Leeslijst 19de-eeuws Nederlands leesgezelschap opvallend internationaal

28 maart 2014

Leesgezelschappen in Noord-Nederland (het huidige Nederland) lazen in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-30) weinig vaderlandslievende lectuur. Een groot deel van de leeslijst bestond zelfs uit vertaald buitenlands werk. Dit concludeert Arnold Lubbers in zijn proefschrift dat hij woensdag 19 maart aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) verdedigde. Zijn onderzoek maakte deel uit van het NWO-initiatief ‘Vlaams-Nederlandse Samenwerking’.

Leeslijst 19de-eeuws Nederlands leesgezelschap opvallend internationaal

Van 2013 tot in 2015 vieren we in Nederland dat het koninkrijk 200 jaar bestaat. Lubbers onderzocht leesgezelschappen in de beginjaren van deze tijd: de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In die periode, van 1815 tot 1830, vormden het huidige België, Luxemburg en Nederland één staat onder koning Willem I. Het koninkrijk volgde op de Franse overheersing. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Nederlandse bevolking in die jaren 'nationalistische' interesses had omdat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een periode van hernieuwde nationale vrijheid inleidde. Om dit te onderzoeken bekeek Lubbers archiefstukken en nagelaten publicaties van bijna 60 leesgezelschappen die actief waren van 1815 tot 1830.

Lectuurkeuze als peiling voor interesse

In de eerste helft van de negentiende eeuw telde Noord-Nederland honderden tot duizenden leesgezelschappen: kleine verenigingen waar ongeveer twintig personen lid van waren. Op democratische wijze beslisten de leden welke boeken en tijdschriften werden aangeschaft en gelezen. Deze leesgezelschappen bieden daarom de mogelijkheid om te kijken waar de toenmalige Nederlanders interesse voor toonden.

De informatie over de boeken en tijdschriften die de leesgezelschappen kochten vergeleek Lubbers met bestaande studies over de geproduceerde lectuur uit die periode. Uit de vergelijking blijkt dat de Noord-Nederlanders relatief weinig expliciet vaderlandslievende lectuur hebben aangeschaft. Opvallend is dat tussen de 30% en 50% van hun aanschaf uit vertaalde lectuur bestond: in de leesgezelschappen circuleerde veel lectuur die oorspronkelijk uit Duitsland, Frankrijk of Engeland kwam.

Leesgezelschap als democratisch voorbeeld

'Hoewel er weinig over het vaderland of nationale thematiek werd gelezen, hebben de leesgezelschappen toch een bijdrage geleverd aan nationale eenwording,' vertelt Lubbers. 'In de leesgezelschappen, zo blijkt uit de wetten en reglementen die zij opstelden, werd nadrukkelijk geprobeerd om controverse te vermijden. Er werd steeds gezocht naar consensus en onderlinge meningsverschillen werden op die manier toegedekt. Deze houding sluit aan bij de breed gedeelde wens naar rust en harmonie die toen leefde in de samenleving. Lezen over uitgesproken vaderlandsliefde paste daar blijkbaar niet bij.'

De leesgezelschappen boden tegelijkertijd aan tien- tot honderdduizenden Noord-Nederlanders een mogelijkheid om op democratische wijze met elkaar om te gaan. De leden moesten zich houden aan strikte regels en overtreding daarvan leidde in de meeste gevallen tot een boete. Simpelweg de deelname aan een leesgezelschap heeft een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking een democratische omgeving geboden waarin ze zich gedisciplineerd ten opzichte van elkaar moesten gedragen. Op die manier hebben de leesgezelschappen mede de weg voorbereid voor de democratisering van de maatschappij.

Publicatiegegevens

Arnold Lubbers: 'Een republiek in het klein'. Noord-Nederlandse leesgezelschappen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830. Promotor is prof. dr. E.A. Kuitert, copromotor is prof. dr. J.Th. Leerssen.


Bron: Universiteit van Amsterdam UvA