Commercie in veiligheidstechnologie creëert haar eigen vraag

26 januari 2016

Bij vraag en aanbod rond civiele veiligheidstechnologie spelen commerciële partijen een zo grote rol in het definiëren van onveiligheid dat zij in feite de vraag naar veiligheid creëert. De markt voor homeland security-technologie in Europa groeit dan ook als kool. Dat concludeert Marijn Hoijtink in haar promotieproject naar de ‘veiligheidsindustrie’ in Europa. Zij waarschuwt ook voor militarisering van het dagelijks leven, omdat veel invloedrijke bedrijven in de sector een militaire achtergrond hebben. Hoijtink promoveert 27 januari aan de Universiteit van Amsterdam met Vidi-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Foto: Hollandse Hoogte

Zwartrijden en koperdiefstal bestrijden

Civiele veiligheidstechnologie hangt tussen de wereld van de traditionele bewakingscamera en het militair apparaat in. Het gaat om producten die explosieven detecteren, infrastructuren beveiligen, cyber security, drones, databasesurveillance en zo meer. De marktgroei ervan in Europa is deels terug te voeren op het politieke debat. 'Daarin krijgt het belang van veiligheid steeds meer nadruk, met name rondom de zogenoemde oorlog tegen het terrorisme,' aldus Hoijtink. ‘Het aanbod, door commerciële veiligheidsbedrijven, en de vraag naar veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.'

Tegelijkertijd voeren in Europese beleidsdiscussies vooral de economische groei en de werkgelegenheid in de markt voor civiele veiligheidstechnologieën de boventoon. De Europese Commissie claimt op deze manier meer verantwoordelijkheden in dit domein. Hoijtink: ‘‘Veiligheid’ is in belangrijke mate een verantwoordelijkheid van de lidstaten. Maar in het economisch domein en met betrekking tot de interne markt heeft de Europese Commissie veel meer capaciteit. Tevens neemt het belang van kritische vragen over veiligheid – veiligheid voor wie? tegen welke prijs? – af. Zij worden zelfs niet gesteld. Men kijkt niet naar: welke producten hebben we nodig op basis van dreigingsanalyses, maar wel naar werkgelegenheid. Voor mij is dit een bron van zorg.’

Zo blijkt dat de meest logische klanten van deze bedrijven die Hoijtink onderzocht – luchthavens, vervoersbedrijven en zo meer – geen interesse hebben in technologie die een terroristische aanslag moet voorkomen. ‘Men zegt: de kans is te klein. Vervoersbedrijven willen zwartrijden en koperdiefstal bestrijden. Luchthavens willen de traffic van passagiers vlotter laten verlopen en hbben daarom detectieapparatuur nodig die razendsnel een flesje mineraalwater kan onderscheiden van een explosief. Bommen zijn voor inlichtingendiensten en niet hun verantwoordelijkheid.’

Democratische legitimiteit in het geding

Marijn Hoijtink verzamelde data door interviews, observaties en documentenonderzoek. De onderzoekster komt tot de slotsom dat Europese inspanningen in dit veld vooral ten goede komen aan een kleine groep veiligheidsbedrijven en -experts. Investeringen in veiligheid binnen de Europese kaderprogramma’s FP7 en Horizon2020 bedroegen in de periode 2007-2013 zo’n 1,4 miljard euro, maar vormen een schijntje vergeleken met de budgetten van het industrieel complex. Het gaat de commercie hier vooral om de netwerkfunctie: er is belangrijke verstrengeling ontstaan tussen de veiligheidslobby en departementen binnen de Europese Commissie. De democratische legitimiteit komt hierdoor in het geding. En als veiligheid iets wordt van de private sector, dan heeft hij belang bij een gevoel van onveiligheid, zo luidt Hoijtinks zorg.

‘Veel invloedrijke bedrijven,’ aldus de promovenda, ‘in de civiele veiligheidssector hebben een militaire achtergrond. Mijn onderzoek waarschuwt voor ‘militarisering’ van het dagelijkse leven. En vergeet niet, civiele veiligheidstechnologieën vallen niet onder traditioneel defensiematerieel, dus rondom export is tot op heden weinig regulering. Er zijn voorbeelden bekend van het gebruik van Europese communicatietechnologieën, ontwikkeld door het in FP7 zeer succesvolle Italiaanse bedrijf Finmeccanica, door het Syrische regime van Assad.’

Meer informatie

Marijn Hoijtink (1987) startte in 2011 haar promotieonderzoek naar ‘Securing the European ‘Homeland’: Profit, Risk, Authority’, binnen het Vidi-project ‘European Security Culture’ van Marieke de Goede.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)