Burgers onvoldoende beschermd tegen onkunde bij juridisch conflict met overheid

5 juni 2014

Burgers die zichzelf vertegenwoordigen in een juridisch conflict met de overheid, wordt te weinig bescherming geboden tegen hun gebrek aan juridische deskundigheid. Dat concludeert Adriaan Mallan in het proefschrift waarop hij op 4 juni promoveert aan Tilburg University. Hij doet de aanbeveling om de aanpak in het Duitse bestuursprocesrecht te volgen.

In het bestuursprocesrecht geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging. Een belangrijke reden daarvoor is de gedachte dat rechtsbescherming tegen de overheid geen kostbare aangelegenheid mag zijn voor burgers. Dat betekent wel dat de procedure zo moet zijn ingericht, dat burgers die zichzelf vertegenwoordigen vanwege hun gebrek aan juridische deskundigheid niet vastlopen in de procedure of anderszins niet optimaal procederen. Doorgaans wordt aangenomen dat om die reden de bestuursrechtelijke procedure laagdrempelig moet zijn en dat de rechter daarbinnen een actieve rol moet spelen.

De aanleiding voor het onderzoek van Adriaan Mallan werd gevormd door ontwikkelingen die niet lijken te stroken met deze uitgangspunten. Een voorbeeld is de ‘onderdelentrechter-jurisprudentie’, die inhoudt dat de burger in de fase van beroep bij de rechter niet tegen onderdelen van het besluit mag opkomen die hij niet ook al in de bezwaarfase aan de orde heeft gesteld. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling dat de rechter nauwelijks zelfstandig de rechtmatigheid beoordeelt van beslissingen van het bestuur: hij beperkt zich tot de gronden die de burger ertegen aanvoert.

Mallan concludeert op grond van zijn onderzoek dat burgers die zichzelf vertegenwoordigen te weinig bescherming wordt geboden tegen hun gebrek aan juridische deskundigheid. De belangrijkste reden is dat de rechter zich niet bevoegd acht om zelfstandig de rechtmatigheid van een beslissing van het bestuur te toetsen aan de hand van normen die niet door het beroepschrift van de burger worden bestreken. Zelfs wanneer de rechter ziet dat die beslissing niet in overeenstemming is met het recht, gaat hij pas tot vernietiging over indien de burger zich op die strijdigheid beroept.

Volgens Mallan wordt in het Duitse bestuursprocesrecht meer lekenbescherming geboden, juist door de ruime mate waarin de rechter het besluit op rechtmatigheid toetst. Deze aanpak verdient dan ook navolging in Nederland.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met een financiering uit de Open Competitie van NWO.

 


Bron: Tilburg University