Meisjes met veel testosteron zijn zelfbewust en minder jaloers

29 juni 2015

Een verhoudingsgewijs grote hoeveelheid testosteron heeft in het puberbrein van jongens een ander effect dan bij meisjes. Bij jongens zorgt het hormoon voor sensatiezucht en roekeloosheid, bij meisjes juist voor meer zelfbewustheid en minder jaloezie en opgekropte woede. Dat is een van de conclusies uit het project ‘Acting on impulse: tracking sex hormones in the developing human brain’ van Jiska Peper. Zij verrichtte onderzoek naar de werking van impulscontrole bij jongeren met Veni-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Jiska Peper liet een informatief en toegankelijk filmpje maken waarin ze haar onderzoek en de resultaten uitlegt. Klik voor de link naar Vimeo.Jiska Peper liet een informatief en toegankelijk filmpje maken waarin ze haar onderzoek en de resultaten uitlegt. Klik voor de link naar Vimeo.

Iedereen handelt wel eens vanuit een opwelling. Bij sommigen leidt dit tot nadelige gevolgen zoals middelenmisbruik of schoolverlaten. Jiska Peper onderzocht in hoeverre de invloed van geslachtshormonen (belangrijke regelaars in ons brein) op hersenverbindingen impulsief gedrag kan verklaren.

Jiska Peper: ‘De mate waarin je impulsen kunt beheersen is erg belangrijk. Simpel gezegd: je kunt stoppen met je schoolopleiding en een baantje nemen omdat je verleid wordt door het te verdienen geld. Je kunt je ook richten op een uitgestelde beloning: hoe meer opleidingen je afmaakt, hoe groter de kans dat je later meer verdient. Sommigen kunnen handelen naar zo’n grote beloning, ver weg in de tijd, en anderen niet. Mijn vraag was: wat gebeurt daar in die hersenen?’

Risico nemen en kortetermijnsuccessen

Peper onderzocht bij proefpersonen die een MRI-scan ondergingen de kwaliteit van de witte stof in hersenen, langs welke weg de verschillende hersengebieden in ons brein voortdurend informatie uitwisselen. Haar aandacht ging daarbij vooral uit naar de witte stof tussen prefrontale cortex en het striatum, oftewel de wisselwerking tussen de controlerende hersendelen en het ‘pleziergebied’. De kwaliteit van de witte stofbanen is een voorspeller voor de impulsiviteit van de persoon. Hoe dikker het isolerend ‘vet’ rond de baan, hoe sterker de impulscontrole. En dus ook het besef van een uitgestelde beloning. Richting de volwassenheid wordt deze baan vanzelf sterker, maar in de puberteit is die nog in ontwikkeling.

Met enkele proefjes op de computer testte Peper bij jonge proefpersonen de neiging tot risico nemen en kortetermijnsuccessen. Het resultaat wees uit dat een hogere kwaliteit van de ‘bekabeling’ tussen de hersendelen leidt tot betere impulscontrole. Maar ook de invloed van geslachtshormonen op deze impulsregulatie bleek opmerkelijk. ‘Testosteron wordt vaak gezien als de ‘bad guy’, een aanjager van roekeloosheid en opzoeken van gevaar en kick. Het lijkt er echter op dat meisjes die relatief veel testosteron produceren, juist op een ‘lonende’ manier risico nemen. Zij hebben beduidend minder last van angst, jaloezie of opgekropte woede.’

Meer informatie

Dr. Jiska Peper (1978) startte haar Veni-project in 2011. Zij is onderzoeker aan het Brain and Development Lab van de Universiteit Leiden. Veni biedt persoonsgebonden financiering aan talentvolle, creatieve onderzoekers. Het financieringsinstrument, onderdeel van de Vernieuwingsimpuls, maakt het mogelijk onderzoek naar eigen keuze te doen.



Bron: NWO