'De mens' bestaat niet

5 november 2015

Debatten over wat de samenleving mag en moet met het menselijk lichaam worden vervuild door impliciete verschillen in mensbeeld. Door deze verschillen te benoemen, kunnen bio-ethische debatten zuiverder worden gevoerd en leiden ze tot betere oplossingen. Dit stelt filosofe Caroline Harnacke (UU) op grond van NWO-onderzoek. Op vrijdag 6 november verdedigt zij haar proefschrift 'From human nature to moral judgments, reframing debates about disability and enhancement'.

'De mens' bestaat niet

In hoeverre mogen ouders voor de zwangerschap medische technologie gebruiken om hun kind gewenste eigenschappen mee te geven, zoals gezondheid, talenten, een fraai uiterlijk of een bepaald geslacht? Het debat over designer babies is een van de voorbeelden waar Caroline Harnacke haar filosofische analyse op loslaat. Nu zijn de mogelijkheden nog beperkt, maar in de toekomst kunnen we misschien genetisch gemodificeerde embryo's 'kweken', zoals dat nu met nieuwe plantenrassen gebeurt. In de discussie over wat ethisch aanvaardbaar is, praten aanhangers van twee mensbeelden langs elkaar heen, volgens Harnacke. 'Sommigen zien de mens als een specifiek soort dier, dat dankzij millennia van evolutie tot stand is gekomen en nog volop in ontwikkeling is. Vanuit dit naturalistische mensbeeld lijkt mensverbetering een kleine stap. Anderen stellen juist dat de mens zich van andere dieren onderscheidt door een eigen menselijke waardigheid. Uit dit normatieve mensbeeld lijkt die waardigheid al snel aangetast te worden.'

Baby's kweken

Door misverstanden komen zo twee partijen tegenover elkaar te staan, signaleert Harnacke. Het naturalistische en het normatieve mensbeeld – mits onderkend – sluiten elkaar niet uit, maar hebben elkaar juist nodig. 'Alleen het normatieve mensbeeld is een goede basis voor uitspraken over wat wel en niet ethisch toelaatbaar is. Vinden we bijvoorbeeld vrijheid van handelen typisch voor de menselijke waardigheid? Dan is dit een argument om ouders een zekere mate van vrijheid te gunnen om zelf te bepalen wat voor nageslacht ze krijgen. Het naturalistische mensbeeld bevat geen norm en rechtvaardigt dus ook geen ethische uitspraken. Wel beschrijft het op een natuurwetenschappelijke manier de mens als dier. We hebben dit mensbeeld nodig om goed te begrijpen wat we aan het doen zijn als we baby's 'kweken' en welke eigenschappen zich wel en niet genetisch laten bepalen. Voor een meisje met blond haar en blauwe ogen kunnen ouders kiezen, maar eigenschappen als 'intelligent' en 'sympathiek' laten zich niet programmeren.

Handicap en samenleving

Een ander debat dat Harnacke verheldert, is dat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover mensen met een handicap. Sinds enkele decennia is het gebruikelijk om een handicap niet puur als een medisch fenomeen te definiëren, maar als een beperking die deels door de samenleving wordt veroorzaakt. Mensen met een lichte verstandelijke beperking konden zich vijftig jaar geleden best redden, maar hebben in de huidige samenleving een handicap. Mensen wier benen verlamd zijn, hebben daar meer last van als openbare gebouwen alleen per trap toegankelijk zijn, en de schappen in de supermarkt twee meter hoog. Niet alleen het lichaam, ook de samenleving bepaalt dus hoezeer iemand gehandicapt is door zijn 'gebreken'. Om deze reden heeft het sociale model van gehandicapt zijn terrein gewonnen op het traditionele medische model. Het is in 2006 zelfs verankerd in de Convention on the Rights of Persons with Disabilities van de Verenigde Naties.

Onjuiste redenering

Vaak worden aan het sociale model van gehandicapt zijn allerlei opdrachten voor de maatschappij gekoppeld. Omdat een handicap deels door de samenleving wordt veroorzaakt, zou die samenleving ook verplicht zijn de opgeworpen beperkingen op te heffen. Maar dit is een onjuiste redenering, betoogt Harnacke. 'Een sociaal model zegt alleen iets over wát het is om gehandicapt te zijn. Voor een antwoord op de vraag wat de samenleving aan gehandicapten verplicht is, zijn morele principes nodig. "Alle volwassen mensen hebben stemrecht", is bijvoorbeeld zo’n moreel principe, opgenomen in het VN-verdrag over gehandicaptenrechten. Vanuit een sociale visie op gehandicapt zijn kun je stellen dat mensen met een verstandelijke beperking de facto het stemrecht wordt onthouden, omdat er voor hen geen geschikte informatie beschikbaar is over de programma's van verschillende politieke partijen. Zo ontstaat een zuiver ethisch betoog, dat de samenleving opdraag om in verkiezingstijd verstandelijk beperkten te begeleiden bij het maken van hun eigen politieke keuze.'

Misverstanden voorkomen

Harnacke kiest zelf geen positie in de debatten die ze analyseert. Ze hoopt dat de inzichten uit haar proefschrift ethici, artsen, beleidsmakers en betrokken leken bereiken. Zij hebben dan een instrumentarium om misverstanden te voorkomen, vastgelopen discussies vlot te trekken, meningsverschillen precies te benoemen, redeneringen te verhelderen en onjuiste argumentaties naar de prullenbak te verwijzen. ‘Zo’n instrumentarium is nodig om het debat over bio-ethische vragen adequaat te kunnen voeren’, aldus Harnacke. ‘En alleen met een adequaat debat kunnen we tot adequate oplossingen komen.’

Het onderzoek van Caroline Harnacke is onderdeel van het Horizon-project What can the humanities contribute to our practical self-understanding. Zij voerde haar onderzoek uit aan de Universiteit Utrecht onder begeleiding van prof. dr. Marcus Düwell. Het is onderdeel van een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Utrecht, de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer informatie

NWO-project 'What Can the Humanities Contribute to Our Practical Self-Understanding?'

 

Case 'Geesteswetenschappen en de vraag: wat is de mens? Een zoektocht naar het zelfbeeld van de mens'

 

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Geesteswetenschappen

Programma

Horizon