Caribisch onderzoek krijgt impuls van 5 miljoen euro

13 mei 2014

Het Nederlands-Caribisch onderzoek krijgt een impuls: er gaan in totaal 19 onderzoekers aan de slag in negen nieuwe onderzoeksprojecten over met name biodiversiteit, geologie en maatschappij. NWO heeft het programma ‘Caribisch onderzoek: een multidisciplinaire benadering’ opgezet op verzoek van en in samenwerking met het Ministerie van OCW. Het onderzoek gaat onder meer over invasieve soorten, koraal, schildpadden en de eilandidentiteit.

Een zeeschildpad

Veel van het geplande onderzoek is ingebed in de zes eilanden door samenwerking met lokale en regionale kennispartners. De onderzoeken zullen feiten en kennis aandragen die nuttig kunnen zijn voor lokale beleidsbeslissingen. Het programma ‘Caribisch onderzoek: een multidisciplinaire benadering’ zoekt nadrukkelijk de verbinding tussen verschillende wetenschappelijke disciplines. Aanvragen met een multidisciplinaire opzet kregen een pré. Verder hebben drie van de negen onderzoeken een historisch of maatschappijgericht karakter.

Staatssecretaris Sander Dekker is verheugd over het hoogwaardige en gevarieerde onderzoek dat in dit programma kan worden gerealiseerd. ‘De resultaten van deze multidisciplinaire onderzoeksprojecten kunnen bijdragen aan verbetering van het leefklimaat op de eilanden. Ook krijgt het wetenschappelijke onderzoek op en over de Cariben hiermee de impuls die het verdient.’

Negen onderzoeksprojecten

Het biodiversiteitsonderzoek gaat over invasieve soorten in het ecosysteem door natuurlijke en menselijke factoren, de bedreiging van koraal door boorsponzen en een veranderende chemische samenstelling van het zeewater, het effect van zeespiegelstijging op het ecosysteem van baaien en lagunes, de verspreidingssnelheid van woekerende exoten, de migratiepatronen en bedreigingen van zeeschildpadden en de voor- en nadelen van niet-inheemse plantensoorten.

Het geologische onderzoek brengt de ontstaansgeschiedenis van de Cariben in kaart en kijkt naar plaatbewegingen.

Het maatschappijgericht onderzoek gaat over de samenhang tussen eilandidentiteit en bestuur, het thuisgevoel versus gemeenschappelijkheid in het basisonderwijs en een onderzoek naar gemeenschappelijke factoren in de achtergrond van criminele Antilliaanse vrouwen.

12,5 miljoen euro

Het Ministerie van OCW heeft na de staatkundige hervorming in 2010 beleid ontwikkeld om de kennisbasis en de kennisnetwerken in de Cariben te versterken en NWO in de gelegenheid gesteld om de kansen voor wetenschappelijk onderzoek in dit unieke deel van het koninkrijk te benutten. Alle onderzoeksprojecten worden in samenwerking met regionale kennisinstellingen en NGO’s uitgevoerd.

OCW stelt hiervoor aan NWO in totaal 12,5 miljoen euro beschikbaar. Vijf miljoen daarvan is nu besteed in deze financieringsronde, in 2015/2016 zal de tweede financieringsronde plaatsvinden. Verder heeft OCW via NWO aan het Koninklijk Nederlands instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) 2,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het opzetten van een kenniscentrum op Sint Eustatius. Vorige maand is dit Caribisch Nederlands Wetenschapsinstituut (CNSI) op St. Eustatius geopend. Veel van de onderzoekers gaan hiervan gebruik maken.

Toekenningen

Stability of Caribbean coastal ecosystems under future extreme sea level changes
Prof. dr. ir. H.A. Dijkstra, UU, Departement Natuur- & Sterrenkunde
De zeespiegel in de Cariben stijgt gemiddeld 1,7 ± 1,3 mm/jaar maar de lokale verschillen zijn groot. Ecosystemen in ondiepe kustgebieden, in de lagunes en baaien, bestaan grotendeels uit kalkafzettingen door algen. Deze moeten zich kunnen aanpassen aan bijvoorbeeld de golven en wisselingen in temperatuur en zuurgraad. Dit project gaat de effecten van globale (decadale) klimaatveranderingen op deze kustecosystemen bepalen. Daarvoor gaan de onderzoekers de processen rond de regionale zeespiegelstijging bepalen en de lokale veranderingen in golven en sedimenttransport vaststellen. Het experimentele werk onderzoekt hoe de kalkvormende organismen reageren op externe veranderingen. Uiteindelijk willen de onderzoekers weten hoe veranderingen in het mondiale klimaatsysteem, via regionale veranderingen, lokale ecosystemen bepalen.

