Promovendus Rik Feiken verbetert opsporingsmethode archeologische vindplaatsen

8 april 2014

Door verschillende geo-archeologische benaderingen te ontwikkelen en te combineren kan archeoloog en fysisch geograaf Rik Feiken beter voorspellen waar mensen zich in het verleden gevestigd hebben in Italiaanse berggebieden en vlakten. Hierdoor kunnen archeologen vanaf nu op een systematische manier vindplaatsen opsporen. Op donderdag 10 april promoveert hij op dit onderzoek met zijn proefschrift ‘Dealing with biases’ aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Omdat deze landschappen dynamisch zijn, is het lastig voor archeologen om te bepalen waar zij resten kunnen vinden van oudtijdse bewoning en landgebruik. Door erosie en sedimentatie (afzetting van materiaal) verandert het landschap namelijk voortdurend. Rik Feiken bracht deze dynamiek van het landschap in kaart door een innovatieve combinatie van landschapsclassificatie, een computermodel en paleogeografische reconstructies. Er kan met deze benaderingen ook gericht onderzoek gedaan worden naar vertekeningen door erosie en sedimentatie.

Archeologische resten in een dynamisch landschap

Het huidige landschap van de Pontijnse vlakte en de Lepijnse bergen in Lazio en het stroomgebied van de Raganello in Calabria geeft archeologen een vertekend beeld. De afgelopen duizenden jaren is het landschap veranderd door holocene geologische processen als erosie (door bijvoorbeeld verschuivingen van delen van berghellingen en het afvoeren van grond door stromend water) en sedimentatie (afzetting van materiaal door bijvoorbeeld rivieren). Archeologische veldverkenningen, het belopen van velden waarbij alle archeologische resten zichtbaar aan de oppervlakte worden verzameld, leveren bewijzen van oudtijdse bewoning maar het is de vraag of dit alleen de plekken waren waar mensen geleefd hebben.

Uitzicht op het Maddalena-gebied waar door het Hidden Landscapes Project veldwerk is uitgevoerd en waarvoor het computermodel CALEROS is gemaakt.Uitzicht op het Maddalena-gebied waar door het Hidden Landscapes Project veldwerk is uitgevoerd en waarvoor het computermodel CALEROS is gemaakt.

Rik Feiken ontwikkelde benaderingen die de verborgen landschappen in beeld brengen en zo de verwachting van archeologen kunnen bijstellen. Uit het onderzoek bleek dat erosie en sedimentatie de verspreiding van archeologische resten sterk vertekenen. Door de drie benaderingen te combineren kan Feiken de voorkeursgebieden voor bewoning in de hooglanden en die in de vlakte beter bepalen. Ook kan beter voorspeld worden waar archeologische vondsten bewaard zijn gebleven of juist zijn verdwenen.

Het controleren van de landschapsclassificaties in het veld, in dit geval de Monti Lepini.Het controleren van de landschapsclassificaties in het veld, in dit geval de Monti Lepini.

Landschapsclassificatie, computermodel en paleogeografische reconstructies

De benaderingen die Feiken bedacht moeten gezien worden als het beginpunt van systematisch onderzoek naar de landschappelijke dynamiek van de Italiaanse berggebieden en vlakten in combinatie met archeologisch onderzoek. De eerste benadering is een landschapsclassificatie om het berglandschap in te kunnen delen in eenheden met specifieke erosie- en sedimentatieverwachtingen. Aan de eenheden koppelde Feiken een gebruikerspotentieel en een archeologische verwachting. Daardoor kan Feiken beter voorspellen hoe het landschap door mensen is bewoond en gebruikt in het verleden en waar mogelijk vertekeningen van het archeologische beeld zijn opgetreden. Daarnaast maakte Feiken samen met fysisch-geografen van de Universiteit Utrecht het computermodel CALEROS. Dit model kan de landschapsontwikkeling van een berggebied voor een periode van 6000 jaar simuleren. In het model worden de interacties tussen landschap, klimaat, vegetatie en de mens gesimuleerd en de erosie en sedimentatie in het gebied in kaart gebracht. Innovatief aan het computermodel is de lange periode in combinatie met de gedetailleerde schaal, en de inbreng van de menselijke invloed op het landschap. Ook werden paleogeografische reconstructies gemaakt aan de hand van geologisch, geo-archeologisch en paleo-ecologisch onderzoek. Daarvoor werden in de Pontijnse vlakte o.a. 180 geologische handboringen gezet en een proefsleuf gegraven van 24 bij 3 meter. In deze proefsleuf werden vier archeologisch lagen uit verschillende perioden aangetroffen. Feiken kon aan de hand van de verzamelde gegevens bewijzen dat het gebied in de Bronstijd werd bewoond en gebruikt als landbouwgebied.

 

Het machinaal aanleggen van het tweede vlak in de proefsleuf bij Tratturo Canio. Het vlak wordt op de ‘Nederlandse manier’ geschaafd en daarna ingetekend.Het machinaal aanleggen van het tweede vlak in de proefsleuf bij Tratturo Canio. Het vlak wordt op de ‘Nederlandse manier’ geschaafd en daarna ingetekend.

Het project van Rik Feiken maakt deel uit van het Vidi-project Hidden Landscapes van Dr. P.M. van Leusen. Rik Feiken is momenteel werkzaam als onderzoeker Late Prehistorie van Holoceen Nederland bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Informatie

H. Feiken, Dealing with biases: three geo-archaeological approaches to the hidden landscapes of Italy (2014), promotor(s): prof. dr. P.A.J. Attema, prof. dr. J. Sevink

 


Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Geesteswetenschappen

Programma

Vernieuwingsimpuls

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)