Noordzeelanden moeten juridisch beter samenwerken voor efficiënte windenergie op zee

2 september 2015

De Noordzeelanden moeten en kunnen bestaande obstakels in wet- en regelgeving wegnemen om de ontwikkeling van een grensoverschrijdend elektriciteitsnet op zee mogelijk te maken. Het stijgende aandeel hernieuwbare energie in de totale energiemix en de toenemende schaal van nieuwe offshore windprojecten die steeds verder in zee worden geplaatst maken een nieuwe aanpak noodzakelijk. Dit concludeert NWO-onderzoeker Hannah Müller die op 7 september promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De meeste Noordzeelanden beschouwen windenergie op zee als een belangrijk middel om hun doelstellingen rond duurzame energie te bereiken. Op dit moment worden vrijwel alle windparken op zee via aparte kabels aangesloten op het nationale elektriciteitsnet. Dit brengt hoge kosten met zich mee. Een andere – recente – aanpak is clustering van windparken. Hierbij worden meerdere windparken via een offshore-transformatorplatform met één onderzeese kabel op het landelijke hoogspanningstransmissienet aangesloten. Ook overwegen de Noordzeelanden om windparken op twee of meer landen aan te sluiten. Nog een stap verder is een daadwerkelijk grensoverschrijdend net op zee. Hiervoor moeten de Noordzeelanden echter nog de nodige barrières in stimuleringsbeleid en wet- en regelgeving slechten, aldus Hannah Müller. Zij onderzocht hoe dit het beste kan.

Harmonisatie niet nodig

Müller: 'Ten eerste moeten de Noordzeelanden de netbeheerders verplichten om offshore infrastructuurplannen op te stellen. Dit is onder andere noodzakelijk om het clusteren van windparken mogelijk te maken. In een tweede stap moeten de betrokken landen hun nationale offshore infrastructuurplannen integreren tot één regionaal offshore infrastructuurplan. Op basis hiervan kunnen de netbeheerders de meest voordelige grensoverschrijdende projecten identificeren. Als deze projecten door de betrokken landen goedgekeurd worden, zou er een alternatief juridisch regime moeten gelden speciaal voor deze projecten. Dat betekent dus dat de bestaande rechtsregels tussen de Noordzeelanden niet geharmoniseerd hoeven worden, wat nog veel meer voeten in de aarde zou hebben.'

Nationale en internationale veranderingen

Volgens Müller zijn er onder meer uitzonderingen op het geldende EU-recht nodig. 'Bijvoorbeeld over het verdelen van de beschikbare capaciteit van en de voorrang van hernieuwbare energie op het net. Deze uitzonderingen kunnen alleen in samenwerking met de EU worden verleend. Verder moeten de landen ook in eigen land regels aanpassen. De gezamenlijke Noordzee-projecten moeten vanaf het begin worden goedgekeurd door de nationale regelgevende autoriteiten en er moet een adequate kosten-batenverdeling plaatsvinden. Als laatste punt moeten de betrokken landen de nationale subsidieregelingen van toepassing verklaren op grensoverschrijdende windenergieprojecten. Als de EU en de betrokken landen deze juridische aanpassingen plegen, kunnen de eerste grensoverschrijdende windparken tot stand komen. Samen met de windparkclusters vormen zij het begin van een grensoverschrijdend net in de Noordzee.'

Meer informatie

Het promotieonderzoek ‘Een juridisch kader voor een grensoverschrijdend elektriciteitsnet in de Noordzee' door Hannah Katharina Müller maakt deel uit van het programma 'De aanleg en exploitatie van een grensoverschrijdend offshore elektriciteitsnet: techniek en regulering' (RUG en TUD), een onderdeel van het NWO-programma Energy Transitions. Promotor is prof. mr. dr. Martha Roggenkamp.

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014) Thema: Duurzame aarde (2007-2010)