Politicus, let op uw woorden

De 'helderheid' van Wilders taalkundig ontleed

16 april 2015

Hoe politici overkomen is te herleiden tot keuzes in hun taalgebruik. Neerlandicus Maarten van Leeuwen toont dit aan in een vergelijkende studie naar toespraken van Alexander Pechtold, Ella Vogelaar en Geert Wilders, waarop hij vandaag in Leiden promoveert. Zijn onderzoek naar stijl en politiek maakt deel uit van het NWO-project 'Stilistiek van het Nederlands' uit de Vrije competitie.

Geert Wilders en Alexander Pechtold tijdens een debat in de Tweede Kamer  (Hollandse Hoogte)Geert Wilders en Alexander Pechtold tijdens een debat in de Tweede Kamer (Hollandse Hoogte)

Het onderzoek van Van Leeuwen is niet zozeer gericht op wat iemand zegt, maar op hoe hij het doet. 'Je kunt een verschijnsel in de werkelijkheid op verschillende manieren verwoorden', legt hij uit. Noem je opstandelingen bijvoorbeeld "terroristen" of  "vrijheidsstrijders"? En omschrijf je de Europese Unie als "een grote familie" of als "een bodemloze put"? Keuzes in het taalgebruik sturen de toehoorder in een bepaalde richting; ze leiden tot een verschillend beeld van datgene waarover je spreekt.’

Politieke beeldvorming

In zijn proefschrift richt Van Leeuwen zich op de vraag hoe de stijl van een spreker bijdraagt aan politieke beeldvorming. Ella Vogelaar, PvdA-minister van Wonen, Wijken en Integratie in het kabinet- Balkenende IV, stond bijvoorbeeld bekend als een wollig spreekster. Van Leeuwen laat zien dat deze indruk onder meer het resultaat was van haar gebruik van verwijswoorden als 'hierdoor' of 'daarmee' waarbij ze niet duidelijk maakte waar deze woorden op sloegen. Ook gebruikte Vogelaar veel afzwakkende woorden zoals 'soms', 'sommige' of 'vrijwel', bouwde ze haar zinnen dikwijls ingewikkeld op en gaf ze geen sprekende voorbeelden.

De stijl van Wilders

PVV-politicus Geert Wilders staat juist bekend om zijn heldere taalgebruik. Ook die indruk is tot tal van formuleringskeuzes te herleiden, laat Van Leeuwen zien. 'Wilders haalt concrete voorbeelden aan om zijn punt te illustreren. Bijvoorbeeld door een opmerking als "Henk en Ingrid betalen voor Achmed en Fatima". Hierdoor is voor iedereen duidelijk waarover hij het heeft.' Daarnaast zoekt hij veelvuldig het einde van een semantische schaal: Nederlanders zijn het volgens hem niet 'beu' of 'zat' maar 'spuugzat'. Wilders creëert heldere hokjes door vaak de lidwoorden 'de' en 'het' te gebruiken, zoals in 'de Haagse politiek', 'de Nederlanders'. Dat draagt bij aan de indruk van helderheid, aldus Van Leeuwen: 'Wilders suggereert hiermee eenduidige, categorieën, terwijl er in werkelijkheid binnen zo’n groep veel meer diversiteit is. Vogelaar gebruikte minder vaak lidwoorden, sprak van "mensen" of "jonge moslima's" en liet dus groepen onbepaald.'

Haagse insider of man van het volk

Een andere vergelijking in het proefschrift is die tussen Wilders en D66-leider Alexander Pechtold. Hoewel Wilders een raspoliticus is die al zestien jaar meeloopt in Den Haag, weet hij toch de indruk te wekken een buitenstaander en man van het volk te zijn. Pechtold daarentegen komt over als een politieke insider, die een zekere afstand bewaart tot de samenleving. Het taalgebruik van beide politici draagt hieraan bij, zo toont Van Leeuwen aan. Pechtold spreekt bijvoorbeeld vaker zijn collega’s rechtstreeks toe. In Pechtolds toespraak tijdens de eerste termijn van de algemene politieke beschouwingen van 2008 telde Van Leeuwen 48 maal het gebruik van 'u' of 'uw' door Pechtold en 0 keer door Wilders. In hun toespraken tijdens de algemene beschouwingen van 2009 was de verhouding 34 staat tot 5. Door andere politici rechtstreeks toe te spreken suggereert Pechtold met zijn colleg'’s in onderling gesprek te zijn, terwijl Wilders door hen in de derde persoon aan te duiden meer afstand creëert. Ook gaan beide politici verschillend om met jargon. Van Leeuwen: 'Als Pechtold jargon gebruikt, legt hij dat niet uit. De insiders hebben dat ook niet nodig. Wilders legt jargon wél uit. Zo richt hij zich primair tot een gehoor buiten het politieke bedrijf.'

Stijlonderzoek nieuw voor Nederland

Systematische analyse van stijl kent in Angelsaksische landen een rijke traditie, maar heeft Nederland tot op heden geen vaste voet aan de grond gekregen. Het NWO-project Stilistiek van het Nederlands, waar Van Leeuwens onderzoek deel van uitmaakt, heeft tot doel hierin verandering te brengen. Het onderzoek naar stijl en politiek heeft een belangrijk methodologische component. De analyses hebben tot doel te demonstreren hoe je stijl kunt onderzoeken. Maar ook voor niet-wetenschappers zijn de uitkomsten van Van Leeuwens studie interessant. 'Mijn onderzoek geeft inzicht in hoe stijl werkt in de politiek. Speechschrijvers en journalisten kunnen er hun voordeel mee doen,' aldus Van Leeuwen.

Het NWO-project Stilistiek van het Nederlands heeft behalve het proefschrift van Van Leeuwen ook de dissertatie De stijl van gewoon proza opgeleverd, geschreven door Suzanne Fagel. Ninke Stukker en Arie Verhagen leggen op dit moment de laatste hand aan het boek Stilistiek van het Nederlands.

Maarten van Leeuwen promoveert op donderdag 16 april om 15.00 uur in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden.

Meer informatie


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Geesteswetenschappen

Programma

Vrije competitie

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)