Afrikaanse moeders dokteren vaak zelf

4 september 2014

De kruidenkennis van Afrikaanse moeders speelt een grote rol in de ziektebestrijding bij hun kinderen. Moeders maken een keuze tussen de reguliere gezondheidszorg, kruidendokters en hun eigen medicinale kruidenkennis. De Leidse promovenda Alexandra Towns heeft onderzocht welke keuzes Afrikaanse moeders maken en welke middelen zij zelf gebruiken. Hiervan heeft zij 400 soorten verzameld en gedetermineerd in Naturalis. Het onderzoek vond plaats binnen het NWO Vidi-project van dr. Tinde van Andel.

Alexandra interviewt een lokale grootmoeder in Abomey (Benin) met behulp van een mannelijke tolk.Alexandra interviewt een lokale grootmoeder in Abomey (Benin) met behulp van een mannelijke tolk. Foto: Ibrahim Idrissa

Luchtweginfecties, diarree, malaria en mazelen zijn de verantwoordelijk voor de meeste gevallen van kindersterfte in Afrika. Internationale gezondheidsorganisaties besteden veel aandacht aan preventie en voorlichting. Om de gezondheid van kinderen in Afrika te verbeteren, is het belangrijk om te weten wat Afrikaanse moeders zelf eigenlijk doen als hun kind ziek is. Bijvoorbeeld welke kinderziektes moeders zelf onderscheiden, en te achterhalen welke beslissingen zij maken.

Bij welke aandoeningen gaan moeders wel naar een ziekenhuis? Wanneer behandelen ze hun kind liever zelf met medicinale planten? En in welk geval raadplegen ze een traditionele genezer? Zij blijken makkelijk te switchen tussen de moderne gezondheidszorg, de kruidendokter en hun eigen achtertuin. Geheel ongevaarlijk is dit laatste niet: niet alleen kunnen de symptomen een aanwijzing zijn voor een chronische ziekte als sikkelcelanemie, maar het gebruik van kruiden bij kleine kinderen kan ook gevaarlijk zijn.

Bij luchtweginfecties, diarree en darmklachten behandelen veel moeders hun kinderen met medicinale planten, vaak gekweekt in hun eigen achtertuin. Bij hoge koorts en malaria gingen ze het liefst direct naar een gezondheidscentrum. Maar er kwamen ook veel cultuurgebonden kinderziektes ter sprake waarvan artsen volgens de moeders geen verstand hadden. Zo gebruikten ze vaak kruidenbaden om hun kinderen snel te laten lopen, smeerden ze fijngestampte bladeren op de fontanel van hun baby om die te sluiten en gaven ze veelvuldig klisma’s met plantenextracten, zelfs aan pasgeborenen. Mochten de symptomen niet overgaan, dan raadpleegden ze een traditioneel genezer, want die waren volgens hen goed in het behandelen van ziektes met een bovennatuurlijke oorzaak.

Alexandra Towns ondervroeg 81 moeders en oma’s in Bénin (West Afrika) en Gabon (Centraal Afrika) over kinderziektes en het gebruik van medicinale planten. Na afloop van elk interview trok ze het bos in. Hier verzamelde ze op aanwijzing van de vrouwen zo’n 400 verschillende soorten geneeskrachtige boombast, bladeren en wortels, die ze later in het herbarium van Naturalis determineerde.

 

 


Bron: Universiteit Leiden