Acht museumbeurzen toegekend

24 maart 2016

Acht museummedewerkers gaan - elk samen met een hoogleraar - wetenschappelijk onderzoek doen dankzij een Museumbeurs van maximaal 62.500 euro. Het programma Museumbeurzen heeft als doel talentontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek in de museale sector te bevorderen. Minister Bussemaker (OCW) heeft hier 800.000 euro voor beschikbaar gesteld tot en met 2016.

Bijzondere metaalvondsten, waaronder mantelspelden, sikkels, speerpunten en sieraden. (foto: Rijksmuseum van Oudheden)Bijzondere metaalvondsten, waaronder mantelspelden, sikkels, speerpunten en sieraden. (foto: Rijksmuseum van Oudheden)

Het betreft de tweede aanvraagronde. In 2015 was de eerste aanvraagronde.

Wetenschappelijk onderzoek vormt voor musea de bron voor nieuwe verhalen die met en over de collectie kunnen worden verteld. Onderzoeksvoorstellen voor de Museumbeurzen moeten gericht zijn op de collectie, educatie, digitalisering of het bereiken van nieuw publiek en de resultaten moeten direct ten goede komen aan de museale praktijk. De aanvragen worden beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit en maatschappelijke relevantie.

De acht gehonoreerde onderzoeksvoorstellen zijn:

Twee joodse musea vergeleken, Amsterdam en Berlijn
Drs. H. Berg, Joods Historisch Museum, prof. dr. F.P.I.M. van Vree, UvA, prof. dr. E.G.L. Schrijver, UvA

Tentoonstellingen in musea creëren kennis en betekenis, maar hoe gaat dat in zijn werk? De permanente exposities en vernieuwingsplannen van het Joods Historisch Museum, Amsterdam en het Jüdisches Museum Berlin worden met elkaar vergeleken. Hoe kan een pakkende historische opstelling tot stand worden gebracht, die relevant is voor de samenleving?

Eigentijds erfgoed van het wonen
Drs. M.A.C. Groffen Museum Rotterdam, prof. dr. P. Th. van de Laar, EUR

Het onderzoek probeert wetenschappelijke inzichten en methodes op het gebied van naoorlogse stedenbouw, wooncultuur en interieur te vertalen naar een eigentijdse verzamelmethode voor stadsmusea. Daarbij wordt onderzocht welke rol huidige stadsbewoners kunnen spelen. Een tentoonstelling toont de eerste resultaten en dient tegelijk als basis voor de laatste onderzoeksfase.

Een échte ‘Frans Hals’
Dr. A. Tummers, Frans Hals Museum/De Hallen Haarlem, prof. dr. A. Wallert, UvA, prof. dr. ing. M. van Bommel, UvA

Hoe bepalen kenners eigenlijk of een schilderij een echter ‘Frans Hals’ is? Deze studie geeft inzicht in de criteria die vooraanstaande experts hierbij gebruikten en gebruiken. Met technische onderzoeksmethoden testen wij bovendien of nieuwe criteria kunnen worden toegevoegd. In een tentoonstelling zal het museumpubliek hier zelf over kunnen meedenken.

Pioniers van een nieuwe beeldtaal?
Drs. P.J.M. Smit, Het Nieuwe Instituut/UL, G.J. Beumer, Het Nieuwe Instituut, prof. dr. C.A. van Eck, UL

Zijn het abstracte schilderijen? En wat zijn ‘spreektekeningen’? Sinds de jaren vijftig pionierden architecten als Aldo van Eyck en Piet Blom met nieuwe ontwerptekeningen van gebouwen. De onderzoeker analyseert ze en legt uit hoe we deze tekeningen kunnen begrijpen.

Het 19de eeuwse ‘Bijbelsch Museum’ van ds. Leendert Schouten in onze tijd
Drs. H.A. Pool, Bijbels Museum, drs. J. Kiers, Bijbels Museum, prof. dr. J.W. van Henten, UvA

In het museum van ds. Leendert Schouten ging uitleg over de collectie altijd samen met preek en samenzang. Heeft deze collectie in onze tijd nog eenzelfde educatieve en verbindende waarde als toen, in de pastorie van de dominee? Welke verhalen willen we nu, in een modern museum, delen over de Bijbel en bijvoorbeeld het schaalmodel van de Tempelberg?

Europa compleet?
Dr. L.W.S.W. Amkreutz, Rijksmuseum van Oudheden/UL, drs. W. Weijland, Rijksmuseum van Oudheden, prof. dr. P. ter Keurs, UL

Waarom verzamelen we? Die vraag stellen musea zich ook. Het Rijksmuseum van Oudheden verzamelde tussen 1824 en 1970 duizenden Europese archeologische objecten, waaronder topstukken, voor de collectie Oud-Europa. Maar waarom? De onderzoeker legt de maatschappelijke drijfveren achter deze verzameling bloot en onderzoekt hoe nationale politiek, wetenschap en publiek daarin samengaan.

Globaal gaan. Het museum voor moderne en hedendaagse kunst in het perspectief van globalisering
J. Bouwhuis, Stedelijk Museum Amsterdam, prof. dr. K. Kwastek, VU, B. Ruf, Stedelijk Museum Amsterdam

De globalisering dringt diep door in de kunstwereld. Ook de musea voor moderne en hedendaagse kunst verhouden zich er steeds meer toe. Wat voor opvattingen hebben zij daarover, hoe landt globalisering in hun collecties, collectiepresentaties en interpretaties?

GAME ON: Onderzoek naar museale presentatie van computergames
J. de Vos MA, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, prof. dr. Joost Raessens, UU), J. Müller, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

GAME ON onderzoekt hoe Nederlandse computergames op een duurzame wijze kunnen worden bewaard voor toekomstige generaties. Daarnaast wordt er gekeken hoe de gearchiveerde computergames vervolgens kunnen worden tentoongesteld in een museum, waarbij de beleving van het publiek centraal wordt gesteld.

Onderzoeksprogramma Museumbeurzen

Het programma Museumbeurzen is gebaseerd op de gemeenschappelijke onderzoeksagenda voor de musea: de Kennisagenda voor het Museale Veld, die is ontwikkeld door het ministerie van OCW, samen met de Museumvereniging, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, NWO, KNAW, de Onderzoeksschool Kunstgeschiedenis en experts uit het museumveld.

Creatieve Industrie

De creatieve industrie is een dynamische sector die veel sectoren omvat, zoals architectuur, industrieel ontwerpen, mode, gaming, media en cultureel erfgoed. Het programma Museumbeurzen is een van de onderzoeksprogramma’s die deel uitmaakt van het thema Creatieve industrie.

Meer informatie


Bron: NWO