Aantal gevangenen in eigen land voorspelt houding tegenover Iran

10 december 2014

De houding die overheden aannemen richting Iran blijkt sterk af te hangen van het aantal gevangenen in het eigen land en of de overheid handel in olie voert met Iran. Hoe meer gevangenen het eigen land telt, hoe agressiever de houding van de overheid richting Iran. Drijft de overheid echter handel in olie met Iran, dan neemt de staat een mildere houding aan dan voor landen geldt die geen olieconnectie met Iran hebben. Dat blijkt uit onderzoek van NWO-wetenschappers Wolfgang Wagner en Michal Onderco van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze publiceren de onderzoeksresultaten deze week in het wetenschappelijk tijdschrift International Studies Quarterly.

De wijze waarop Iran optreedt, wordt al lange tijd als bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid gezien. Tot nu toe was onduidelijk waarom het ene democratische land (zoals Duitsland) zich terughoudender opstelt wat betreft de aanpak richting Iran, dan het andere land (zoals Amerika) dat voor een hardere aanpak is. Nu blijkt dat deze houding gerelateerd is aan hoeveel procent van de bevolking achter de tralies zit. Hoe groter percentage van de populatie zijn of haar tijd uitzit in de gevangenis, hoe strenger de overheid wil optreden richting Iran.

Omgang met afwijkend gedrag

Landen met veel gevangenen hebben volgens de onderzoekers een zwaar rechtssysteem dat minder vergeeflijk is en minder gericht is op terugkeer in de maatschappij. ‘Zulke landen treden ook strenger op tegen Iran, zo blijkt uit ons onderzoek,’ geeft Michal Onderco aan. ‘De strenge culturele normen wat betreft het omgaan met afwijkend gedrag binnen een staat werken kennelijk ook door in internationale situaties’.

Indien er sprake was van een intensieve handel waarbij veel op het spel stond, zoals het geval is met de oliehandel, waren overheden geneigd zich minder negatief uit te spreken richting Iran. De houding die landen aannemen richting Iran wordt dus zowel gestuurd door de normen binnen het land met betrekking tot het omgaan met afwijkend gedrag als in mindere mate door eigenbelang (in het geval van oliehandel).

Internationale experts

De onderzoekers bestudeerden verschillende kenmerken afkomstig uit datasets (zoals de gevangenenpopulatie, omvang van de krijgsmacht, politieke stroming van de overheid, en mate van handel drijven met Iran) van 34 democratische landen. Ook analyseerden ze het gedrag van deze democratieën richting Iran tussen 2002 tot 2009. Ze maakten daarbij gebruik van ingevulde vragenlijsten van 173 experts op het terrein van internationale veiligheid en nucleaire inperking. De onderzoekers beoordeelden aan de hand daarvan in hoeverre de democratische landen een terughoudende houding (voorkeur voor een diplomatieke aanpak) of agressieve houding (dreigen met sancties of militaire acties) richting Iran lieten zien.

Krijgsmacht en politieke stroming

Hoeveel méér geld uitgegeven werd aan de krijgsmacht ten opzichte van Iran, bepaalde slechts voor een klein deel de houding ten opzichte van de ‘schurkenstaat’. Landen met een sterker leger dan Irak waren iets meer geneigd dan landen met een kleiner leger dan Iran om streng op te treden. De politieke stroming van de regering bleek weinig van invloed op de houding richting Iran.

De onderzoekers verwachten dat de onderzoeksresultaten ook van toepassing zijn op andere landen dan Iran, die internationale normen schenden waardoor de veiligheid in het geding komt.

Het onderzoek is mogelijk gemaakt met een financiering uit de Vrije Competitie van NWO.

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Vrije competitie

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)