Ouders beïnvloeden interetnische vriendschappen van kinderen

4 juni 2015

Scholen zijn steeds vaker etnisch divers. Dat vergroot het aantal vriendschappen tussen klasgenoten met verschillende achtergronden. Toch blijken jongeren relatief vaker vriendschappen te sluiten met klasgenoten met dezelfde etnische herkomst. Hoe kan dit? Sociologe Sanne Smith onderzocht mogelijke oorzaken voor dit fenomeen: ‘De ouders zijn van invloed op het wel of niet hebben van interetnische vriendschappen van hun kinderen.’ Zij promoveert 19 juni aan de Universiteit Utrecht met financiering uit het NWO-programma Vernieuwingsimpuls.

Smith wilde weten waarom kinderen in een multiculturele omgeving, zoals sommige scholen zijn, toch vaker voor de eigen etnische groep kiezen. ‘Dat vind ik van groot belang: een sociale scheidingslijn tussen etnische groepen kan negatieve gevolgen hebben voor de integratie van allochtonen en autochtonen.’

De Utrechtse sociologe gebruikte in haar onderzoek Engelse, Duitse, Nederlandse en Zweedse data over vriendschappen in de klas. In totaal beschikte ze over gegevens van zo’n 18.000 jongeren, in de leeftijd van 14 jaar, in ongeveer 900 klassen.

Op elkaar lijken

Het populaire idee dat een gebrek aan deze interetnische vriendschappen verklaard kan worden door culturele of socio-economische verschillen, houdt in haar proefschrift geen stand. Smith: ‘Een cultureel verschil bestaat bijvoorbeeld uit een verschil in opvatting aangaande abortus, om maar wat te noemen. Die opvattingen bleken niet ver uiteen te liggen. Binnen een klas leken de diverse etnische groepen cultureel en socio-economisch eigenlijk best op elkaar.’

Uit de data komt juist naar voren dat jongeren minder interetnische vrienden hebben als in de vriendenkring van de ouders ook interetnische vriendschappen ontbreken. Daarnaast zijn er bij de kinderen minder vriendschappen tussen verschillende culturen als de ouders het belangrijk vinden om etnische tradities te behouden.

Allochtonen en autochtonen

Smith concludeert in haar proefschrift tevens dat allochtonen en autochtonen anders reageren op etnisch gemengde klassen. ‘Allochtonen blijken vriendschappen van dezelfde etnische groep te sluiten zodra zij de mogelijkheid ertoe hebben.’ Autochtonen gaan daarentegen vooral vriendschappen binnen hun eigen groep aan als er een allochtone eenheid is gevormd. ‘Bijvoorbeeld als alle allochtone klasgenoten eenzelfde achtergrond hebben, of voornamelijk met elkaar vrienden zijn.’

Tot slot wijst Smith erop dat interetnische vriendschappen vaker eindigen dan intra-etnische vriendschappen door een lagere vriendschapskwaliteit. ‘Sociale steun is daarin van groot belang. Delen de twee vrienden vele andere vrienden, dan heeft die vriendschap meer kans om te blijven voortduren.’

Meer informatie

Sanne Smith voerde haar promotietraject binnen de Vidi-financiering van prof. dr. F. (Frank) van Tubergen en het project ‘Immigrants, Natives and the Occupational Career: Do Social Contacts Matter?’


Bron: Universiteit Utrecht

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)