De ontdekking van de Nederlandse natuur

DWDD Pop-Up Museum toont begin nationaliseren natuurschoon

28 januari 2016

De 18e eeuw is een ondergeschoven kindje in de Nederlandse wetenschapsgeschiedenis, zeker wat betreft onderzoek naar de natuur. Rubicon-laureaat Esther van Gelder besloot dit gat op te vullen en vond een opvallende kentering. Natuur in Nederland kreeg namelijk voor het eerst aandacht rond 1760 en dit uitte zich in een serie schitterende en waarheidsgetrouwe natuurboeken, uitgegeven door één man, J.C. Sepp. Enkele delen van deze natuurboeken en losse gravures hieruit zijn nu tentoongesteld in het DWDD Pop-Up Museum II.

Een ingekleurde gravure van een fuut op zijn nest met vier eieren en een ingezet beeld van een waterplantHandgekleurde kopergravure van Jan Christiaan Sepp en Cornelis Nozema ‘Nederlandsche vogelen, volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven, deel 1’ (Amsterdam: J.C. Sepp, 1770; Museum Boerhaave, Leiden)

Voor ons is het heel normaal om het over Nederlandse natuur te hebben. Onlangs is de grutto nog uitgeroepen tot nationale vogel, hoewel grutto’s het grootste deel van het jaar in Afrika zitten. Waar komt dit nationaliseren van de natuur vandaan? Esther van Gelder deed onderzoek met Rubicon-financiering van NWO Geesteswetenschappen naar de 18e-eeuwse uitgaven over flora en fauna van Jan Christiaan Sepp. In het Pop-Up Museum wil ze aan de hand van zijn boeken laten zien dat we deze flora en fauna pas recent een Nederlands stempeltje geven. De manier waarop we naar natuur kijken, is cultureel bepaald. Nu vinden we onze lokale natuur belangrijk, maar dat is niet altijd zo geweest.

De ‘Nederlandse natuur’ is ontstaan in de tweede helft van de 18e eeuw en J.C. Sepp blijkt heel belangrijk te zijn geweest voor deze ommezwaai. Deze uitgever en graveur uit Amsterdam deed namelijk iets ongewoons: hij maakte luxe boekenseries over de Nederlandse natuur én in de Nederlandse taal met waarheidsgetrouwe afbeeldingen: de Nederlandsche insecten (1762-1860/1927), Nederlandsche vogelen (1770-1829) en de Flora Batava (1800-1934).

Van Gelder: ‘Wie het kon betalen, schreef zich in en enkele keren per jaar ontvingen ze een grote gravure met tekst. Wanneer het boek compleet was, konden de eigenaren het laten inbinden.’ Voor het maken van deze boeken werkte Sepp samen met verschillende amateurwetenschappers, onderzoekers die niet aan een specifieke universiteit waren verbonden maar wel veel kennis bezaten over de lokale flora en fauna. De gravures maakte hij zelf, maar hij had een leger aan inkleurders in dienst om de platen met de hand in te kleuren.

Rariteitenkabinet

Wat was hier nu zo nieuw aan? Daarvoor is een kleine terugblik nodig. Het schrijven over natuur en het afbeelden ervan had in de 16e en 17e eeuw een vlucht genomen. Met de ontdekkingsreizigers uit die tijd voeren ook artsen en kunstenaars over de wereldzeeën mee. Hun beschrijvingen van exotische planten en dieren vonden gretig aftrek. Het verzamelen van exotische planten en dieren raakte ook in de mode en terug in de Nederlanden werden ze tentoongesteld in rariteitenkabinetten. De voornamelijk dode dieren en planten werden netjes geprepareerd en beschreven, maar de afbeeldingen en beschrijvingen bleven overduidelijk gebaseerd op dood materiaal.

Cornelis Nozeman met drie anderen in een bootje tussen de opvliegende aalscholversCornelis Nozeman in de aalscholverkolonie in de Wollefoppenpolder bij Rotterdam. Tekening door Simon Klapmuts, ongedateerd. (Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bijzondere Collecties, Artis Bibliotheek)

Deze manier van wetenschap bedrijven miste context en daarop kwam in de 18e eeuw kritiek. Het was beter om de levende natuur om je heen te observeren. Zo kwam je veel meer over de flora en fauna te weten en leerde je je omgeving beter te begrijpen. Sepp dook in dit gat. Hij maakte waarheidsgetrouwe gravures van levende beesten in het veld en gaf ze een correcte kleuring. Van Gelder: ‘Dat was echt een noviteit. Gravures van levende vogels op ware grootte op nesten en eieren, heel liefdevol en met veel oog voor detail gemaakt. In het nest zie je zelfs draadjes zitten die de vogel heeft gebruikt. Het zijn echt kunstwerken en er zit heel veel onderzoek achter. Dat wilde ik de mensen laten zien. Omdat er vogels op ware grootte in het boek staan, is het te groot voor de vitrine, vandaar dat we hebben gekozen voor enkele losse gravures van vogels.’

De verandering in de manier waarop men de natuur ging bekijken en bestuderen in die tijd, is mooi te zien in een tekening met daarop Cornelis Nozema, medeauteur van Nederlandsche Vogelen. Van Gelder: ‘Hierop is hij te zien in een bootje, met lepelaars, reigers en aalscholvers om zich heen. Voor het eerst is een wetenschapper afgebeeld tijdens zijn veldonderzoek in plaats van naast zijn kabinet met dode dieren. Deze bijzondere tekening heeft dan ook een plekje gekregen in het Pop-Up Museum.’

Rupsen

Een belangrijke reden voor het succes van de lokale natuurboeken en daarmee de manier waarop mensen naar de eigen natuur kijken, is dat ze past in het verlichte beeld dat wetenschap moet bijdragen aan de maatschappij. Van Gelder: ‘In die tijd was het crisis. Het ging slecht met de economie en er was veel armoede. Kennis van de lokale natuur kon helpen om de samenleving beter te maken: je leert wat je kunt eten en welke beesten je moet bestrijden omdat ze schadelijk zijn voor de oogst. De schoonheid van de natuur speelde een rol, maar natuur in dienst van de mens en de maatschappij was belangrijker.’ Sepp was ook een kind van deze verlichte tijd. Hij was begaan met de maatschappij en is een van de oprichters van Felix Merites, een Amsterdams genootschap voor de bevordering van kunst en wetenschap. Van Gelder: ‘Hier gaf hij lezingen over de rupsen en vlinders die hij zelf op zolder had geteeld.’

DWDD Pop-Up Museum

NWO Geesteswetenschappen is een van de partners van het tweede DWDD Pop-up Museum in het Allard Pierson Museum te Amsterdam. Van 29 januari tot 22 mei zijn daar ‘Verborgen kunstschatten’ te zien van negen gastconservatoren uit elf musea. NWO Geesteswetenschappen zal elke maand een ander onderzoek eruit lichten. In die periode is het DWDD museum elke dag geopend van 10.00-17.00.

Tekst: Marjolein Overmeer

Meer informatie


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Geesteswetenschappen

Programma

Rubicon

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)