7 Toekenningen in beleidsgestuurde ronde polair programma

12 maart 2015

Binnen het Nederlands Polair Programma gaan zeven nieuwe projecten van start. In deze financieringsronde zijn de aanvragen zowel op wetenschappelijke kwaliteit als op beleidsrelevantie beoordeeld. Hiervoor zijn dan ook twee verschillende beoordelingscommissies ingesteld. Deze projecten, over zowel Antarctica als de Noordpool, zijn eveneens voorgelegd aan het IPO, het Interdepartementaal Polair Overleg waarin de financiers van het NPP verenigd zijn.

Searching for perennial firn aquifers in the Antarctic ice sheet
Prof.dr. M.R. van den Broeke, IMAU

De firn van Groenland, de laag van samengedrukte sneeuw die de ijskap bedekt, herbergt een reservoir van zoet water (aquifer) met bijna tweemaal de oppervlakte van Nederland. Alleen onder bijzondere klimatologische omstandigheden kan een aquifer zich handhaven in een koud klimaat: veel smelt in de zomer en veel sneeuwval in de winter. In dit project gaan we op zoek naar soortgelijke reservoirs in de ijskap van Antarctica, die nog kouder en tien maal groter is dan die van Groenland. Aquifers hebben een grote invloed op de wijze waarop de ijskap zijn zoetwater aan de oceaan afgeeft, en beïnvloeden daarmee oceaanstromingen en de mariene ecologie.

Extreme Greenland melt events: extending the record back to 1900
Prof.dr. M.R. van den Broeke, IMAU

Massaverlies van de Groenlandse ijskap vertegenwoordigt momenteel de grootste individuele bijdrage aan de stijging van de mondiale zeespiegel. De oorzaak is toegenomen oppervlakte-smelt. Maar hoe uitzonderlijk is deze recente smelt als we de hele 20e eeuw in beschouwing nemen? Dit onderzoek geeft antwoord op die vraag, door in detail voor de periode 1900-2014 de oppervlakte-massabalans van de ijskap uit te rekenen. Dit onderzoek draagt bij aan besluitvorming over aanpassingen aan en het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering in internationale fora waar wordt besloten over de toekomstige inrichting van het Noordpoolgebied.

Developing benefit-sharing standards in the Arctic: Toward coexistence of oil and gas companies and traditional indigenous communities
Prof. dr. ir. J.P.M. van Tatenhove, WUR

Inheemse gemeenschappen in het Arctische gebied profiteren niet vanzelfsprekend van de toenemende olie- en gaswinning in hun gebied. De oliesector heeft zich gecommitteerd aan mondiale standaarden maar de lokale implementatie hiervan verschilt sterk. Dit project onderzoekt verschillende financiële regelingen tussen inheemse gemeenschappen in Rusland en Alaska en de oliesector. Dit onderzoek wil Nederlandse beleidsmakers een advies kunnen geven over de vraag hoe mondiale standaarden kunnen worden aangepast om Arctische gemeenschappen meer en duurzaam te laten profiteren.

Viability of Antarctic Peninsula ice shelves under extreme climate change
Dr. C.H. Tijm-Reijmer, IMAU

Sinds de jaren ‘70 van de vorige eeuw zijn veel ijsplaten van het Antarctische Schiereiland kleiner geworden of opgebroken. Dit hangt samen met de extreme temperatuurtoename in deze regio in de afgelopen halve eeuw. Hierdoor treedt er meer smelt op waardoor de sneeuw verzadigd raakt met smeltwater. Dit water vult ijsspleten en vergroot deze, wat tot het opbreken van ijsplaten kan leiden. Wanneer ijsplaten opbreken gaan de gletsjers die de platen voeden sneller stromen en dragen daarmee bij aan het stijgen van het zeeniveau. In dit project onderzoeken we hoe extreem het klimaat moet veranderen om de ijsplaten van het Antarctische Schiereiland geheel te laten opbreken, en proberen we onzekerheden in de rol van smelt en sneeuwval te verkleinen.

Remote sensing based characterisation of functional diversity for polar ecosystems
Dr. ir. P.M. van Bodegom, VU

De prioriteit van het Nederlandse polaire beleid ligt bij een goede bescherming van natuur en milieu. Om tot beter natuurbeheer en internationale wetgeving te komen, moet de biodiversiteit bewaakt worden. Wij bieden door middel van innovatieve remote sensing faciliteiten een algemeen toepasbare, haalbare en kosteneffectieve techniek die de biodiversiteit van polaire ecosystemen in kaart kan brengen, ook in de afgelegen poolgebieden. Zo kunnen ruimtelijke patronen en hotspots van biodiversiteit vlakdekkend geschat worden om aanvullende internationale afspraken te ondersteunen.

Unravelling the annual cycle of an Arctic migrant in search of the cause of its decline
Dr. B.A. Nolet, NIOO

Waarom kelderen de aantallen toendrazwanen in Nederland? In de winter herbergt Nederland grote aantallen trekvogels. Nederland heeft daarvoor zijn internationale verantwoordelijkheid genomen door een aantal soorten als Natura 2000 doelsoort aan te wijzen, waaronder de kleine of toendrazwaan. Hun aantal dat in Nederland overwintert is de laatste 20 jaar gehalveerd. Dit onderzoek probeert te achterhalen of de oorzaak voor deze achteruitgang in de Arctis, in Nederland, of ergens daar tussenin is gelegen. Hiertoe worden ondermeer lange-termijn gegevens over aantallen, ringdata en jongentellingen gecombineerd in een integraal populatiemodel.

A sentinel for efficient flyway conservation: sanderlings can inform us about the downstream effects of changing High Arctic environments
Prof. dr. T. Piersma, NIOZ

Trekvogels uit de Poolstreken hebben het moeilijk. Dat kan liggen aan veranderingen op de toendra, maar ook aan veranderingen in de kustgebieden waar ze buiten de zomer verblijven. Het zou helpen als we begrijpen waar de trekvogels in problemen komen. Met behulp van al 5.550 individueel herkenbare drieteenstrandlopers die 53.400 waarnemingen opleverden langs de hele trekroute tussen Groenland en Zuid-Afrika, willen we bepalen waar en wanneer de meeste sterfte optreedt, en of omstandigheden in het Poolgebied de vogels elders langs de trekroute beïnvloeden.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Aard- en Levenswetenschappen

Programma

Nederlands polair programma

Speerpunt

Gebiedsspecifieke thema's