De Nederlandse sterrenkunde – een recept voor succes?

22 mei 2015

Op het snijvlak van geschiedenis en astronomie honoreerde NWO 5 jaar geleden een onderzoeksvoorstel dat als doel had uit te zoeken wat de redenen zijn voor het succes van de Nederlandse sterrenkunde. Inmiddels zijn de resultaten binnen en gebundeld. Wat kunnen we leren?

4 juni, 20:00-22:00 SPUI25, Amsterdam

Nederland lijkt de slechtst denkbare plaats om sterrenkundige waarnemingen te doen. Er is veel bewolking en dichte bebouwing waardoor het nooit helemaal donker wordt. Toch is Nederland een astronomische grootmacht. Hoe is dat mogelijk? In zijn boek ‘De Ontdekkers van de Hemel’ beschrijft David Baneke de Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw en zoekt hij antwoord op die vraag.

Het uitgangspunt daarbij is dat de geschiedenis van de sterrenkunde, net als van elk andere discipline, wordt bepaald door wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, maar ook door persoonlijke, politieke en institutionele factoren.

Tijdens een discussieavond gewijd aan het boek wordt deze vraag verder uitgediept en worden ook andere vakgebieden betrokken. Wat kunnen we leren van behaald succes? Zijn er standaardingrediënten aan te wijzen voor het succes van een vakgebied? En wat is de rol van bijvoorbeeld wetenschappers, universiteiten en beleidsmakers in het Nederland van nu?

Naar aanleiding van ‘De Ontdekkers van de Hemel’ zullen David Baneke, astronomen Harm Habing en Michiel van der Klis, wetenschapshistoricus Dirk van Delft en wetenschapsfilosoof Hans Radder van gedachten wisselen over deze vragen.

David Baneke studeerde geschiedenis. Momenteel werkt hij op de Universiteit Utrecht bij de masteropleiding History and Philosophy of Science. In 2008 publiceerde hij het goed ontvangen Synthetisch denken: natuurwetenschappers over hun rol in een moderne maatschappij, 1900-1940

Dirk van Delft is directeur van Museum Boerhaave en bijzonder hoogleraar ‘Materieel erfgoed van de natuurwetenschappen’ aan de Universiteit Leiden (Leidse Sterrewacht). Hij promoveerde op een biografie van Heike Kamerlingh Onnes. Zijn onderzoek richt zich op de Leidse natuurkunde sinds 1880.

Harm Habing is emeritus hoogleraar sterrenkunde in Leiden. Hij was wetenschappelijk directeur van de Leidse Sterrewacht, hoofdredacteur van het Europese wetenschappelijke vaktijdschrift Astronomy and Astrophysics en Principal Investigator van de Nederlands-Amerikaanse satelliet IRAS die voor het eerst de infraroodstraling van de gehele hemel in kaart bracht. Recentelijk publiceerde hij in twee boeken een overzicht van de geschiedenis van de sterrenkunde.

Michiel van der Klis is hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 2004 ontving hij de NWO-Spinozapremie voor zijn baanbrekende onderzoek aan de röntgenstraling van dubbelsterren. Sinds 2010 is van der Klis bovendien Akademiehoogleraar. Ook kreeg hij de Bruno Rossi Prize, de hoogste internationale onderscheiding in de hoge-energieastrofysica. Hij heeft verschillende organisatorische functies bekleed, waaronder het voorzitterschap van de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie (NOVA) en het Nationaal Comité voor de Astronomie (NCA). In de periode 2003-2006 was hij lid van het gebiedsbestuur van Exacte Wetenschappen van NWO.

Hans Radder is emeritus professor in de filosofie van de wetenschap en technologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Vorig jaar sprak hij zijn afscheidsrede uit over de filosofische rechtvaardiging en maatschappelijke legitimering van wetenschap. Naast filosofie heeft hij ook natuurkunde gestudeerd. Hans Radder heeft verschillende boeken gepubliceerd en was van 1980 tot 1987 redacteur van het filosofische tijdschrift Krisis.

De bijeenkomst is op 4 juni, van 20:00-22:00 in SPUI25 in Amsterdam, aanmelden kan hier.

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Exacte Wetenschappen Geesteswetenschappen