Caribbean coral reef ecosystems: interactions of anthropogenic ocean acidification and eutrophication with bioerosion by coral excavating sponges
Dr. F.C. van Duyl, NIOZ
Lokale omstandigheden zoals vervuiling, overbevissing en eutrofiëring (toevoer van voedingsstoffen) door lozingen van afvalwater bedreigen koraal ecosystemen. Daarnaast tast klimaatverandering de koraalriffen aan. Meer kooldioxide in de atmosfeer veroorzaakt niet alleen opwarming, maar een flink deel van de CO2 lost ook op in zeewater, waardoor verschuivingen ontstaan van de chemie van zeewater. De extra CO2 in zeewater wordt gebufferd door afname van het opgeloste carbonaat, een bouwsteen van kalk van koralen. Ook neemt door deze chemische verschuivingen de hoeveelheid zuur toe, vandaar de benaming oceaan-verzuring. Dit alles versterkt waarschijnlijk de oplossing van kalk door boorsponzen, de belangrijkste eroderende organismen op koraalriffen. De hoeveelheid boorsponzen neemt al toe door de extra voedingstoffen stikstof en fosfaat van afvalwater. De verwering (bio erosie) van koraalriffen versnelt verder: de groei van koralen neemt af, terwijl het verlies van koralen door eroderende boorsponzen toeneemt. Dit project gaat het effect op koraalriffen meten van de veranderende chemie van het zeewater samen met eutrofiëring en bio erosie door boorsponzen, gaat de mate van oplossing door sponzen bepalen bij verschillende zuurgraden, en probeert de fysiologische basis van oplossing van kalk door boorsponzen te doorgronden.

Caribbean Island Biogeography Meets the Anthropocene
Prof. dr. J. Ellers, VU, Dierecologie
Eilanden zijn kwetsbaar voor introductie van exoten en verlies van inheemse soorten omdat eilandecosystemen vaak weinig soorten bevatten. Mensen hebben zowel kolonisatie- als extinctiesnelheden ver boven de natuurlijke waarden opgedreven. Landgebruik, economische activiteit en demografie zijn nu belangrijker dan de natuurlijke factoren isolatie en grootte in het verklaren van het aantal soorten op eilanden. De eilandeconomie van de Nederlandse Antillen is sterk verbonden aan een intact en goed functionerend ecosysteem. De vraag is nu welke soorten het meeste risico lopen. Dit onderzoek integreert de gevolgen van menselijke activiteiten in voorspellende modellen over biodiversiteit op eilanden. Dat moet natuurlijke en menselijke factoren identificeren die de verspreiding van soorten over de Caribische eilanden bepalen. Die factoren kunnen de toekomst van biodiversiteit op de Nederlandse Antillen voorspellen en kennis aandragen voor management beslissingen ter bescherming van de eilandecosystemen.

Imagining the Nation in the Classroom: A Study of the Politics of Belonging and Nationness on Sint Maarten and Sint Eustatius
Dr. F.E. Guadeloupe, UvA, Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR)
Een gezamenlijke identiteit ontbreekt zowel binnen het Koninkrijk als in de voormalige Nederlandse Antillen. Dit onderzoek laat het conventionele idee los van nationaliteit als een georkestreerde collectiviteit. In plaats daarvan belicht het de interactie tussen hegemonische ideologieën van een exclusief ‘thuisgevoel’ (belonging) en de verbeelding en het ‘doen’ van open gemeenschappelijkheid. Basisscholen op Sint Maarten en Sint Eustatius vormen de onderzoekslocaties. Deze instituties veronderstellen kinderen te leren wie thuishoort, wie minder of niet thuishoort. Tegelijkertijd biedt het klaslokaal ruimte aan het verbeelden en ‘doen’ van open gemeenschappelijkheid. Een team van onderzoekers, antropologen, pedagogen en cultuurhistorici ontwikkelt gereedschap voor inclusief onderwijs. Ook wil dit project bijdragen aan het debat over de positie van natie en natie-staat in de 21ste eeuw.

Confronting Caribbean challenges: hybrid identities and governance in small-scale island jurisdictions
Prof. dr. G.J. Oostindie, Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde
Onderling verschillen de Caribisch-Nederlandse eilanden sterk qua schaal, geschiedenis en cultuur. Zij delen een ambivalente verhouding tot de voormalige kolonisator. Onafhankelijkheid wordt afgewezen maar er leeft onvrede over wat wordt betiteld als de Nederlandse ‘rekolonisatie’. Dit onderzoek construeert een scherper beeld van de hedendaagse politiek en eilandelijke identiteiten. Welke invloed hebben bestuurlijke hervormingen en migraties op de mede in het verleden gewortelde identiteiten en op het politieke bedrijf op de eilanden? Een postdoc onderzoekt de vrijwel onbeschreven sociale geschiedenis van de Bovenwinden, met het oog op migratieprocessen en de nieuwe staatkundige status. Een tweede postdoc zal de bestuurlijke processen en spanningen op de BES-eilanden onderzoeken, alsmede de consequenties van Nederlandse interventies in deze kleinschalige samenlevingen voor de kwaliteit van bestuur en voor de beeldvorming over Nederland(-ers). Een promovendus zal de dagelijkse praktijk van het bestuur in de BES-eilanden en de reacties daarop onderzoeken, vooral wat betreft cultureel erfgoed en natuurbescherming.

