Op verstoting gebaseerde islamitische echtscheiding vaak ten onrechte niet erkend

22 december 2014

Islamitische echtscheidingen die gebaseerd zijn op verstoting van de vrouw door de man, worden in Europese landen door een gebrek aan kennis vaak ten onrechte niet erkend. Dit terwijl het niet erkennen van zo’n echtscheiding soms nog veel verstrekkendere negatieve gevolgen heeft dan wanneer de echtscheiding wel erkend zou zijn. Dit stelt NWO-onderzoeker Pauline Kruiniger. Ze promoveerde op 17 december aan de Universiteit Maastricht.

Het komt geregeld voor dat Europese autoriteiten islamitische echtscheidingen waarbij de man de vrouw verstoot niet erkennen. Deze autoriteiten gaan ervan uit dat dergelijke echtscheidingen fundamentele rechten van de vrouw schenden. Vrouwen zouden geen gelijke toegang tot de echtscheiding hebben en niet over dezelfde procedurele rechten beschikken als de man. Pauline Kruiniger toont in haar proefschrift echter de diversiteit van op verstoting gebaseerde Islamitische echtscheidingen aan. ‘Het stereotype beeld dat een man in een achterkamertje driemaal tegen zijn vrouw ‘Ik verstoot je’ zegt en dat de echtscheiding daardoor een feit is, is daarmee achterhaald,’ geeft Kruiniger aan.

De juriste onderzocht de echtscheidingspraktijk in Egypte, Iran, Marokko en Pakistan. Bij Iran en Marokko is tussenkomst van de rechter wettelijk verplicht, terwijl in Egypte en Pakistan er alleen een verplichte registratie- respectievelijk kennisgevingsprocedure doorlopen moet worden. Volgens de onderzoeker is het belangrijk om bij de keuze voor wel of niet erkennen na te gaan onder welke omstandigheden de echtscheiding destijds in het islamitische land voltrokken is. Zo biedt de voorwaarde in Marokko dat een rechter betrokken is bij de echtscheiding de verzekering dat de vrouw op de hoogte is van de echtscheiding en dat de man zijn financiële verplichtingen richting de vrouw nakomt. Op die manier voorziet het Marokkaanse recht in meer waarborgen om de rechten van de vrouw te beschermen.

Wanneer Europese autoriteiten echter blijven vasthouden aan een formele gelijkheid tussen man en vrouw, en op grond van het ontbreken daarvan echtscheidingen niet erkennen, dan worden er volgens de onderzoeker andere fundamentele rechten geschonden. Het maakt het de man of vrouw bijvoorbeeld onmogelijk opnieuw te trouwen. Beiden zullen een nieuwe echtscheidingsprocedure moeten doorlopen die geld en tijd kost. In de tussentijd zal de man of vrouw vanwege de gehuwde staat bijvoorbeeld ook geen aanspraak kunnen maken op bepaalde (sociale) voorzieningen.

Niet erkennen problematisch

De onderzoeker heeft het erkenningsbeleid van Nederland, Engeland en Frankrijk geanalyseerd via wetgeving en rechtspraak. Ze stuitte daarbij op verschillende problemen rondom de erkenning. De autoriteiten beschikken meestal over onvoldoende kennis van de diversiteit van het islamitische echtscheidingsrecht. Daarnaast zijn er vaak verschillende ambtenaren bij de al dan niet erkenning betrokken, met als mogelijk gevolg een verschillend oordeel over een en dezelfde verstoting. Soms is de keuze om een islamitische echtscheiding wel of niet te erkennen politiek getint, bijvoorbeeld door de politieke wens om (moslim)immigratie te beperken.

Mogelijke oplossingen

Wanneer het ene Europese land de islamitische echtscheiding wel erkent en het andere land niet, kan dit het vrij verkeer van personen binnen Europa belemmeren. Een haalbare oplossing is volgens de onderzoeker als de Europese wetgever en overheden een Europese verordening in het leven roepen die toeziet op de wederzijdse erkenning van beslissingen uit een EU-lidstaat. Op die manier zal een echtscheidingserkenning in de ene EU-lidstaat automatisch ook in de andere lidstaten geaccepteerd worden.

Het proefschrift van Kruiniger vormt een handboek voor autoriteiten om de verschillende verschijningsvormen van de op verstoting gebaseerde echtscheidingen beter te begrijpen. Daarnaast loont het volgens de onderzoeker om richtlijnen, juridisch onderwijs en trainingen aan te bieden. Deze middelen kunnen de verschillende actoren van de nodige kennis van het islamitisch echtscheidingsrecht voorzien om de vraag naar erkenning correct te kunnen beoordelen.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met een financiering uit de Vrije competitie van NWO.

Bron: NWO