Jos Engelen over de nieuwe NWO-strategie

13 april 2015

In de nieuwe NWO Strategie 2015-2018, die deze maand werd gepubliceerd, benadrukt NWO meer dan voorheen haar rol als verbinder. Als onafhankelijke nationale onderzoeksfinancier wil NWO de samenwerking tussen Nederlandse onderzoekers bevorderen, maar ook die tussen wetenschap, maatschappij en bedrijfsleven. Hypothese interviewde NWO-voorzitter Jos Engelen. ‘Wetenschappers en NWO moeten inspelen op een veranderende wereld’.

NWO Strategie 2015-2018Voortbouwen op sterktes, inspelen op kansen

Een nieuwe strategie voor NWO: Moeten de bakens verzet?

‘NWO publiceert elke vier jaar een nieuw strategiedocument. Deze strategie breekt niet met de vorige maar bouwt erop voort. Voor het opstellen ervan hebben we gesproken met wetenschappers en al onze andere partners. We hebben kunnen constateren dat het Nederlandse wetenschapsbestel goed functioneert: ons publieke onderzoek wordt uitgevoerd aan universiteiten en aan KNAW- en NWO-instituten, en NWO speelt daarin een rol als financiële prikkelaar en bevorderaar van kwaliteit. Universiteiten waarderen dat we vrij en ongebonden onderzoek financieren door bottom-up-onderzoeksvoorstellen via peer review en commissies te beoordelen. Ook onze persoonsgebonden financiering, de Vernieuwingsimpuls, vinden ze buitengewoon belangrijk – daarom blijft die ook even groot. Algemeen wordt erkend dat kwaliteit en productiviteit van de Nederlandse wetenschap hoog zijn. Mede daardoor doen Nederlandse wetenschappers het ook goed in Europa. Daar zijn we hartstikke trots op.’

Waarom dan toch nieuwe accenten?

‘De wereld om ons heen verandert. Mondiaal zijn er nieuwe uitdagingen en in Nederland is er een nieuwe Wetenschapsvisie geformuleerd. Het kabinet wil dat Nederland een topland voor wetenschap en wetenschappers blijft. Maar de mondiale competitie om kennis en talent groeit enorm, met nieuwe spelers als China, India en Brazilië. Daarnaast moet de Nederlandse economie wereldwijd concurrerend blijven. Bovendien is er een voortdurende noodzaak om draagvlak te vinden in de samenleving voor publieke uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek. En onze samenleving staat voor nog meer uitdagingen: nog even en we zijn met negen miljard mensen, het klimaat verandert en natuurlijke hulpbronnen worden schaars. Als wetenschappers en als NWO zullen we op al die veranderingen moeten inspelen. Wetenschappelijk onderzoek is absoluut nodig om te helpen die ingrijpende ontwikkelingen en hun interacties te begrijpen en om oplossingen aan te dragen en kansen te benutten. Ook meer samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven is belangrijk als je de veranderingen serieus neemt.’

We onderschrijven het meer verbinden van de wetenschaps- organisaties in Nederland uit de Wetenschapsvisie

Wat is het antwoord van NWO op al die veranderingen?

‘De strategie van NWO ligt in het verlengde van de Wetenschapsvisie. We onderschrijven een belangrijk element daarvan: het meer en beter verbinden van de wetenschapsuitvoeringsorganisaties in Nederland: universiteiten, NWO en KNAW en hun instituten, TNO en grote en kleine bedrijven. Twee gedachten staan daarom centraal: net als nu blijven zorgen voor financiering van excellent vrij en ongebonden onderzoek, en daarnaast NWO’s rol versterken bij het leggen van al die verbindingen.’

‘Wat daarbij wel knelt is dat van de honderd voorstellen die NWO krijgt, je er op grond van peer review dertig zou willen honoreren, terwijl de budgettaire realiteit maar vijftien tot twintig toekenningen toelaat. Sinds Nederland zijn aardgasbaten niet meer deels aan onderzoek besteedt, is het beslist schraler geworden. De kenniscoalitie, waar naast onderzoeksorganisaties ook werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB-Nederland aan deelnemen, heeft dit wel op de agenda staan: zodra de economische toestand dat toestaat zal er iets aan die budgettaire krapte gedaan moeten worden.’

Hoe kan NWO de conditie van het wetenschappelijk klimaat in Nederland verbeteren?

