Genetische aanleg meest bepalend voor verschil in schoolprestaties

24 maart 2015

Waarom kan het ene kind makkelijk leren, terwijl het andere moeite heeft om mee te komen op school? Waarom kan het ene kind niet op zijn stoel blijven zitten, terwijl het andere zonder problemen zelfstandig kan werken? VU-onderzoeker Eveline de Zeeuw onderzocht de oorzaken van verschillen tussen basisschoolkinderen in schoolprestaties en gedrag. Zij ontdekte dat de verschillen tussen kinderen voor het grootste deel veroorzaakt worden door genetische aanleg. Op 24 maart promoveert De Zeeuw op een tweelingstudie die zij deed met financiering van NWO.

Eveline de Zeeuw onderzocht de erfelijkheid van de resultaten van de Cito leerlingvolgsysteem (LVS) toetsen (groep 3 t/m 8) en van de Cito eindtoets (groep 8). Uit haar onderzoek bleek dat genetische aanleg meer invloed heeft dan de omgeving op de resultaten voor rekenen (60-74%), lezen (72-82%), begrijpend lezen (54-63%) en spelling (33-70%). Genetische aanleg bepaalde ook voor het overgrote deel (74%) de verschillen tussen kinderen in de score op de Cito eindscore.

ADHD-gedrag en genetische aanleg

Voor ADHD-gedrag geldt ook dat genetische aanleg belangrijk is voor verschillen tussen kinderen. Verschillende klasomgevingen, leerkrachten en leeftijdsgenootjes hebben een effect op de mate waarin genen een invloed hebben op ADHD-gedrag. In een groep eeneiige tweelingen presteert het kind dat het meeste ADHD-gedrag vertoont, slechter op school dan zijn of haar, genetisch identieke, tweelingbroer of zus. Het negatieve effect van ADHD op schoolprestaties blijft dus bestaan wanneer gecorrigeerd wordt voor genetische aanleg.

Causaal effect ADHD op schoolprestaties

De negatieve samenhang tussen ADHD en schoolprestaties lijkt het gevolg van een causaal effect van ADHD op schoolprestaties. Wanneer een gedragsinterventie of het gebruik van medicijnen leidt tot een vermindering van ADHD, zal dit indirect ook de schoolprestaties verbeteren. Dit effect blijkt zelfs iets groter te zijn bij kinderen met overwegend aandachtsproblemen dan bij kinderen die vooral hyperactief gedrag vertonen.

Meer informatie

Dit onderzoek maakte gebruik van gegevens over 7-, 9- en 12-jarige meerlingen en hun broers en zussen, die het Nederlands Tweelingen Register (NTR) van de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft verzameld als onderdeel van een project van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NWO-regieorgaan NIHC). Ouders en leerkrachten vulden vragenlijsten in over probleemgedrag en schoolprestaties, rapportcijfers en toetsresultaten (Cito), van deze kinderen. Een deel van de gezinnen stond ook lichaamsmateriaal af waar DNA uit geïsoleerd is voor genetisch onderzoek.

Promotiebegeleider: Prof. dr. D.I. Boomsma (VU)
Onderzoeker: Eveline de Zeeuw, el.de.zeeuw@vu.nl
Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE

Bron: Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie