Dertien toekenningen programma Groen

8 mei 2015

Er gaan 13 projecten van start in het programma Groen - Fundament voor duurzame productie en verwerkingsketens in land- en tuinbouw. Het programma valt onder de 2 topsectoren Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, en Agri & Food.

Het NWO budget voor het gehele programma Groen bedraagt € 9,65 miljoen. Dit bedrag wordt in twee calls uitgezet. In deze eerste call moeten de kennisinstellingen de projecten uitvoeren in samenwerking met private en/of publieke partners die tenminste 10 procent van het benodigde projectbudget inbrengen. De beoordelingscommissie heeft 35 aanvragen beoordeeld.

GREENDISH: Food supply chains delivering sustainable and healthy diets
Prof. dr. ir. J.G.A.J. van der Vorst, WUR

GREENDISH ontwikkelt een instrument dat optimale betaalbare diëten formuleert vanuit het oogpunt van gezondheid en duurzaamheid, en dat de consequenties van veranderende diëten voor het ontwerp van de voedselketen kan aantonen. Een wiskundig beslissingsondersteunend model gaat eisen ten aanzien van nutriënten, gezondheid en duurzaamheid tegen elkaar afwegen. Na een test met bedrijfspartners worden de gevolgen van een populatieverschuiving naar een meer plantaardig dieet geanalyseerd. GREENDISH leidt tot 1) een rekenmodel met gegevens over consumentengroepen, groepen voedingsmiddelen, producten en voedingsstoffen; 2) inzicht in optimale (duurzame) voedingspatronen / menu's voor Nederlandse bevolkingssegmenten; 3) inzicht in betaalbaarheid, duurzaamheid en gezondheid van een meer plantaardig dieet, en 4) inzicht in de eisen die gezonde en duurzame menu’s stellen aan voedselketens.

Unravelling the mechanisms underlying health and productivity promoting agricultural practices by fine-mapping rhizosphere communities
Dr. ir. J. Helder, WUR/NIOO

Relatief eenvoudige vormen van bodem-management, zoals gewasrotatie, bevorderen de groei en ontwikkeling van gewassen. Deze landbouwkundige bewerkingen hebben een effect op de beschikbaarheid van nutriënten voor de plant en op het ziektenonderdrukkend vermogen van de bodem. Planten selecteren rond hun wortels (rhizosfeer) een specifiek een deel van het bodemleven. Dit voorstel onderzoekt de rhizosfeer-gemeenschappen van vijf gewassen en volgt de kwantitatief belangrijkste groepen van het bodemvoedselweb: bacteriën, schimmels, protozoën en nematoden. De onderzoekers monitoren de effecten van bodem-management op de rhizosfeer in de tijd. Uiteindelijk willen we gewasspecifieke diagnostiek ontwikkelen voor een optimaal en duurzaam gebruik van het bodemleven.

The relative importance of wild pollinators as an agricultural input in seed production
Dr. ir. D. Kleijn, WUR

Ecosysteemdiensten zijn diensten die de natuur aan de mens levert. Dit project onderzoekt of en hoe wilde bestuivers traditionele landbouwkundige hulpbronnen zoals (kunst)mest kunnen vervangen of aanvullen. We gebruiken de zaadproductie van hybride prei in Zuid-Europa als modelsysteem. We onderzoeken de relatieve bijdrage aan zaadproductie van bestuivers in vergelijking met beschikbaarheid van voedingsstoffen en water. Is het aantal of de soortenrijkdom van bestuivers belangrijker voor effectieve bestuiving? Met de onderzoeksresultaten ontwerpen we strategieën die effecten van bestuivers en externe hulpmiddelen combineren voor een optimale zaadproductie en een gezonde populatie wilde bestuivers.