‘Om in de wereld mee te blijven spelen, zullen universiteiten verder moeten kijken dan de eigen muren. Ze moeten profielen kiezen, elkaar niet dupliceren maar aanvullen. Individuele universiteiten kunnen zich bijvoorbeeld duidelijker gaan richten op specifieke disciplines binnen de maatschappijwetenschappen, op deelvragen binnen brede maatschappelijke thema's als energie of klimaat, en op die thema’s gericht samenwerken met anderen op basis van complementariteit. NWO kan universiteiten en disciplines helpen elkaar rond zulke profielen te vinden en zich zo sterker te maken in de internationale competitie. In Zwaartekracht spelen we die rol al. Dat programma, gefinancierd vanuit de eerste geldstroom, brengt samenwerkingen voort waar ik vanuit NWO plaatsvervangend trots op ben.’

‘Een andere manier is: zorgen dat we investeren in de juiste onderzoeksinfrastructuur. Veel vakgebieden hebben grootschalige infrastructuur nodig, inclusief bijvoorbeeld de sociale wetenschappen, die met steeds grotere databanken werken. NWO heeft daar middelen voor, maar niet genoeg om elke wens te honoreren. Keuzes zijn strategisch enorm belangrijk. Daarom komt er een permanente commissie voor grootschalige wetenschappelijke infrastructuur, die in samenhang met het brede wetenschapsbeleid naar al die plannen gaat kijken, niet meer ad hoc. Dat is een belangrijke ontwikkeling.’

Waar onderzoekers meer moeten samenwerken rond inhoudelijke thema’s kan NWO niet aan de kant blijven staan

NWO zegt vrij onderzoek belangrijk te vinden, maar tegelijk begeeft ze zich meer op het pad van het definiëren van onderzoeksagenda’s.

‘Waar onderzoeksuitvoerders meer moeten samenwerken rond inhoudelijke thema’s kan NWO niet aan de kant blijven staan. Het is ook een verantwoordelijkheid richting de samenleving: die vraagt ons als wetenschappers nadrukkelijk om te helpen bij het begrijpen van en inspelen op de ontwikkelingen van onze tijd. Ook voor het draagvlak van wetenschap is het belangrijk die wens serieus te nemen.’

‘Het afgelopen jaar hebben alle NWO-wetenschapsgebieden gezamenlijk een aantal maatschappelijke uitdagingen geïdentificeerd waar disciplines zich door kunnen laten inspireren. Natuurlijk kun je zulke thema’s niet bij decreet regelen. Maar NWO kan wel, meer dan welke andere Nederlandse organisatie ook, dienen als een nationaal gespreksplatform dat wetenschappers verbindt. En ik ben ervan overtuigd dat de uitdagingen die zijn gedefinieerd op de een of andere manier zullen terugkomen in de Nationale Wetenschapsagenda die dit jaar wordt opgesteld. En natuurlijk is er een zekere spanning tussen vrije wetenschap en agenda’s waar anderen over willen meepraten. Die spanning zie je ook terug in academische protesten van de laatste tijd. Die discussie zal er altijd zijn, daar moet je ook voor openstaan. Ik zeg: het moet allebei. Ruimte en vrijheid aan de ene kant, wat meer prescriptieve agenda’s aan de andere kant. Dat geldt ook voor samenwerkingsverbanden: sommige wetenschappers moeten juist ruimte houden om individueel nieuwe ideeën te ontwikkelen, grenzen te verleggen. Daarom houdt NWO de vrije competitie voor ongebonden onderzoek ook in de nieuwe strategie gewoon in stand.’

Hoe verhoudt NWO’s liefde voor vrij onderzoek zich tot samenwerking met het bedrijfsleven in de topsectoren?

‘Het klopt dat wij nu meer met het bedrijfsleven praten dan voorheen. Toen het topsectorenbeleid werd aangekondigd, hebben wij gezegd: ‘Akkoord, maar dan wel met extra middelen.’ Dat leek ons beter dan ‘nee’ zeggen en budget verliezen. Het heeft daarna even geduurd, maar wetenschap en bedrijfsleven hebben geleerd in openheid en vertrouwen gemeenschappelijke agenda’s op te stellen. Wetenschappers luisteren meer naar de noden van bedrijven, bedrijven accepteren dat wetenschappers daar op hun eigen manier onderzoeksagenda’s op baseren. Het is een productieve dialoog, die duidelijk maakt dat wetenschap deel is van de kenniseconomie. En uiteindelijk zijn er ook extra middelen toegekend die de daling van het NWO-budget hebben gecompenseerd.’

