Mensenrechtenschendingen en gewapende rebellen: juridisch grijs gebied

21 oktober 2015

De Verenigde Naties beschuldigen gewapende rebellengroepen in conflictgebieden steeds vaker van schending van mensenrechten, maar er bestaat veel onduidelijkheid over de juridische grondslag. Aansprakelijkheidsstelling op grond van internationaal oorlogsrecht roept geen vragen op, maar mensenrechtenschending wél. Iemand ter verantwoording roepen moet op rechtmatige gronden gebeuren en die zijn in het geval van gewapende rebellen vaak vaag. Om meer duidelijkheid te creëren pleit juriste Katharine Fortin ervoor de rechtmatigheid te koppelen aan het grondgebied dat gewapende rebellen in handen hebben én hun organisatiegraad. Zij deed promotieonderzoek naar ‘Gewapende milities en internationale mensenrechten’ met financiering uit de Vrije competitie van NWO-MaGW. Zij promoveert op 23 oktober aan de Universiteit Utrecht.

Islamitische Staat (IS) paradeert door de straten van Ar-RaqqaIslamitische Staat (IS) neemt bezit van de straten van de Syrische stad Ar-Raqqa, met wapens die ze buitmaakten op Syrische en Irakese geregelde troepen. Foto: ZUMA Press, Inc./Alamy Stock Photo

Over de handhaving van het internationaal oorlogsrecht, zoals vastgelegd tijdens de Conventies van Genève, is nauwelijks discussie. Daarin staan regels die de bescherming van krijgsgevangenen en burgers tijdens oorlogstijd moeten waarborgen. Ook tijdens burgeroorlogen geldt het oorlogsrecht. Handhaving van mensenrechten is voor toezichthoudende instanties van de Verenigde Naties en Europese Unie in vredestijd al een hele uitdaging, in tijden van conflicten tussen of met gewapende milities is het nog veel lastiger.

Voorbeelden van mensenrechten die in het geding kunnen komen zijn het recht op vrije meningsuiting, het recht op gezondheid, het recht op een familieleven en het zelfbeschikkingsrecht. Het aantal burgeroorlogen met meerdere strijdende facties overstijgt inmiddels vele malen dat van gewapende conflicten tussen staten. Het belang van duidelijkheid over de verplichtingen van de partijen op het gebied van mensenrechten neemt navenant toe. Maar hoe spreek je zo’n groepering aan op schendingen ervan en met welke juridische argumentatie?

Praktijk onvoldoende gefundeerd in juridisch kader

‘Burgers zijn niet alléén maar slachtoffers wanneer rebellen in een bepaald gebied de macht in handen hebben,’ aldus Katharine Fortin. ‘Het dagelijks leven gaat door. Kinderen gaan er naar school, mensen hebben gewone juridische conflicten, er heeft alledaagse misdaad plaats. De Verenigde Naties gebruiken steeds vaker termen als ‘we hold armed groups accountable under human rights law’, maar ‘verantwoordelijkheid’ moet gebaseerd zijn op rechtmatigheid. Kun je niet-staten en gewapende groeperingen in die gevallen aanspreken op schending van mensenrechten? De een zegt nooit, de ander zegt altijd, de rest bungelt ergens tussenin. Maar dit blijven meningen, zonder voldoende theoretische onderbouwing. Dat moet veranderen.’

In de praktijk houdt de VN in de gaten in welke mate gewapende groepen het internationale oorlogsrecht in brandhaarden als Syrië, Centraal Afrikaanse Republiek en Afghanistan respecteren. In officiële verklaringen hierover stelt de VN meteen mensenrechtenkwesties aan de orde, maar de basis waarop dit gebeurt wordt zelden voldoende juridisch onderbouwd of geanalyseerd. Katharine Fortin’s onderzoek laat zien dat het in ieder geval nodig is om vast te stellen dat zo’n gewapende groep één entiteit is, die je onafhankelijk van haar ‘leden’ ter verantwoording kunt roepen. Dat moet eerst worden onderzocht.

Gewapende groepen hebben talloze onderscheidende details, constateert Fortin, met consequenties voor hun accountability. ‘Zo beoogt de gewapende groep Islamitische Staat daadwerkelijk een staat op te richten, met een eigen grondgebied, compleet met rechtspraak, onderwijs, en een ‘regering’... Totaal anders dan een krijgsheer in de Democratische Republiek Congo, die altijd ‘on the move’ is en geenszins van plan is een staat te stichten. Zijn rebellenleger manoeuvreert evenwel in gezelschap van complete huishoudens en families. Kun je zo’n gewapende groep aanspreken op bijvoorbeeld vrouwenrechten en recht op gezondheidszorg? En onder welke voorwaarden?’

Conflictgebied controleren

Katharine Fortin concludeert onder meer dat alvorens internationaal geldende regels op een gewapende groep van toepassing zijn, de VN moeten onderzoeken hoe goed georganiseerd deze groep is. Tegelijkertijd moet de VN zich een beeld vormen van de activiteiten die de groep ontplooit op het gebied van governance. Als deze factoren consistent geanalyseerd worden zal een uitgebreide jurisprudentie ontstaan op basis waarvan de VN rebellen mensenrechtenschendingen kunnen aanrekenen.

Meer informatie

K.M.A. (Katharine) Fortin (1977) startte haar promotieonderzoek naar ‘Armed Groups and International Human Rights’ in 2009 aan de Universiteit Utrecht, Onderzoekschool Rechten van de Mens (ORM), met financiering uit de Vrije competitie van NWO-MaGW. Hoofdaanvrager was prof. dr. C. Flinterman (UU), medeaanvragers waren prof. dr. T. Gill (UvA) en prof. dr. H.G. van der Wilt (UvA).


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen WOTRO Science for Global Development

Programma

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)