Het brein een handje helpen

8 september 2015

Het brein een handje helpen: dat blijkt het geval te zijn als er gebaren en beelden worden gebruikt bij het leren en onthouden van woorden. Kinderen en volwassenen pikken woorden daardoor over het algemeen beter op, zo blijkt uit onderzoek van psychologe Jacqueline de Nooijer dat mogelijk is gemaakt met financiering van het NWO regieorgaan voor Hersenen & Cognitie (NIHC). Ze verdedigt haar proefschrift over de invloed van motorische informatie op donderdag 10 september aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Beeld: Shutterstock

Voor haar proefschrift ‘Het Brein een Handje Helpen: De Invloed van Motoractivatie op Taalverwerking en Taal Leren’ onderzocht De Nooijer de invloed van ‘motorische informatie’, zoals gebaren imiteren en beelden van acties, op het leren en onthouden van woorden. Volgens De Nooijer kan motorische activiteit het leren bij kinderen en volwassenen beïnvloeden, maar zitten er restricties aan wanneer dit daadwerkelijk gebeurt.

Gebaren

In het eerste deel van het project bestond die motorische informatie uit het observeren en maken van gebaren tijdens het leren van nieuwe woorden. Het ging daarbij om de eerste taal bij basisschoolkinderen en volwassenen. In verschillende studies leerden kinderen nieuwe woorden door middel van het horen van de betekenis van het woord en het observeren van een gebaar dat overeen kwam met de betekenis van het woord, of het imiteren of zelf maken van het gebaar.

De resultaten laten zien dat basisschoolkinderen woorden beter leren als ze gebaren gebruiken tijdens het leren - vooral wanneer ze gebaren imiteren. Bij het woord ‘boetseren’ bijvoorbeeld helpt het wanneer ze met twee handen knijpende, vormende bewegingen maken. Dit imiteren werkt echter niet voor alle woorden. Abstracte woorden als ‘afpoeieren’ en ‘kniezen’ leer je niet beter wanneer je gebaren gebruikt. Ook helpen de gebaren niet voor alle kinderen. Vooral kinderen met goede taalvaardigheden lijken beter te leren door het imiteren van gebaren. Voor volwassenen leidt het imiteren van gebaren niet tot betere leerprestaties dan het observeren van gebaren tijdens het leren van nieuwe woorden.

Mentale voorstelling

Daarnaast keek De Nooijer ook naar de invloed van de automatische motorische informatie die wordt opgewekt wanneer een woord gehoord wordt op het leren van nieuwe woorden. Als we bijvoorbeeld een woord als ‘schrijven’ horen, maken we daar automatisch een mentale voorstelling van die lichaamsspecifiek is. Zo zal een rechtshandige zich een rechtshandige schrijfbeweging voorstellen. De promovenda onderzocht wat er gebeurt als volwassenen tijdens het leren een beeld te zien krijgen dat niet overeenkomt met deze mentale voorstelling. Beïnvloedt dat het leren?

Uit het onderzoek blijkt dat rechtshandigen meer definities van nieuwe actiewerkwoorden leren, wanneer tijdens het leren een afbeelding werd getoond van hun eigen (eerste-persoons rechtshandig) perspectief, vergeleken met een linkshandig perspectief. Het tonen van het linkshandige perspectief hindert hen juist bij het leren, omdat dit niet overeen komt met hun lichaamsspecifieke mentale voorstelling. Linkshandigen worden niet beïnvloed in het leren van nieuwe woorden wanneer zij een afbeelding zien met een rechtshandig perspectief.

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Hersenen, Cognitie, Gedrag

Programma

Hersenen & cognitie – maatschappelijke innovatie in gezondheidszorg, educatie en veiligheid

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014) Thema: Hersenen en cognitie (2007-2010)