinden dat de ongelijkheid in Nederland te groot is, tegelijkertijd van oordeel te zijn dat niet-meritocratische kenmerken meer beloond worden dan ze zouden willen.’

Onvrede met beloning naar prestatie en de wens om dat te beperken hangt samen met een grote voorkeur voor de herverdeling van inkomens, zo vond Steijn daarnaast.

Uit vergelijkingen van buitenlandse data concludeert de onderzoeker dat stijging in maatschappelijke ongelijkheid gepaard gaat met een toename van gepercipieerde corruptie. Dat geldt van hoog tot laag trouwens: mensen met een hogere of lagere sociaaleconomische status vermoeden in een zeer ongelijke maatschappij ongeveer dezelfde mate van corruptie. 

Meer informatie

S.R. (Sander) Steijn (1988) voltooide zijn proefschrift ‘What We Want and What We See: Preferences, Perceptions and Judgments about Inequality and Meritocracy’ deels binnen het project ‘Productive Skills, Positional Good, or Social Closure? Three mechanisms for the education effect on the labour market across structural-institutional settings’ aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR). Hoofdaanvrager was prof. dr. H.G. van de Werfhorst binnen de Vernieuwingsimpuls (Vidi).

Sander Steijn werkt inmiddels als methodoloog bij het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP).


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)