Aanzienlijke samenhang tussen werkgeheugen en rekenvaardigheden

11 september 2014

Het promotieonderzoek van Ilona Friso-van den Bos werpt meer licht op de relaties tussen getalbegrip, rekenvaardigheden en werkgeheugen. Haar onderzoek geeft aanknopingspunten voor de invulling van het kleuteronderwijs op het gebied van rekenen. Friso-van den Bos promoveert op vrijdag 12 september aan de Universiteit Utrecht.

De onderzoekster deed literatuuronderzoek, maar keek ook naar de praktijk van het kleuteronderwijs. Uit haar studie wordt duidelijk hoe werkgeheugenvaardigheden het rekenen van kinderen beïnvloeden en omgekeerd. Haar onderzoek levert ook aanknopingspunten op voor het trainen van verschillende rekenvaardigheden bij kleuters.

Hoe beter het werkgeheugen, hoe beter het rekenen

De capaciteit van het werkgeheugen kan gebruikt worden om zowel getalbegrip als rekenvaardigheden te voorspellen. Friso-van den Bos: ‘Maar de bijdrage van verscheidene werkgeheugencomponenten varieert per domein van getalvaardigheden. Verschillende rekentoetsen doen immers een verschillend beroep op het werkgeheugen. Met name brede, genormeerde toetsen hangen nauw samen met werkgeheugenvaardigheden. Ook maakt het uit hoe het werkgeheugen gemeten wordt, en andere methodologische facetten van studies zoals keuze van de steekproef, blijken van invloed te zijn op de gevonden verbanden.’

Non-symbolisch getalbegrip kun je niet trainen

‘Bij getalbegrip maken we een onderscheid tussen symbolisch en non-symbolisch getalbegrip. Symbolisch getalbegrip gaat over bijvoorbeeld het leren van de telrij en telwoorden. Bij non-symbolisch getalbegrip kunnen kinderen bij twee verschillende groepjes stippen bijvoorbeeld zeggen welk groepje stippen het grootst is. Uit mijn onderzoek blijkt dat beide vormen van getalbegrip van belang zijn voor de latere ontwikkeling van getalbegrip. Verscheidene sets werkgeheugencomponenten, zoals het vermogen om verbale en visueel-ruimtelijke informatie op te slaan of informatie te reguleren, hebben een voorspellende waarde voor hoe deze beide vormen van getalbegrip zich zullen ontwikkelen bij kinderen. Vooral symbolisch getalbegrip gaat bij kinderen vooruit als ze goed getraind worden, met name in tellen. Maar non-symbolisch getalbegrip kan vrijwel niet getraind worden.’

Liever getalbegrip trainen dan werkgeheugen trainen

Uit Friso’s onderzoek blijkt dat een getalbegripstraining voordelig is voor het rekenniveau van kleuters, in tegenstelling tot een werkgeheugentraining. ‘Ook zien we dat als we een specifiekere training aanbieden, een teltraining wel vooruitgang in getalbegrip en rekenen teweeg brengt, maar een getallenlijntraining niet. Daarnaast weten we dat het belasten van het werkgeheugen een factor is waarmee rekening gehouden moet worden bij het aanbieden van rekenlessen in de klas en opgaven in de toetsen.’

Getalbegrip en rekenvaardigheden voorspellen elkaar

Tot slot concludeert Friso-van den Bos dat getalbegrip een consistente voorspeller is van rekenvaardigheden en omgekeerd. ‘De mate waarin kinderen een goed getalbegrip hebben, zegt iets over hun latere rekenvaardigheden. Het omgekeerde is ook het geval. Door te leren rekenen, krijgen kinderen een beter inzicht in getallen en hoe deze zich verhouden.’

Achtergrondinformatie

Het promotieonderzoek ‘Facilitating the transition to symbolic number representations: The role of working memory and number sense’ is uitgevoerd aan de Universiteit Utrecht en gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO) van NWO dat nu onder NRO valt.


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

Programma

Programmaraad voor het onderwijsonderzoek (PROO)

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014)