Hedgefondsen trokken lering uit de crisis van 2008

7 juli 2015

Hedgefondsen hebben lessen geleerd uit de financiële crisis van 2008. Door meer liquide beleggingen aan te houden dan voorheen kunnen ze in de toekomst makkelijker tegenvallers opvangen. Dat blijkt uit het onderzoeksproject ‘Liquidity risk and derivative markets: Lessons from the crisis and insights for the future’ van Joost Driessen. Hij en zijn groep analyseerden onder meer de reactie van hedgefondsen op de ineenstorting van de kapitaalmarkt in de Verenigde Staten. Hij voerde zijn onderzoek uit met Vidi-financiering uit de Vernieuwingsimpuls.

Tafereel op effectenbeursWanhoop op de effectenbeurzen in 2008. Foto: Corbis

In de nasleep van de ‘bankencrisis’ van 2008 gingen stemmen op om banken te verplichten hun kapitaalbuffers te vergroten. Die waren immers zo beperkt gebleken, dat geringe verliezen een bank in grote moeilijkheden brachten en zelfs tot faillissementen leidden. Die nieuwe gereguleerde kapitaalseisen zijn doorgevoerd, hoewel volgens analisten in te bescheiden mate. Joost Driessen was juist geïnteresseerd in de vrijwillige vorming van kapitaalbuffers, bijvoorbeeld in de risicovolle markt van hedge funds.

Hedgefondsen handelen in illiquide beleggingen – aandelen en obligaties van kleinere bedrijven, derivaten – die niet altijd snel te verkopen zijn. Hedge fondsen verwachten dat deze bij economische rugwind extra winsten opleveren. Dat maakt hen echter erg gevoelig voor een tegenvallende markt, of zoals Joost Driessen omschrijft: ‘Hedgefondsen met veel illiquide beleggingen houden een tijdbom in handen’. Zoals wel bleek in 2008: verschillende fondsen legden in de nasleep ervan het loodje.

Grotere buffer van liquide beleggingen  

Joost Driessen: ‘Hoe meer je je richt op moeilijk te verkopen illiquide middelen, hoe moeilijker het is om te reageren op onverwachte marktontwikkelingen. Die kwetsbaarheid bij tegenslag bleek toen hedgefondsen in 2008 gedwongen waren snel voor een spotprijs hun bezit te verkopen om aan lopende verplichtingen te voldoen. Uit ons onderzoek blijkt dat hedgefondsen in de Verenigde Staten nu uit eigen beweging inmiddels een grotere buffer van liquide beleggingen hebben opgebouwd. Dus zonder dat toezichthouders daarom hadden verzocht. Hierdoor kunnen ze een volgende crisis beter doorstaan. Uit de klappen die tijdens de crisis in deze branche vielen hebben ze kennelijk lering getrokken.’

Promovendus Ran Xing analyseerde grote Amerikaanse databases waarin het beleggingsgedrag van hedgefondsen wordt vastgelegd. Uit de data blijkt heel precies wie op welk moment wat in bezitting had. Per kwartaal vergeleek Xing de liquiditeit van deze beleggingen. Hedgefondsen verkochten tijdens de crisis vooral hun liquide beleggingen, maar na de crisis is dit meer dan gecorrigeerd en hebben de fondsen een buffer van liquide beleggingen opgebouwd.

Liquiditeitspremie?

Hoewel in de meeste gevallen pensioenfondsen minder risicovol beleggen dan hedgefondsen, investeren ook pensioenfondsen in illiquide beleggingen, zoals bijvoorbeeld private-equityfondsen of infrastructurele werken. De aanname daarbij is dat de illiquiditeit van deze beleggingen op de lange termijn extra veel rendement oplevert, een zogenoemde liquiditeitspremie. Binnen hetzelfde project ontdekte promovendus Patrick Tuijp echter dat in een aantal gevallen langlopende (‘illiquide’) investeringen in vergelijking met liquide investeringen slechts een kleine of in het geheel geen liquiditeitspremie opleveren. Dat deed hij door een theoretisch model te bouwen op basis van economische theorieën. Deze theorie is nog niet getoetst aan werkelijke marktgegevens, maar is een gevolgtrekking van geldende economische wetten. Het is niet vanzelfsprekend dat illiquide beleggingen op de lange termijn beter presteren dan liquide beleggingen, aldus de theorie.

Meer informatie

Prof. dr. J.J.A.G. Driessen (1974) startte zijn Vidi-project ‘Liquidity risk and derivative markets: Lessons from the crisis and insights for the future’ in 2010. Hij is hoogleraar aan de Tilburg School of Economics and Management van de Universiteit van Tilburg en onderzoeker bij Netspar, het onderzoeksnetwerk op het gebied van pensioen, vergrijzing en pensionering.

Vidi is gericht op onderzoekers die na hun promotie al een aantal jaren onderzoek op postdoc-niveau hebben verricht. Ze hebben daarbij aangetoond vernieuwende ideeën te genereren en deze succesvol zelfstandig tot ontwikkeling te kunnen brengen. Zij mogen een eigen vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en daartoe zelf één of meer onderzoekers aanstellen.

Aio’s Ran Xing en Patrick Tuijp verdedigen eind 2015 en begin 2016 hun proefschriften.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)