‘Ongezonde’ afbeelding laat tiener naar snack grijpen

4 november 2015

Tieners kiezen eerder een ongezonde snack wanneer ze daarvoor een afbeelding van bijvoorbeeld chips of chocola hebben gezien. Dat blijkt uit onderzoek onder Amsterdamse scholieren uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Universiteit Leiden (UL). Deze conclusie bevestigt opnieuw het negatieve effect dat reclames hebben op ongezond keuzegedrag van kinderen. Binnenkort worden de resultaten van dit onderzoek gefinancierd door het NWO regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek gepubliceerd in het vakblad Appetite.

De verwachting is dat overgewicht onder Nederlandse kinderen de komende jaren zal toenemen. Op dit moment heeft één op de zeven Nederlandse kinderen onder de 13 jaar last van overgewicht. Toch zijn zij juist de doelgroep bij advertenties en reclames voor ongezond eten zoals snoep en chips. De onderzoekers bekeken daarom het mogelijke onderliggende mechanisme dat ten grondslag ligt aan het effect van reclames en de blootstelling aan eten bij de voedselkeuze van tieners.

Voor het onderzoek werd een groep Amsterdamse tieners tussen 12 en 16 jaar gevraagd om een computertaak uit te voeren waarmee ze een beloning konden verdienen. Tijdens de taak hadden de testpersonen twee knoppen voor zich. Een knop leidde bijvoorbeeld tot een plaatje van chips, een andere tot een plaatje van komkommer. Terwijl de tieners op de knoppen drukten, verschenen er af en toe cartoonplaatjes van monstertjes op het scherm die middels Pavloviaanse conditionering geassocieerd waren met ongezonde snacks (chips en chocola) en gezonde alternatieven (komkommer en tomaatjes).

Extra gevoelig voor ongezonde stimuli

Uit het onderzoek blijkt dat de ongezonde stimuli, in dit geval afbeeldingen, een sterke invloed hebben op keuzegedrag. Bij het zien van een monstertje dat indirect geassocieerd was met chips, drukten de adolescenten ook daadwerkelijk meer voor chips. Datzelfde effect werd bereikt wanneer er direct een plaatje van chips werd getoond. Bij gezonde stimuli gebeurde hetzelfde, alleen was dat effect over het algemeen een stuk minder sterk.

Sanne de Wit, een van de onderzoekers: ‘Ons onderzoek bevestigt nog eens het negatieve effect dat ongezonde voedselreclame heeft op het keuzegedrag van kinderen. Het bestrijden van overgewicht en obesitas vereist een omgeving die de aandacht juist richt op gezonde alternatieven.’

Naar het mogelijke mechanisme achter het keuzegedrag moet nog verder onderzoek worden gedaan. De onderzoekers denken dat de responsen bij de proefpersonen automatisch worden getriggerd door externe stimuli zoals afbeeldingen.

Deze studie werd uitgevoerd door Poppy Watson van de UvA in het kader van haar promotieonderzoek. Ze deed dit met prof. dr. Reinout Wiers, prof. dr. Richard Ridderinkhof en dr. Sanne de Wit van de UvA, en met prof. dr. Bernhard Hommel van de UL. Het onderzoek is gefinancierd door het NWO regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek (NIHC).

Publicatiegegevens

Watson, P. , Wiers, R.W., Hommel, B., Ridderinkhof, K.R. & de Wit, S.: An associative account of how the obesogenic environment biases adolescents’ food choices. Appetite (in press, online gepubliceerd oktober 2015). DOI: 10.1016/j.appet.2015.10.008.

Bron: Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Hersenen, Cognitie, Gedrag Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Hersenen en cognitie

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014) Thema: Hersenen en cognitie (2007-2010)