Middeleeuwse muziek tot leven gewekt

Speurtocht in archieven leidt naar verrassende hypothese

11 september 2015

Anders dan altijd werd gedacht, beschikte Utrecht reeds in de late middeleeuwen over een verfijnde muziekcultuur. Dit maakt muziekwetenschapper Eliane Fankhauser aannemelijk op grond van een collectie perkamenten vellen van rond 1400, met daarop de notatie voor meerstemmige muziek. De vellen werden al begin vorige eeuw ontdekt, maar zijn nu voor het eerst uitgebreid onderzocht. Het promotieonderzoek is gefinancierd door NWO Geesteswetenschappen.

In het Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis reconstrueert Fankhauser de geschiedenis van een collectie nauwkeurig beschreven middeleeuwse foliovellen met een complex muziekschrift voor meerstemmige gezongen muziek. De reconstructie leidt tot een verrassende hypothese: Fankhauser acht het waarschijnlijk dat de meerstemmige stukken destijds niet aan het Haagse hof zijn uitgevoerd, zoals eerder werd aangenomen, maar in de stad Utrecht. Mogelijk in de Oudmunsterkerk, die tot de zestiende eeuw aan het huidige Domplein stond.

Met behulp van UV-licht maakte muziekwetenschapper Eliane Fankhauser verdwenen schrift weer zichtbaar. (Utrecht Universiteitsbibliotheek, Hs. 1846, I, fol. VI)Met behulp van UV-licht maakte muziekwetenschapper Eliane Fankhauser verdwenen schrift weer zichtbaar. (Utrecht Universiteitsbibliotheek, Hs. 1846, I, fol. VI)

Reconstructie met Photoshop

Fankhauser onderzocht elf perkamenten vellen uit de collectie van de Universiteit Utrecht. Ze waren deels redelijk intact, maar deels ook beschadigd, onder meer doordat ze in de vroege zestiende eeuw werden bijgesneden en als schutbladen verlijmd in boeken. Fankhauser heeft de handschriften exact opgemeten en gekarakteriseerd. Ze gebruikte uv-straling om verdwenen schrift weer zichtbaar te maken. Met het vormgevingsprogramma Photoshop drukte ze kleuren naar de voor- of achtergrond projecteerde soms twee foto's van een beschadigd vel over elkaar heen. Zo wist ze enkele vellen weer volledig leesbaar te maken, en daarmee de muziek uitvoerbaar. Ze spitte de stadsarchieven door en volgde het spoor van de muziek terug in de tijd.

Promovenda Eliane Fankhauser heeft de handschriften exact opgemeten en gekarakteriseerd. Met behulp van Photoshop wist ze enkele vellen weer volledig leesbaar te maken en daarmee de muziek uitvoerbaar.Promovenda Eliane Fankhauser heeft de handschriften exact opgemeten en gekarakteriseerd. Met behulp van Photoshop wist ze enkele vellen weer volledig leesbaar te maken en daarmee de muziek uitvoerbaar.

Het spoor terug

De Utrechtse vellen werden begin vorige eeuw ontdekt door het hoofd Bijzondere Collecties van de Universiteit Utrecht. Ze zaten vastgeplakt tegen de voor- en achterkaft van vijf boeken uit de zestiende eeuw, sommige met een juridische teksten, andere bedoeld voor bijbelstudie. De boeken waren in 1602 aan de bibliotheek nagelaten door Evert van de Poll, een destijds prominente Utrechtse advocaat. Van de Poll erfde de boeken op zijn beurt van zijn oom, vermoedt Fankhauser. En die zou ze bemachtigd kunnen hebben tijdens de Reformatie, toen bezittingen van de Katholieke Kerk op grote schaal in beslag werden genomen en aan privépersonen verkocht. De oorspronkelijke eigenaar van de boeken was mogelijk Jan van Renesse, deken van het kapittel behorend bij de Sint Jans-kerk in Utrecht. Het binnenwerk werd in Basel en Venetië gedrukt en naar Utrecht gestuurd, waar het werd ingebonden. Op grond van hun kaft en hun bindwijze zijn de vijf boeken te herleiden tot één man: Dirck Claesz Roest, ook wel genoemd die boeckebynder.

De middeleeuwse perkamentbladen met muzieknotatie werden vastgeplakt tegen boekkaften en zijn begin vorige eeuw ontdekt in de collectie van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (Utrecht Universiteitsbibliotheek, Hs. 1846, I, fol. I)De middeleeuwse perkamentbladen met muzieknotatie werden vastgeplakt tegen boekkaften en zijn begin vorige eeuw ontdekt in de collectie van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (Utrecht Universiteitsbibliotheek, Hs. 1846, I, fol. I)

Middeleeuwse recycling

Hoe kwamen de muziekbladen van een kerk, waar de muziek werd uitgevoerd, in een boek? Fankhauser schetst een boekbinderswerkplaats aan het begin van de zeventiende eeuw. 'We vinden in de boeken die door Dirck Roest gebonden zijn de meest uiteenlopende opgeknipte perkamenten vellen als schutblad terug. Eén boek heeft bijvoorbeeld aan de voorkant bladmuziek en aan de achterkant een oorkonde. Het lijkt er dus op dat Roest ergens een stapel recyclemateriaal had liggen: losse perkamenten bladen van allerlei herkomst, waarmee hij ter versteviging de binnenkant van de boekkaften beplakte.' Het beeld van die nonchalante stapel vellen in de boekbinderswerkplaats is cruciaal. Immers, het is waarschijnlijk dat de muziekbladen zo'n twee eeuwen na hun ontstaan van de hand zijn gedaan door een bron in dezelfde stad: Utrecht dus, met zijn vele katholieke kapittels. De pijlen wijzen in het bijzonder naar het kapittel van Oudmunster, met zijn vermogende kanunniken die al opmerkelijk vroeg beschikten over een orgel en die bovendien goede banden hadden met boekbinder Roest. Haar reconstructie brengt Fankhauser tot de aanname dat in Utrecht rond 1400 meerstemmige muziek werd gezongen. Dat zou een historische herziening zijn. Tot nu toe ging men ervan uit dat slechts enkele plekken in de noordelijke Lage Landen zo’n verfijnde muziekcultuur kenden, waaronder de hoven in Den Haag en Schoonhoven. Utrecht kwam nog niet eerder in beeld.

Muziekhistorisch monnikenwerk

Fankhauser zoekt door in Utrechtse archieven. Om haar hypothese te toetsen pluist ze eindeloos middeleeuwse documenten uit op zoek naar verdere aanwijzingen voor een polyfone traditie in Utrecht: rekeningen van kapittels, inventarissen, memorieboeken. 'Muziekhistorisch monnikenwerk', beaamt Fankhauser. 'Maar ook als ik niets vind, is het van belang dat dit werk ooit gedaan is.' In 2017 hoopt ze haar promotieonderzoek af te ronden.

Meer informatie


Bron: NWO