Caribische cruisers in het Koninkrijk: ecologie en bescherming van zeeschildpadden
Prof. dr. P.J. Palsbøll, RUG, Centrum voor Ecologische en Evolutionaire Studies (CEES)
Rondom de zes eilanden van Caribisch Nederland behoren bevinden zich belangrijke nest- en foerageergebieden voor zeeschildpadden. Sinds de tijd van Columbus zijn hun aantallen door menselijk toedoen sterk afgenomen. Inmiddels zijn er internationale verdragen opgezet voor het behoud van de zeeschildpadden. Nederland heeft zodoende nationale en internationale verplichtingen om de populaties van zeeschildpadden in Caribisch Nederland te beschermen. Hiervoor is kennis nodig over de migratieroutes, hun populatiestructuren en habitatgebruik. Via ecologische experimenten, satellietzenders en met behulp van nieuwe moleculaire analyses gaan de onderzoekers de populaties vóór Columbus en de huidige status van de populaties en migratie-patronen in kaart brengen, ze onderzoeken bedreigingen van de populaties en effecten van klimaatverandering op hun habitats. De onderzoeksresultaten dragen bij aan verantwoord, want wetenschappelijk gefundeerd natuurbeleid voor de zeeschildpadden in Caribisch Nederland.

Pathways into crime: the interrelation of poverty, education, family factors and attachment among Dutch Caribbean women
Dr. A. Slotboom, VU, Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Antilliaanse vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Zij zijn vaak alleenstaande moeder, zodat detentie van de moeder hun kinderen zwaar treft. De oorzaken van hun criminaliteit zijn onduidelijk, er zijn vaak meerdere problemen: ze zijn vaak arm, laag opgeleid, slachtoffer van (relatie) geweld, en jonge alleenstaande moeders. Daarnaast hebben zij vaak te maken gehad met geweld en instabiliteit in hun eigen gezinnen, met vaders die slechts een marginale rol speelden. De rol van psychologische factoren is onduidelijk. Niet eerder werd in onderzoek vanuit een multidisciplinair oogpunt naar de gehele 'puzzel' gekeken welke factor doorslaggevend is. Dit project onderzoekt zowel in Nederland als op de voormalige Antillen welke factoren bijdragen aan het crimineel gedrag. Een stuurgroep ziet erop toe dat de resultaten ook bij beleidsmakers en praktijkdeskundigen landen.

4D crust-mantle modelling of the eastern Caribbean region: toward coupling deep driving processes to surface evolution
Prof. dr. W. Spakman, UU, Faculteit Geowetenschappen
Het Caraïbisch gebied zit geologisch gevangen tussen de grote Noord- en Zuid-Amerikaanse tektonische platen. De onderzoekers gaan een driedimensionaal computermodel maken dat de gehele geschiedenis van subductie en plaatbeweging nabootst. Het model kan daarna voor verschillende vervolgvragen worden gebruikt. Hoe ontstaan grote korstbreuken, wat is hun huidige mechanische gedrag, hoe ontstaan aardbevingen en vulkanen? Het model kan mogelijk ook de locatie aangeven van aardse hulpbronnen. Bovendien kan het model informatie geven over hoe de vroegere Caraïbische zee verbonden was met de Pacifische en Atlantische oceanen, wat belangrijk is om de klimaatontwikkeling van deze regio te begrijpen.

Exotic plant species in the Caribbean: foreign foes or alien allies?

Prof. dr. M.J. Wassen, UU, Departement Innovatie- & Milieuwetenschappen
Mensen kunnen al dan niet per ongeluk plantensoorten introduceren in gebieden waar deze niet thuishoren. Sommige plantensoorten gaan na hun introductie woekeren, en verdrijven dan oorspronkelijke soorten uit het ecosysteem. Woekerende exoten bedreigen ook de meest soortenrijke stukjes Nederland: Bonaire, St. Eustatius en Saba. Het aanpakken ervan is lastig, omdat het onduidelijk is waar een exoot snel aan het uitbreiden is. Tijdseries van luchtbeelden zijn helaas niet beschikbaar. Dit project onderzoekt of verspreidingssnelheden van woekerende exoten achterhaald kunnen worden via slechts 1 luchtbeeld in de tijd op basis van het ruimtelijke patroon van een woekerende soort. Als we weten waar de uitbreiding zich snel voltrekt, meten we welke milieufactoren hiertoe leiden. Dan nog resteert de vraag wat met woekerende plantensoorten op de BES eilanden moet gebeuren. Exoten kunnen ook positieve effecten hebben, zoals betere weerstand van ecosystemen tegen orkanen, ze voorkomen bodemerosie of houden de muggen weg. Een computermodel gaat de toekomstige uitbreiding van woekerende exoten simuleren en de voor- en nadelen in kaart brengen. Dat computermodel kan een hulpmiddel zijn bij het bepalen van een goede beheerstrategie van exoten op de BES eilanden.

Bron: NWO

Contact

Neem voor meer informatie contact op met de afdeling Communicatie, via +31 (0)70 344 07 29 of mail naar: