Voor ‘onschuldige slachtoffers’ na natuurramp de grootste giften

4 december 2015

Landen waarin de inwoners gul geven aan goede doelen hebben een cultuur waarin filantropie als een onmisbaar instrument voor maatschappelijke diensten en onderhoud wordt gezien. Een andere voorwaarde is dat men openlijk over vrijgevigheid praat. Grote acties waarin goede doelen geld vragen voor hulp aan ‘onschuldige slachtoffers’, zoals na natuurrampen, leveren het meeste geld op. Acties voor gedupeerden in conflictgebieden doen het meestal slecht: potentiële gevers zijn dan terughoudender. Dat ontdekte sociologe Pamala Wiepking die met Veni-financiering van NWO-MaGW onderzoek verricht aan de Erasmus Universiteit naar verschillen in geefgedrag tussen landen.

DJ's in het Glazen HuisSerious Request van dj's in het Glazen Huis. Foto: Hollandse Hoogte/Hans-Peter van Velthoven

Giften van rijkaards of de kerk

Waarom geeft het ene land wel ruimhartig aan goede doelen en non-profit organisaties en het andere niet? Naar de grote verschillen tussen landen als het gaat om filantropie en geefgedrag aan goede doelen is weinig wetenschappelijk onderzoek verricht, terwijl ramingen spreken van een jaaromzet van 4,3 miljard euro in ons land alleen al. Pamala Wiepking is een van de eersten die de oorzaken van verschillen in geefgedrag tussen landen vergeleek. Het resulteerde onder meer in het lijvige Palgrave Handbook of Global Philanthropy (juni 2015), waarvan zij samen met prof. dr. Femida Handy de redactie deed. Er zijn acht factoren aan het licht gekomen, die bepalen of een land gul geeft aan goede doelen: de belangrijkste zijn de filantropische cultuur en de bespreking in het openbaar van ‘financieel altruïsme’.

Pamala Wiepking: ‘In een land als de VS heeft filantropie een niet weg te denken functie, net als bijvoorbeeld Rusland en Zuid-Korea. Veel openbare diensten of culturele instellingen zijn afhankelijk van giften van rijkaards of de kerk, die daar dan ook gewoon mee te koop lopen. Als de overheid die taken op zich nam, zou dat op argwaan en verzet stuiten. In Nederland is dat precies andersom: wij zouden het een belediging vinden indien particulieren basisbehoeften financierden die in onze ogen bij de overheid thuishoren. De Amerikaan geeft gemiddeld per jaar duizend euro aan goede doelen, de Nederlander 200 euro. Het hoogteverschil in inkomstenbelasting speelt daar vanzelfsprekend een grote rol. Filantropie is macht van de rijken gesubsidieerd door de belastingbetaler en ondemocratisch, vindt onze landgenoot.’

Zowel in de VS als in Nederland geeft de onderklasse percentueel meer van haar inkomen weg dan de rijken. In de VS komt echter een veel groter deel van de giften van de upper class. Wiepking: ‘De Nederlander praat niet graag over inkomen en bezit. Dat zal de calvinistische inslag zijn: grote donateurs in ons land zijn vaak protestant; wat ze bezitten en wat ze weggeven is iets tussen hen en God. Daar hoor je niet veel over. Een Amerikaan die met een miljoen dollar een operagezelschap ondersteunt komt daar graag voor uit en wordt bejubeld.’

Serious Request goed voorbeeld van ‘lijden voor het goede doel’ 

Aan nationale acties waarin hulp aan onschuldige slachtoffers wordt gevraagd zoals na natuurrampen – van ‘Beurzen Open, Dijken Dicht’ tot ‘Een voor Afrika’ – geven Nederlanders traditioneel goed. Slachtoffers in conflictgebieden leveren minder gulheid op: de vijandelijkheden daar zijn hún zaak. Wiepking: ‘In Nederland zijn meer grote verschillen. Een actie als Serious Request – die precies rond Kerstmis in de ‘geefmaand’ een gemeenschapsgevoel kweekt – is een goed voorbeeld van ‘lijden voor het goede doel’ waardoor een sterke band met die dj’s ontstaat. Klassieke collectes met de rammelende bus zijn goed voor de reclame voor het fonds maar hebben beperkte financiële revenuen: ze zijn omslachtig en relatief duur. Een sponsorloop of iets dergelijks werkt wel, als je partner of collega je persoonlijk vraagt om deelname of een bijdrage.’

Er is geen land zónder filantropie, zegt Wiepking. ‘Er wordt vaak in de armste landen informeel gegeven wanneer er geen non-profit organisaties zijn. Elke cultuur heeft zijn gevers. Er is wel een verandering merkbaar: zo praat men in Frankrijk steeds opener over filantropie. En donateurs houden zich steeds meer met effectiviteit bezig: wat gebeurt er met mijn gift?’

Met de kennis uit dit project verwacht Wiepking, die zitting heeft in het bestuur van het Instituut Fondsenwerving, dat goede doelen veel beter aansluiten bij donateurs en nadenken over effectief gebruik van giften. En het zichtbaar maken van resultaten.

Meer informatie

Pamala Wiepking (1978) startte in 2010 haar project ‘Generous People, Stingy Nations or Stingy People, Generous Nations? Explaining Cross-national Differences in Donations to Charitable Organizations’ met Veni-financiering van NWO-MaGW aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit.

Veni biedt persoonsgebonden financiering aan talentvolle, creatieve onderzoekers. Het financieringsinstrument, onderdeel van de Vernieuwingsimpuls, maakt het mogelijk onderzoek naar eigen keuze te doen.

Pamela Wiepking praat zaterdag 5 december in het tv-programma Schepper & Co op NPO2 vanaf 17.10 uur uitgebreid over haar onderzoeksproject.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)