More roses for less: Balancing between crop production, fungal diseases and energy use in greenhouses
Prof. dr. ir. L.F.M. Marcelis, WUR

De glastuinbouw werkt aan productieverhoging en aan terugdringing van het energieverbruik en van chemische bestrijdingsmiddelen. Interacties tussen het microklimaat in kassen, de plantengroei en de ontwikkeling van ziekten en plagen (schimmelziektes) beperken dat streven. Dit project ontwikkelt een nieuwe 3D modelbenadering die de interacties tussen plant, microklimaat en schimmels integreert, specifiek voor de snijrozenteelt en echte meeldauw. Zo kunnen we strategieën ontwikkelen die klimaatbeheersing, belichting (vooral de toepassing van LED belichting), gewasmanagement, energiegebruik en gewasbeschermingsmaatregelen optimaal op elkaar afstemmen.

A biodiversity approach to develop multispecies microbial inoculants for sustainable crop protection
Dr. A.L.C. Jousset, UU

Plantenziekten veroorzaken wereldwijd tot wel 20 procent opbrengstverlies in de landbouw. Een ecologisch verantwoorde bestrijding van plantenziekten is onmisbaar voor duurzame landbouw. Sommige bacteriën remmen ziekteverwekkers en kunnen worden ingezet als biologische bestrijders. Door zorgvuldige samenstelling van gemeenschappen van deze bacteriën kunnen planten op een effectieve en duurzame manier gezond worden gehouden. Dit project zal vanuit een theoretische analyse leiden tot de ontwikkeling van een direct toepasbare biologische bemesting tegen bruinrot, een ernstige plantenziekte die de Nederlandse landbouw regelmatig bedreigt.

Highly branched starches
Prof. dr. M.J.E.C. van der Maarel, RUG

Zetmeel is de belangrijkste energiebron van ons lichaam. In veel samengestelde voedingsmiddelen zoals vanillevla worden bewerkt zetmeel en afgeleide producten gebruikt om textuur te geven. Alle vormen van zetmeel worden in de dunne darm afgebroken tot glucose, dat in het bloed wordt opgenomen en de energiebron van het lichaam is. Dit geeft schommelende bloed glucose spiegels die kunnen leiden tot overgewicht en type 2 diabetes, ook bij jonge kinderen die vaak en veel snel verteerbare zetmeel en suikers eten. De onderzoekers gaan langzaam verteerbare zetmeel ontwikkelen die een gewenste textuur aan voedingsmiddelen kan geven.

Clever Cover Cropping: Synergistic Mixtures for Sustainable Soils
Prof. dr. E. Hoffland, WUR/NIOO
Hogere biodiversiteit leidt tot hogere productie en toevoer van organisch materiaal naar de bodem, en tot accumulatie van duurzame bodem-organische stof. Dat werkt opbrengstverhogend en bevordert essentiële ecosysteemfuncties van de bodem. Dit project onderzoekt of diversificatie en menging van gewassen deze gewenste effecten in de akkerbouw kunnen realiseren. We gebruiken vanggewassen die buiten het groeiseizoen worden geteeld en vervolgens als dood materiaal in de bodem belanden. Dit project moet bijdragen aan vergroening en gewasdiversificatie, en een hogere productie van het hoofdgewas met minder gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.

Linking aboveground-belowground interactions and plant-soil feedback to improve pest control and sustainability in greenhouse cut-flowers
Dr. T.M. Bezemer, NIOO

Chrysant is het belangrijkste snijbloemgewas in Nederlandse kassen. Om ziekte-uitbraken te beperken wordt de grond regelmatig gesteriliseerd door te stomen. Inoculatie van gesteriliseerde grond met gemeenschappen van bodemmicro-organismen kan de weerbaarheid tegen bodemziektes verhogen, ook tegen bovengrondse plantbelagers. Wij onderzoeken hoe die inoculatie de gevoeligheid voor bovengrondse plaaginsecten beïnvloedt, en het effect op de natuurlijke vijanden van bovengrondse plagen, ofwel de biologische bestrijding van deze plagen. Uiteindelijke willen we bodeminocula ontwikkelen die de weerbaarheid van snijbloemen tegen zowel ondergrondse als bovengrondse ziekten en plagen verhoogt.

