Waar je vandaan komt, bepaalt hoe je een klank hoort

2 september 2015

De manier waarop mensen klanken horen, wordt bepaald door de plek waar zij vandaan komen, net zoals bij uitspraak het geval is. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van taalkundige Anne-France Pinget. Zij deed onderzoek naar klankverandering en naar de rol die regionale afkomst en taalperceptie daarin spelen. Op 4 september verdedigt ze aan de Universiteit Utrecht haar proefschrift 'The Actuation of Sound Change'. Het onderzoek is gefinancierd via het NWO-programma Promoties in de geesteswetenschappen.

Het onderzoek van Pinget wijst ook uit dat waar klankverandering optreedt, eerst de manier waarop mensen de klank horen verandert en pas daarna de uitspraak van de klank. Klankverandering komt ook pas echt op gang als mensen daar positief tegenover staan, en er is een speciale rol weggelegd voor het talent dat een individu heeft om klanken te kunnen nabootsen.

Regionale verschillen

De v aan het begin van een woord wordt steeds meer als een f uitgesproken, waardoor vier klinkt als fier. Hoe sterk sprekers dat doen hangt duidelijk samen met de regio waar ze vandaan komen: Groningers gebruiken bijvoorbeeld bijna nooit een v (en gebruiken in plaats daarvan dus een f), Limburgers vervangen de v minder vaak door een f en Vlamingen doen dit het minst. Bier klinkt ook af en toe als pier, maar hoe dat precies in elkaar zit, is nog niet volledig duidelijk.

Opzet van het onderzoek

Honderd Nederlandstaligen uit vijf regio's namen aan het onderzoek deel. De Nederlanders waren afkomstig uit Groningen, Zuid-Holland en Limburg, de Vlamingen uit West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Uit elke regio werden tien mannen en tien vrouwen tussen de 18 en 28 jaar geselecteerd. In een laboratorium heeft Pinget hen op vier aspecten getest: hoe ze de klanken b, p, v en f uitspreken; hoe ze dezelfde klanken horen; of ze in staat zijn om die klanken na te bootsen en wat ze van die klanken vinden.

Het begin van een antwoord

Waarom verandert een klank in een bepaalde taal op een bepaald moment terwijl hij in een andere taal of op een ander moment helemaal niet verandert? Dit is al vijftig jaar lang een centrale vraag in het onderzoek naar taalverandering, maar taalkundigen hebben nog geen bevredigend antwoord kunnen formuleren. Dit onderzoek naar de klankparen v-f (vier-fier) en b-p (bier-pier) in Nederland en Vlaanderen levert alvast een stukje van het antwoord.

Meer informatie


Bron: Universiteit Utrecht