Dwars kind met dopamineafwijking heeft baat bij opvoedcursus van ouders

5 oktober 2016

Het dopaminesysteem bij kinderen beïnvloedt de manier waarop zij op opvoeding reageren. Hoe minder dopamine het lichaam aanmaakt, hoe meer het kind gevoelig is voor een overwegend negatieve opvoeding, met ‘externaliserend probleemgedrag’ tot gevolg. Een opvoedcursus voor ouders, Incredible Years, blijkt een bewezen hulp bij de aanpak van deze drukke en dwarse probleemkinderen. Dat ontdekte psychologe Rabia Chhangur tijdens onderzoek binnen het Vidi-project van Geertjan Overbeek. Zij promoveert woensdag 5 oktober aan de Universiteit van Amsterdam.

Foto: Allard de Witte / Hollandse HoogteFoto: Allard de Witte / Hollandse Hoogte

Dopaminegenen vormen een belangrijk onderliggend neurobiologisch systeem dat het verband kan verklaren tussen de gevoeligheid van kinderen voor zowel positief als negatief opvoedingsgedrag. ‘Iedereen heeft die dopaminegenen,’ aldus Rabia Chhangur. ‘Dopamine speelt een rol bij beloningsprocessen: dankzij het gen raak je gemotiveerd om bepaald gedrag te vertonen, je voelt je blij wanneer je erom wordt geprezen. Je bent dus gevoelig voor beloning. Je denkt: zodra ik dit gedrag vertoon, volgt de beloning, dus ik ga het de volgende keer wéér doen.’

Polymorfe gen-variant 

De samenhang van meerdere dopaminegenen, en niet een enkele, beïnvloedt gedragsproblemen, zo vond de onderzoekster. Bij ongeveer een derde van de kinderen komt een polymorfe gen-variant voor waardoor minder dopamine wordt aangemaakt. Dit heeft een verandering in het neurobiologisch systeem tot gevolg: er is bijvoorbeeld minder dichtheid van receptoren of minder transportcapaciteit. Minder dopamine maakt het kind gevoeliger voor een ‘negatieve opvoedsituatie’.

Chhangur: ‘Zo’n opvoedsituatie hoeft niet per se gepaard te gaan met fysieke of verbale excessen, maar begint al bij inconsistentie bij de ouders en gebrek aan opvoeddiscipline. Bijvoorbeeld, het kind niet prijzen of belonen na het leegeten van het bord sperziebonen, vooral als een kind hier veel moeite mee heeft en dit eigenlijk nooit doet. Geen aandacht geven aan het gewenste gedrag, maar vooral straffen en negatief reageren.’

Chhangur testte onder meer een interventie waaraan 387 kinderen tussen 4 en 8 jaar en hun ouders deelnamen in en in de omgeving van Almere, Stichtse Vecht en Maarssen. Om deze groep bijeen te krijgen schreef de GGD 20 duizend gezinnen aan. Door de afname van wat wangslijmvlies kon de dopaminestructuur worden vastgelegd. Via vragenlijsten en observatie kon Chhangur de mate van problematiek en dwars gedrag bepalen. 197 gezinnen in de interventiegroep volgden de cursus Incredible Years, 190 gezinnen in de controlegroep niet.

Chhangur: ‘Uit het onderzoek blijkt dat juist de kwetsbare en opstandige kinderen baat hebben bij veel en consistent positief opvoedgedrag, dat motiveert en stimuleert tot een positieve houding. Het kind moet een krachtige beloning leren herkennen. Met behulp van de oudercursus Incredible Years is bewezen dat je kinderen met zo’n dopaminegenafwijking kunt beïnvloeden om positiever te zijn. Binnen het project noemen we die kinderen dan ook ‘orchideeën’ tegenover ‘paardenbloemen’. Een orchidee heeft veel aandacht en zorg nodig, zo niet, dan verwelkt zij. De paardenbloem is van zichzelf krachtig en gedijt overal.’

Meer informatie

R.R. (Rabia) Chhangur (1985) voerde haar promotietraject deels uit aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam, met NWO-financiering uit het programma Vernieuwingsimpuls (Vidi), binnen het project ‘Differential Susceptibility to Parenting: Gene-Environment Interactions in Children's Problem and Prosocial Behavior’. Hoofdaanvrager was prof. dr. G.J. (Geertjan) Overbeek. 


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)