SQUASH: a Soil Quality Universally Applicable Soil Health assessment system
Dr. R.G.M. de Goede, WUR

Er is dringend behoefte aan een beoordelingssysteem dat bodemkwaliteitsindicatoren koppelt aan ecosysteemfuncties. Dit project gaat een methode ontwikkelen voor het afleiden van bodemkwaliteitsindicatoren door invoeging van deze indicatoren in SQUASH, een te ontwikkelen bodemkwaliteitsbeoordelingssysteem. Algemene principes over relaties tussen diversiteit en ecosysteemfunctioneren vormen de basis voor de nieuwe universele methode om bio-indicatoren af te leiden. Deze nieuwe indicatoren worden samen met bodemchemische en -fysische informatie opgenomen in SQUASH om zo ecosysteemfuncties te beoordelen. Het project leidt tot een internetapplicatie die indicatoren berekent en in een SQUASHmodule die eindgebruikers adviseert over de status van specifieke ecosysteemfuncties.

Green aquafeeds: unlocking non-starch polysaccharides to improve feed utilization and probiotic benefits
Prof. dr. J.A.J. Verreth, WUR

Een belangrijk streven bij duurzaam geproduceerd visvoer is vismeel vervangen door plantaardige ingrediënten, maar vissen kunnen de vezels van plantaardige ingrediënten niet verteren. Toevoeging van enzymen die vezels afbreken kan de hoeveelheid vezels in het dieet toch verhogen. Toediening van probiotica verbetert de gezondheid en ziekteresistentie en dringen het antibioticum gebruik terug. Dit project onderzoekt de combinatie van enzym- en probioticatoevoegingen in het voer en wil snelle toepassingen in de aquacultuur tot stand brengen.

Dose-Dependent BABY BOOM function
Prof. dr. G.C. Angenent, WUR

Plantencellen kunnen regenereren na verwonding of in weefselkweek, ongeacht het ontwikkelingsstadium van de plant. Deze eigenschap kan gebruikt worden voor de klonale vermeerdering van planten in de groene sector of om pluripotentie (de mogelijkheid van een cel om uit te groeien tot meerdere celtypes) te bestuderen. Tot nu toe ging het optimaliseren van protocollen voor regeneratie voor op het begrijpen van het achterliggende mechanisme. Dit project wil het moleculaire mechanisme achterhalen waarop het BABY BOOM eiwit regeneratie van plantencellen kan veroorzaken.

Selective polysaccharide oxidation
Prof. dr. J.H. Bitter, WUR

Polymeren worden veel gebruikt in onder meer lijmen, luiers en boorvloeistof voor de olie- en gasindustrie, maar ze worden gemaakt uit fossiele, niet hernieuwbare bronnen. We onderzoeken nieuwe conversiemethodes en procesontwerpen om ‘groene’ vervangers van polymeren efficiënt te maken, met name polysacchariden uit aardappels en suikerbieten. Die polysacchariden moeten voorzien worden van anionische groepen. Nu worden daarvoor vaak chloorhoudende verbindingen gebruikt, met veel zout als bijproduct. Wij willen een katalytisch proces ontwikkelen met lucht als reactant. Ook bekijken we de hele productieketen van anionische polymeren op zoek naar verbeteringen.

Green Terpene: Sustainable production of terpenes by redesigning isoprene biosynthesis
Dr. R.A. Weusthuis, WUR

Terpenen zijn een grote klasse van natuurlijke producten die worden gebruikt voor onder meer geneesmiddelen, smaakstoffen, kleurstoffen, chemische bouwstenen en biobrandstoffen. Terpenen zijn oorspronkelijk geïsoleerd uit planten, maar de productie verschuift naar fermentatieprocessen. Die zijn echter te duur om te concurreren met olie-gebaseerde processen. We hebben een metabool netwerk ontwikkeld dat in theorie terpenen kan maken zonder zuurstof. Als dit innovatieve ontwerp gerealiseerd kan worden, zullen de productiekosten van terpeen drastisch dalen waardoor terpenen ook ingezet kunnen worden in lage-toegevoegde-waarde toepassingen in de chemische- of brandstofindustrie.


Bron: NWO