De keiharde satire uit de achttiende eeuw

20 januari 2014

Tijdens de roerige Patriottentijd (1781-1787) en de Bataafse Tijd (1795-1806) ging het er in satirische uitingen vaak nog harder aan toe dan nu, concludeert NWO-onderzoeker Ivo Nieuwenhuis. Ook toen al werden voor satire eigentijdse media-uitingen ingezet: drijven nu websites, cartoons en tv-programma's de spot met de actualiteit, vroeger deden pamfletten en kermisachtige attracties dat. Nieuwenhuis promoveert op 22 januari aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek maakt deel uit van het door NWO gefinancierde project 'The Power of Satire', dat satire als cultuurhistorisch fenomeen in kaart brengt.

De Republiek haalt een Trojaans Paard met daarin de Franse 'bevrijders' binnenDe Republiek haalt een Trojaans Paard met daarin de Franse 'bevrijders' binnen

Het onderzoek van Nieuwenhuis is vernieuwend omdat hij satire niet in een literaire maar brede culturele traditie plaatst. 'Satirestudies gaan meestal over grote werken als Horatius' geschriften, de Lof der Zotheid van Erasmus of Gullivers reizen van Jonathan Swift', aldus Nieuwenhuis. 'Schrijvers die literaire genres gebruikten om iets te zeggen over hun tijd. Ik was benieuwd naar de wisselwerking tussen niet-literaire satirevormen en de samenleving die ze bekritiseerden.'

 

Toverlantaarns en rarekieks

Een van door de Nieuwenhuis onderzochte satirevormen betreft de zogenoemde toverlantaarns en rarekieks. Dit waren teksten en prenten van broodschrijvers, die gepresenteerd werden als imitaties van een populaire kermisattractie: de vertoning van lichtbeelden, voorlopers van de dia's. De voorstellingen trokken veel bekijks vanwege hun platvloersheid en hoge amusementsgehalte. Seks, drank en geweld waren bekende elementen in prenten en teksten waarin Patriottische en Oranjegezinde politici belachelijk werden gemaakt. Zo zou de hertog van Brunswijk, naaste adviseur van stadhouder Willem V, impotent zijn en door politieke spanningen enorme last van diarree hebben. Ook nam men collega-schrijvers van de tegenpartij op de korrel. De patriot Klaas Hoefnagel wordt bijvoorbeeld afgeschilderd als iemand die zijn honorarium aan de hoeren besteedt, een geslachtsziekte oploopt en door de pillen daartegen enorm gaat kwijlen. 'We klagen nu wel over verruwing op internet, in columns of cabaretvoorstellingen, maar die toverlantaarns waren vaak keihard en mikten altijd onder de gordel. Het ging echt om leedvermaak', zegt Nieuwenhuis.

 

Apekool

Een serieuze politieke bedreiging vormden deze toverlantaarns en rarekieks echter nauwelijks; men beschouwde ze vooral als onschuldig volksvermaak. Dat gold niet voor De Lantaarn, een nep-almanak die marinearts Pieter van Woensel onder pseudoniem publiceerde en die Nieuwenhuis ook bestudeerde. Van Woensel leverde kritisch-ironisch commentaar op de politiek van de Bataafse Republiek. Op een prent is bijvoorbeeld te zien hoe het dierenrijk Bestiania (de Republiek) een Trojaans Paard (met daarin de Franse 'bevrijders') binnenhaalt. Een groenteman loopt ondertussen met kool te venten. Moraal van het verhaal: de Fransen komen niet als bevrijders maar als bezetters en de idealen van Verlichting en Franse Revolutie zijn niets anders dan apekool, voer voor apen dus. 'En wij zijn apen gebleven', luidt een citaat op een andere prent.

De Lantaarn was veel beschouwender en subtieler van toon dan de platte, op de man spelende toverlantaarns en rarekieks. Maar de autoriteiten vonden Van Woensels sceptische houding tegenover de idealen van Verlichting en democratie te provocerend en na acht jaar werd De Lantaarn in 1800 verboden.

 

 

Volksvermaak vroeger en nu

Hoewel de historische omstandigheden zijn veranderd, verschillen deze vroegmoderne satirevormen in wezen weinig van die in onze tijd, vindt Nieuwenhuis. 'De Lantaarn was een meer elitaire, intellectuele satirevorm zoals de website De Speld. De volksere, ongenuanceerde toverlantaarns en rarekieks vallen in dezelfde categorie als de GeenStijl-site, die een breed publiek aanspreekt. Maar altijd gebruikt of imiteert men bestaande culturele uitingsvormen om zaken belachelijk te maken of van een kritische noot te voorzien. Dat bevestigt de continuïteit van satire als cultureel, mediaal, politiek en sociaal fenomeen.'

 

Onder het mom van satire. Laster, spot en ironie in Nederland 1780-1800 van Ivo Nieuwenhuis verschijnt op 22 januari bij Uitgeverij VerLoren. Zijn studie is onderdeel van het project 'The Power of Satire', dat de werking van satire in verschillende perioden en culturen analyseert en vergelijkt. ‘The Power of Satire’ ontvangt financiering van NWO vanuit de Vrije competitie geesteswetenschappen.

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Geesteswetenschappen

Programma

Vrije competitie

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)