Baby gevoeliger voor angst vader dan moeder

21 januari 2015

Wanneer er fysiek gevaar dreigt, lijken baby’s meer angst te vertonen in het bijzijn van een angstige vader dan wanneer de moeder zich angstig gedraagt. Dat blijkt uit onderzoek van NWO-wetenschapper Eline Möller en haar collega’s van de Universiteit van Amsterdam. Ze publiceerde in oktober 2014 over haar onderzoeksresultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Developmental Science.

De onderzoekers wilden nagaan of aanmoedigingsgedrag en angstig gedrag van vaders en moeders een verschillend effect hebben op de angst van baby’s. Veertig moeders en 41 vaders namen samen met hun eenjarig kind deel aan het experiment. De baby werd op een met een glasplaat bedekte tafel neergezet met een geruite ondergrond. Op de helft van de tafel was die geruite ondergrond een stuk lager geplaatst. De glasplaat loopt door, maar voor de baby lijkt het alsof er een afgrond is. De moeder of vader van de baby bevond zich aan de andere kant van deze ‘visual cliff’ en moedigde het kind aan over te kruipen.

Gezichtsuitdrukkingen analyseren

De onderzoekers analyseerden tijdens de experimenten de gezichtsuitdrukkingen, gebaren en geluiden van de 81 baby’s en hun vader of moeder. Wanneer de vader zich angstig gedroeg (zoals: spieren aanspannen, nerveus bewegen, grote ogen opzetten, lippen stijfhouden of de baby aansporen voorzichtig te zijn) bleek dit samen te hangen met eveneens angstig gedrag van de baby (zoals huilen en mekkeren). Dit verband werd niet gevonden voor moeders en hun kinderen. Wanneer de vader zich echter niet of weinig angstig gedroeg, bleek dit gedrag ook bij de baby uit te blijven tijdens het kruipen over de ‘klif’. Moeders toonden duidelijkere gezichtsuitdrukkingen van aanmoediging dan vaders, maar dit bleek niet van invloed op de snelheid waarmee het kind de tafel overkroop. Het aanmoedigende gedrag van zowel vader als moeder bleek niet gerelateerd te zijn aan de mate van angst of vermijdingsgedrag van de baby.

Evolutionaire verklaring

Het onderzoek suggereert dat vaders een belangrijkere rol dan moeders spelen bij de angst van hun baby’s in situaties die een gevoel van fysiek gevaar oproepen. Dit geldt vooral voor baby’s die van zichzelf al een angstig temperament hebben. Volgens Eline Möller is vervolgonderzoek nodig om na te gaan of er sprake is van een causaal verband: waren de baby’s banger omdat de vaders angstig gedrag vertoonden, of werden de vaders banger omdat ze zagen dat hun kind angstig was?

Dat het kind mogelijk vatbaarder is voor het angstige gedrag van de vader dan de moeder, kan volgens Möller een evolutionaire verklaring hebben. “De vader is van oudsher gericht is op bescherming van het kind in de buitenwereld, terwijl moeders zich vaker toeleggen op bescherming binnenshuis, zoals het kind voeden en troosten,” geeft Möller aan. “Het kan dus zo zijn dat kinderen instinctief meer beïnvloed worden door de vader dan de moeder in externe (quasi-)gevaarlijke situaties”. En wat als het verband andersom is: dat de vader juist angstig wordt door het gedrag van het kind? “Als dat het geval is, zou het kunnen dat vaders onzekerder zijn in de interactie met jonge kinderen dan moeders, omdat ze minder tijd met het kind doorbrengen,” geeft Möller als mogelijke verklaring. “De vaders uit ons onderzoek brachten gemiddeld twee dagen per week minder door met hun kind dan de moeder.”

Eline Möller promoveert naar verwachting dit jaar op haar onderzoek naar de verschillende rol van moeders en vaders in de angstontwikkeling van kinderen. Het onderzoek maakt onderdeel uit van het door NWO gefinancierde Vici-project van Susan Bögels.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen Hersenen, Cognitie, Gedrag

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)