Verantwoord kijken in plaats van voyeurisme en sentiment

'Pas op voor clichés in oorlogsbeelden'

7 september 2015

Het elektriserend effect van de foto van Syrische kleuter Aylan Kurdi illustreert de enorme impact die beelden hebben in geopolitieke conflicten. Hoe doeltreffend ook, inzet van en kijken naar dit soort beelden vraagt om kritische reflectie, betoogt Marta Zarzycka. Zij is universitair docent media en cultuur aan de Universiteit Utrecht en deed met een Veni-beurs van NWO als eerste systematisch onderzoek naar afbeeldingen van vrouwen en kinderen in de oorlogen in Bosnië, Afghanistan en Irak.

Britse boulevardbladen schreven tot voor kort nog over vluchtelingen in termen van een natuurramp (ze vormden een 'vloedgolf' of een 'tsunami'), of een oorlog (een 'invasie', of  'stormloop' van vluchtelingen). Maar sinds het beeld van de levenloze Aylan Kurdi de wereld veroverde is het tij gekeerd. The Sun is nu een inzamelingsactie begonnen en spoort zijn 'zorgzame lezers' aan om gul te geven voor kinderen als Aylan, die 'klem kwamen te zitten in de migrantencrisis'. 'Duizenden vluchtelingen zijn een bedreiging, één vluchteling is een drama', zo vat cultuurwetenschapper Marta Zarzycka het samen. Zij vindt de draai van de Britse kranten hypocriet, maar ook een illustratie van de vluchtigheid van de publieke opinie in de westerse wereld en de enorme kracht van beeld.

De dertienjarige Sharbat Gula stond in 1985 als 'het Afghaanse meisje' naamloos en zwijgend symbool voor de ellende van mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. (Magnum/Steve McCurry/HH)De dertienjarige Sharbat Gula stond in 1985 als 'het Afghaanse meisje' naamloos en zwijgend symbool voor de ellende van mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. (Magnum/Steve McCurry/HH)

Het gezicht van een conflict

In de berichtgeving over gedwongen migratie belichamen kinderen bij uitstek kwetsbaarheid, afhankelijkheid en onschuld, stelt Zarzycka. Sinds de vluchtelingencrisis zich ontrolt, zien we hongerige baby's op de rug van uitgeputte ouders, peuters die nog maar net kunnen lopen in een droge woestijn, kinderen die smekend hun hand ophouden voor eten in een vluchtelingenkamp, in paniek krijsende kleuters op een wrakke boot en nu dan een aangespoeld lichaampje. Net als het Phan Ti Kim Phuc  in Vietnam en Sharbat Gula in Afghanistan is Aylan Kurdi 'het gezicht' van een geopolitiek conflict geworden, dat door zijn emotionele appel onze collectieve houding daartegenover doet kantelen.

Hoe goed dat ook kan uitpakken, meent Zarzycka, we zouden ons bewust moeten zijn van de clichématige werkelijkheid die maar al te vaak ontstaat als iconische beelden een eigen leven gaan leiden. Een clichéwerkelijkheid die de afstand tussen ons als toeschouwer in ons veilige, welvarende deel van de wereld en de niet-westerling als op drift geraakt hulpeloos wezen alleen maar benadrukt en vergroot.

Het beeld van het negenjarige Vietnamese meisje Phan Ti Kim Phuc uit 1972, verbrand door napalm, bespoedigde het einde van de Amerikaanse inmenging in Vietnam. (AP Photo/Nick Ut/HH)Het beeld van het negenjarige Vietnamese meisje Phan Ti Kim Phuc uit 1972, verbrand door napalm, bespoedigde het einde van de Amerikaanse inmenging in Vietnam. (AP Photo/Nick Ut/HH)

Stereotype rollen

In haar onderzoek analyseert Zarzycka hoe hulporganisaties beelden van kinderen inzetten om donateurs tot geven te verleiden. Daarbij wordt vaak de (valse) suggestie gewekt dat er bij wijze van beloning een unieke persoonlijke relatie zal ontstaan tussen de gulle gever en het hulpeloze arme kind, meestal een meisje. Het kind heeft niet gewoon recht op voeding, gezondheidszorg en onderwijs zoals westerse kinderen, de gulle weldoener in de geïndustrialiseerde wereld ‘redt’ het kind.

Ook in succesvolle persfotografie, hoe integer ook gemaakt met de intentie om op een pakkende en esthetische manier verslag te doen van een conflictsituatie, trof Zarzycka een vergelijkbare retoriek aan. Kinderen zijn altijd onschuldig en hulpbehoevend, vrouwen worden eveneens gecast in stereotype rollen: de rouwende moeder of geliefde, het slachtoffer, de maagd die gered wordt door een man. En nog breder: niet-westerlingen worden zelden geportretteerd als zelfbewust handelende personen, maar meestal zwijgend, passief, vaak zonder naam en in elk geval zonder een eigen stem of mening.

Kritisch kijken

Onze onbewuste voorkeur voor deze clichématige beelden is al zo oud als de fotografie zelf, maar de vorm waarin ze ons bereiken is de laatste jaren fors veranderd. Oorlogsfotografie is allang niet meer alleen het domein van professionele persfotografen en klassieke media, schetst Zarzycka. Foto’s die indruk maken – zoals die van Aylan – verspreiden zich niet alleen razendsnel, maar gebruikers van sociale media zetten ze naar hun hand om uiting te geven aan hun gevoelens. Zo zien we op Twitter illustraties van de liggende Aylan als zandsculptuur, als een engeltje met vleugels, opgevangen in handen waar het bloed vanaf druipt, of juist in een veilig kinderbedje met een mobiel boven zijn hoofd. 'Verontrustend', noemt Zarzycka deze collectieve toe-eigening van de foto. 'Want Aylan is niet van ons allemaal.'

In een vervolgonderzoek wil Zarzycka beschrijven hoe beelden zoals dat van Aylan zich tegenwoordig gemakkelijk verplaatsen van het ene platform naar het andere: van een krant naar Twitter, naar een museum of misschien wel een spandoek in een protestmars. 'Door die snelle verspreiding wordt voor steeds meer producenten en gebruikers de vraag relevant hoe we ethisch omgaan met afbeeldingen van vluchtelingen. Hoe kunnen ze ons kunnen inspireren tot maatschappelijke verantwoordelijkheid, in plaats van tot voyeurisme en onproductieve sentimentaliteit?' Kritisch kijken naar beelden, waarbij we ons bewust zijn van de neiging tot een clichématige, rolbevestigende visie op de werkelijkheid, maakt daar in elk geval deel van uit, volgens de onderzoeker. Met haar onderzoek maakt zij inzichtelijk hoe wij beelden gebruiken om een complexe werkelijkheid te versimpelen en zo te framen dat ze naadloos past in ons wereldbeeld.

Meer informatie

In 2016 verschijnt bij uitgeverij Routledge het boek Gendered Tropes in War Photography: Mothers, Mourners, Soldiers, dat Zarzycka schreef op grond van haar Veni-onderzoek.


Bron: NWO