Stress na geboorte maakt zangvogel zelfstandig

22 juli 2015

Gedragsbiologe Neeltje Boogert toont aan dat verschillen in sociaal gedrag bij zebravinken mede bepaald worden door vroege blootstelling aan stresshormonen. Gestreste vogels blijken in hun latere leven veel zelfstandiger te zijn dan hun niet-gestreste soortgenoten. Ze leren van andere vogels en zijn minder afhankelijk van hun ouders. Boogert publiceert hierover in het tijdschrift Current Biology. Ze deed haar onderzoek met een Rubicon-beurs aan de University of St. Andrews. Ze kreeg vorige week ook een Veni-financiering van NWO toegekend.

Zebravinken op een nieuwe voedselpuzzel. Rechts lost een jong zebravinkvrouwtje net de puzzel op, terwijl links een volwassen mannetje de prijs voor het oplossen opeet: een blaadje spinazie.Zebravinken op een nieuwe voedselpuzzel. Rechts lost een jong zebravinkvrouwtje net de puzzel op, terwijl links een volwassen mannetje de prijs voor het oplossen opeet: een blaadje spinazie.

Boogert bestudeerde tijdens haar onderzoek de zeer sociale zebravink. Zij gaf stresshormoon (opgelost in pindaolie) aan de helft van alle kuikens in dertien zebravink nesten, terwijl de rest van de kuikens pindaolie zonder stresshormoon kreeg. Boogert onderzocht hoe blootstelling aan verhoogde concentraties stresshormoon het latere sociale leven van deze zebravinken beïnvloedde. Daarvoor liet ze de zebravinkfamilies, samen met andere, niet-verwante vogels los in twee grote volières.

Oppervlakkige contacten

Boogert zag dat de gestreste kuikens minder tijd in de buurt van hun ouders doorbrachten. Ook waren ze minder kieskeurig met wie zij samen de voederplaats bezochten. Dit had tot gevolg dat deze gestreste vogels een meer centrale positie innamen in hun sociale netwerk. Ze gingen veel sociale contacten aan, maar die waren weinig duurzaam.

Hun sociaal-leergedrag veranderde daardoor ook. Boogert sloot de reguliere voederplaatsen af en observeerde hoe snel de vogels een puzzel konden oplossen, die toegang gaf tot nieuw voedsel. De niet-gestreste kuikens kopieerden het gedrag van hun ouders om de puzzel op te lossen. Gestreste vogels leerden juist van de niet-verwante volwassen vogels in de volière. Bovendien gingen ze ook zelfstandig op zoek naar de oplossing van de puzzel. Ze wisten de puzzel daardoor sneller op te lossen dan hun niet-gestreste soortgenoten.

Modeldier

Deze bevindingen laten zien dat sociaal gedrag niet alleen bepaald wordt door genetische eigenschappen, maar dat vroege, stressvolle ervaringen een grote invloed hebben op het latere sociale leven van deze vogels. Zangvogels worden vaak als modeldier gebruikt voor onderzoek naar onder meer het leren van menselijke taal. Kennis van sociale interacties tussen dieren helpt ons ook te begrijpen hoe bijvoorbeeld trekvogels migratieroutes van elkaar leren, of hoe dieren ziekten verspreiden.

Boogert ziet in dit onderzoek ook mogelijke parallellen met bijvoorbeeld kinderen met traumatische vroege levenservaringen die later meer moeite hebben met het opbouwen van hechte sociale relaties.

Veni

Neeltje Boogert deed onderzoek aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland met een NWO Rubicon-beurs, bedoeld om jonge onderzoekers ervaring te laten opdoen in het buitenland. Aanvankelijk richtte ze zich hiermee op een andere onderzoeksvraag. Vorige week kreeg ze uit de Vernieuwingsimpuls van NWO een Veni-financiering toegekend, om haar nieuwe onderzoekslijn naar de invloed van stressfactoren op het latere sociale leven van de vogels voort te zetten.

Artikel


Bron: NWO