Conflictadaptatie is afhankelijk van mentale energie

2 november 2015

Crises en rampen kenmerken zich door een verstoring van de gewone gang van zaken. Mensen in een beslissende functie kennen de details van de crisissituatie niet, maar moeten toch snel goede beslissingen nemen. Onderzoeker Maikel Hengstler (Radboud Universiteit) bestudeerde op meer fundamenteel niveau de invloed van cognitieve vaardigheden op het beslisproces en ontdekte de condities waaronder conflict gedreven energiemobilisatie plaatsvindt. Op 5 november promoveert hij op een onderzoeksproject gefinancierd door het NWO-regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek (NIHC).

Geconcentreerde tafeltennisser

‘Stel je een wedstrijd tafeltennis voor’, zo begint Hengstler zijn uitleg. ‘Na enkele makkelijke opslagen speelt je tegenstander een moeilijke opslag. Omdat je niet voorbereid was op een moeilijke opslag lukt het terugspelen van deze bal minder goed. Direct na deze moeilijke opslag ben je echter klaar voor een nieuwe moeilijke opslag. Je bent geconcentreerd. Ironisch genoeg, als de volgende opslag weer makkelijk is, kan het zijn dat jouw verhoogde concentratie in dit geval niet leidt tot een betere terugspeelbal. In dit geval had je wellicht beter gespeeld als je meer relaxt was.’

Werking controlesysteem

Het voorbeeld hierboven illustreert de werking van een controlesysteem: na het ervaren van een moeilijke situatie (een conflict) past het systeem zich zodanig aan dat een volgende moeilijke situatie adequaat opgelost kan worden, ten koste van het iets minder optimaal afhandelen van een relatief gemakkelijke situatie. Dit proces wordt in de cognitieve psychologie conflictadaptatie genoemd. Maikel Hengstler toonde aan dat conflictadaptatie afhankelijk is van mentale energie.

Grafiek over conflictadaptatie over tijdConflictadaptatie over tijd

Cognitieve controle kost energie

Hoewel een hogere mate van cognitieve controle zou helpen bij het maken van betere beslissingen ten opzichte van een lage mate van controle, kan een hoge mate van controle vanwege beperkingen in energie‐capaciteit simpelweg niet de standaard zijn. ‘Als we altijd veel controle zouden uitoefenen, dan zouden we snel uitgeput raken. Een individu moet daarom alleen wanneer situaties daar aanleiding toe geven cognitieve controle mobiliseren.’

Een logische vraag is dan: op basis waarvan zet een situatie aan tot het verhogen of mobiliseren van cognitieve controle? Hengstler antwoordt: ‘Belangrijke randvoorwaarden zijn de sterkte van de conflictsignalen en de tijd tussen opeenvolgende conflictsignalen. Als het initiële conflictsignaal niet sterk is, dan zal er niet genoeg energie zijn gemobiliseerd voor een daaropvolgende moeilijke situatie. Daarnaast zou de tijd tussen een conflictsignaal en een daaropvolgende conflictsituatie lang genoeg moeten zijn om te komen tot volledig gemobiliseerde energie, en kort genoeg om de uiteindelijke afname voor te blijven.’

Bron: Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Hersenen, Cognitie, Gedrag Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Hersenen & cognitie – maatschappelijke innovatie in gezondheidszorg, educatie en veiligheid

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014) Thema: Hersenen en cognitie (2007-2010)