De rockster als erfgoedobject

Popmuziekerfgoed draagt bij aan identiteitsvorming

21 november 2014

De muzikale rebellen uit het verleden zijn tegenwoordig museumstukken. In toenemende mate dringt popmuziek door tot erfgoedinstellingen zoals musea en archieven. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Arno van der Hoeven. Hij verdedigt donderdag 27 november 2014 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam zijn proefschrift ‘Popmuziekherinneringen: Plaatsen en praktijken van popmuziekerfgoed, cultureel geheugen en identiteit’. In zijn onderzoek laat Van der Hoeven ook zien dat popmuziekerfgoed bijdraagt aan de identiteitsvorming van mensen.

George Kooyman van Golden EarringCredits: HH/Soenar Chamid

Voor zijn proefschrift onderzocht Van der Hoeven de sterke relatie tussen popmuziek en herinnering. Liedjes roepen vaak emoties uit het verleden op. Veel mensen verbinden muziek aan specifieke herinneringen uit hun leven. Het komt dan ook steeds vaker voor dat erfgoedinstellingen muziekcultuur tentoonstellen of bewaren voor volgende generaties, muziek als cultureel erfgoed dus. Voorbeelden zijn de David Bowie-expositie in het Victoria and Albert Museum in London, de overzichtstentoonstelling over de Haagse band Golden Earring in het Haags Historisch Museum en diverse Nederlandse poparchieven.

Vastleggen muziekcultuur

Van der Hoeven bestudeerde fenomenen als nostalgie, muziektentoonstellingen en dancefeesten voor oudere muziekfans en interviewde onder meer erfgoedprofessionals, DJ’s, fans en muziekverzamelaars. Hij concentreerde zich hierbij niet alleen op de gevestigde culturele instellingen, maar onderzocht ook de vele erfgoedprojecten die zijn opgezet door muziekliefhebbers zelf. In diverse Nederlandse plaatsen en regio’s zijn er initiatieven om de lokale muziekcultuur vast te leggen in boeken en archieven.

Van der Hoeven verklaart de opkomst van dergelijke projecten tegen de achtergrond van ontwikkelingen die zorgen voor een toenemende diversiteit in erfgoedactiviteiten. Internet heeft het zo makkelijker gemaakt voor lokale gemeenschappen en fans om hun muziekcultuur te presenteren. Daarbij zijn erfgoedmusea zich meer gaan richten op hedendaagse cultuur en het alledaagse leven van lokale gemeenschappen. Popmuziek is voor hen een aantrekkelijke manier om een nieuw publiek aan zich te binden.

Identiteit

In zijn onderzoek laat Van der Hoeven zien dat popmuziekerfgoed bijdraagt aan identiteitsvorming. Voor veel mensen is muziek een rode draad in hun leven. De muziek die zij luisterden tijdens de jeugdjaren blijft van grote betekenis later in hun leven. Ook is muziekerfgoed verbonden met de identiteit van plaatsen en regio’s. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ‘beatstad’ Den Haag en de palingpop uit Volendam. Van der Hoeven concludeert dat popmuziek niet meer alleen van de jongeren is. Met een geschiedenis die meer dan 50 jaar teruggaat, is popmuziek een cultuurvorm die meerdere generaties verbindt.

POPID

Het onderzoek van Van der Hoeven maakt deel uit van het internationale onderzoeksproject Popular Music Heritage, Cultural Memory and Cultural Identity (POPID) van prof. dr. Susanne Janssen. POPID krijgt financiering vanuit het internationale onderzoeksprogramma Humanities in the European Research Area, waaraan een groot aantal nationale wetenschapsfinanciers en de Europese Commissie als partners financieel bijdragen. NWO is één van deze partnerorganisaties.


Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam