Samenstelling vroege voeding beïnvloedt later geheugen na vroege stress

31 oktober 2016

Muizen die op jonge leeftijd aan stress worden blootgesteld, vertonen op latere leeftijd geheugenproblemen. Als echter het dieet van de moeder muis tijdens die vroege stress verrijkt wordt met specifieke voedingsstoffen, blijkt dit hun latere cognitieproblemen te voorkomen. Hierover schrijven onderzoeksters Aniko Korosi en Eva Naninck van de Universiteit van Amsterdam in the FASEB Journal.

De periode vlak na de geboorte is een belangrijke fase van vroege ‘programmering’. Blootstelling aan stress in deze periode leidt tot blijvende veranderingen in het brein. Uit humane studies weten we dat vroege stress (bijvoorbeeld door verwaarlozing, extreme armoede) is geassocieerd met verminderd leer- en geheugenvermogen op latere leeftijd en met een vergrote kans op de ontwikkeling van hersenaandoeningen. Omdat preventie van vroege stress vaak lastig is, is er grote behoefte aan therapieën die de blijvende gevolgen van vroege stress kunnen bestrijden. Een beter begrip is nodig van de biologische processen betrokken bij vroege programmering van het brein.

Muizen

Door de hoeveelheid nestmateriaal tijdens de eerste week van het leven van een muis te beperken, ontstaat stress bij de muizenmoeder en daarmee bij haar jongen. In een dergelijke 'verarmde' omgeving raakt haar natuurlijke gedrag verstoord en wordt ze gestresst. Deze situatie lijkt erg op omstandigheden bij de mens waarbij de moeder wel aanwezig maar gestresst is, en onvoldoende zorg kan verlenen aan haar kinderen: denk aan armoede, verwaarlozing, een depressie of verslaving van de moeder. Als muizen op deze vroege leeftijd ernstige stress meemaken, dan vertonen ze op latere leeftijd duidelijke leer- en geheugen problemen; ze kunnen zich dan bijvoorbeeld moeilijk bekende voorwerpen herinneren of de locatie van voorwerpen onthouden.

Voeding

De onderzoekers vermoedden dat niet alleen het gedrag van de moeder, maar ook de opname van voedingstoffen uit de moedermelk anders werd door de stress-situatie. Ze bestudeerden het effect van een verrijking van het dieet van de moeder tijdens de stress periode. De nakomelingen van de gestresste moeder muis bleken allereerst een laag methionine niveau in het bloed en in de hersenen te hebben. Door nu de moedermuis tijdens de stress periode extra methionine, vitamine B en foliumzuur toe te dienen, bleken haar nakomelingen op latere leeftijd minder geheugen problemen te hebben.

Betekenis

Dit onderzoek toont allereerst aan dat vroege voeding van belang is voor hersenfuncties en het ontstaan van latere geheugenproblemen, die beïnvloed worden door vroege stress. Het vormt tevens een eerste aanwijzing dat voedingsinterventie voor kwetsbare jonge moeders en/of kinderen mogelijk latere problemen van de kinderen zou kunnen voorkomen. De stap van muizen naar mensen is nog groot maar voedingsinterventie is in ieder geval niet-invasief en relatief gemakkelijk toepasbaar. De onderzoekers hopen dat het uiteindelijk mogelijk is om via vroege voeding latere hersenproblemen die zijn ontstaan na blootstelling aan vroege stress, te kunnen voorkomen.

Aniko Korosi voerde dit onderzoek (FASEB Journal) uit met een NWO Meervoud toekenning, een inmiddels afgesloten stimuleringsprogramma voor vrouwen in de bètawetenschappen; ze vervolgt dit onderzoek met financiering uit het programma Food, Cognition and Behaviour.

Bron: NWO