Klimaatverandering leidt tot meer en minder fietsen

9 december 2014

Hetere en nattere zomers leiden tot meer autogebruik; zachtere winters tot meer fietsen. Dit concludeert NWO-onderzoeker Lars Böcker die op zijn dissertatie over de relaties tussen weer, ruimtelijke beleving en mobiliteitskeuzes hoopt te promoveren aan de Universiteit Utrecht op 19 december a.s.

Veranderende weersomstandigheden zijn de afgelopen jaren een belangrijk thema geworden in het vervoer. Vervoersgeograaf Lars Böcker bestudeerde de effecten van normale weersomstandigheden op dagelijks verplaatsingsgedrag. Hij keek naar de invloed van weer en klimaat op de dagelijkse vervoermiddelkeuze van mensen en op subjectieve belevingen en emoties van weer en ruimte.

Meer fietsen, behalve bij extreem zomerweer

'Neerslag, bewolking, wind en lagere temperaturen, maar ook hitte vanaf 25˚C, hebben een negatief effect op fietsen en leiden tot een toename in met name autogebruik,' constateert Böcker. De effecten van weer op fietsgedrag zijn over het algemeen sterker in afgelegen dun bebouwde open gebieden dan in centraal gelegen dichtbebouwde beschutte gebieden.

In een toekomstig warmer klimaat, zal er in de Randstad over de gehele linie naar verwachting meer gefietst worden, met name ten koste van het autogebruik. Dit is echter niet het geval in de zomer. Deze wordt door hitte en extremere neerslag minder aantrekkelijk om te fietsen.'

Fietsers en wandelaars positiever over omgeving

Uiteraard zijn fietsers gevoeliger voor het weer dan automobilisten. 'Sommige weertypen zoals regen, wind en hitte, geven een minder positieve emotionele reisbeleving,' stelt Böcker. Het is zelfs zo dat kou, neerslag, bewolking en wind ertoe leiden dat mensen ruimtelijke omgevingen onderweg als minder mooi, levendig en gemoedelijk ervaren. Over het algemeen geldt verder dat wandelaars en fietsers de ruimte om hen heen positiever waarderen dan auto­ en OV­gebruikers.

Fietsers en wandelaars beter faciliteren

Böcker’s onderzoek levert een aantal praktische aanbevelingen op voor gemeenten. 'Die doen er goed aan om bij de aanleg van fietsinfrastructuur rekening te houden met een mogelijke toename van fietsgebruik als de huidige klimaatverandering doorzet. Stedelijk ontwerpers kunnen ingrijpen in de mate waarin de weinig beschutte wandelaar en fietser blootgesteld worden aan het weer. Zorg voor verkoeling met bedekkend groen en voor beschutting tegen regen en wind met overkappingen of windschermen.' Ook verkeerskundigen geeft Böcker een tip: 'Corrigeer bij het analyseren van vervoerstrends, bijvoorbeeld bij het evalueren van het gebruik van fietsinfrastructuur, voor korte termijn weerschommelingen die een significante invloed uitoefenen op vervoermiddelkeuzen.'

Meer informatie

Het promotie-onderzoek ‘Climate, Weather and Daily Mobility: Transport Mode Choices and Travel Experiences in the Randstad Holland' door Lars Böcker maakt deel uit van het programma 'CESAR: Climate and Environmental change and Sustainable Accessibility of the Randstad', een onderdeel van het NWO-programma Duurzame Bereikbaarheid van de Randstad. Promotor is prof. dr. Martin Dijst en copromotor is dr. Jan Prillwitz.

Lees ook de korte Nederlandse samenvatting van het proefschrift en bekijk de CESAR-film.

Aankondiging promotie van de Universiteit Utrecht

Bron: NWO