Het is zeker niet zo dat NWO alleen nog valoriseerbaar onderzoek financiert. Dat is echt onzin.

Er wordt wel gezegd dat Nederland is doorgeschoten in de eis dat onderzoek ‘valoriseerbaar’ moet zijn.

‘NWO vindt dat wetenschap een eigen intrinsieke waarde heeft maar tegelijkertijd niet moet worden gezien als geïsoleerd van de samenleving. Daarom beoordelen we onderzoeksvoorstellen op kwaliteit maar waar nodig ook op relevantie en in alle gevallen op de belofte voor valorisering, of beter: kennisbenutting. Daarmee bedoelen we het proces waarin wetenschappelijke kennis buiten de eigen discipline en ook buiten de wetenschap wordt gebruikt. Een vraag naar de mogelijke maatschappelijk impact is geen vieze vraag. Het is zeker niet zo dat NWO alleen nog valoriseerbaar onderzoek financiert. Dat is echt onzin. Het gaat er vooral om dat kennisbenutting vaak niet het eerste aandachtspunt is van onderzoekers die financiering krijgen voor vrij onderzoek.

NWO wil hen vooral stimuleren te reflecteren op het mogelijke nut van hun onderzoek. Een wetenschapper die belangrijk theoretisch onderzoek wil doen naar de oorsprong van de zwaartekracht, mag rustig zeggen: ik zie op dit moment niet hoe deze kennis kan worden gebruikt buiten mijn eigen discipline. Dat is geen probleem, dat zal elke reviewer waarschijnlijk beamen. Maar als die opties er wel zijn, maar de wetenschapper weigert erover na te denken omdat het hem of haar niet interesseert, dan plaatst hij of zij zich daarmee wel op achterstand ten opzichte van andere onderzoekers die een voorstel hebben ingediend.’

NWO heeft aangekondigd haar eigen structuur te willen aanpassen: een grotere rol voor het centrale bestuur en minder bestuurlijke invloed voor afzonderlijke gebieden. Dat heeft onder wetenschappers tot ophef geleid.

‘Om met die ophef te beginnen: ik vind dat positief. Het geeft aan dat mensen NWO niet willen missen. Verandering maakt onrustig want je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Maar waarom hebben we veranderingen voorgesteld? Omdat de wetenschappelijke uitdagingen uit een Nationale Wetenschapsagenda het nodig zullen maken dat disciplines bij elkaar komen. Dan is het lastig als die disciplines bijna apart worden bestuurd en gefinancierd. Niet onmogelijk, wel lastig. Al die disciplines op zich blijven waardevol en NWO zal ook voor die disciplines herkenbaar blijven, maar als ze binnen NWO gemakkelijker om één tafel te brengen zijn, zal samenwerking en concurrentie over disciplinegrenzen heen gemakkelijker worden.’

NWO lijkt tussen twee vuren te zitten: aan de ene kant de wetenschap, aan de andere kant de samenleving. Niet een gemakkelijke plek.

‘NWO ziet het als een van haar taken om in de politiek financieel draagvlak voor onderzoek te vinden. Daarom kunnen we niet met onze rug naar bijvoorbeeld het bedrijfsleven toe gaan staan. Wij hebben geprobeerd het idee om te zetten in goed en modern wetenschapsbeleid, en ik denk dat we daarin zijn geslaagd. Maar het is waar, NWO moet niet rekenen op een grote populariteit – al was het maar omdat wij acht van de tien onderzoeksvoorstellen helaas af moeten wijzen. NWO en haar bestuurders zijn per definitie een soort kop-van-jut. Dat hoort erbij.’

Waarom zou iemand eigenlijk voorzitter van NWO worden?

‘Toen de minister het mij vroeg was ik naïef. Ik dacht: ik kan mijn land dienen en daarnaast wat onderzoek blijven doen. Van dat tweede is alleen minder terecht gekomen dan ik mij had voorgenomen. Voor het hele NWO-bestuur geldt dat we de positie van wetenschap in Nederland willen verdedigen. We geloven ten diepste dat de wetenschappelijke infrastructuur, met de mensen en de vrijheden die daarbij horen, absoluut essentieel is voor de toekomst van dit land. Als je dan ziet dat de laatste jaren vijftig miljard is bezuinigd, maar de wetenschap relatief gespaard is gebleven en het budget van NWO zelfs licht is gegroeid, dan is dat buitengewoon stimulerend. Daar doen we het voor.’

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Hypothese van april 2015.
Tekst: Peter Vermij


Bron: NWO