Reguliere leerlingen hebben geen last van zorgleerlingen

11 juni 2013

Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in een klas van het reguliere basisonderwijs heeft geen negatieve invloed op de prestaties van de andere leerlingen blijkt uit NWO-onderzoek. ‘Het lijkt erop dat leerkrachten goed in staat zijn om de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden’, zeggen de onderzoekers.

Leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, zorgleerlingen, zijn kinderen met bijvoorbeeld een leerachterstand, sociaal-emotionele problematiek, of een verstandelijke beperking. Uit schattingen van leerkrachten blijkt dat bijna een kwart van de kinderen in het reguliere basisonderwijs een zorgleerling is. Dit aantal zal de komende jaren naar verwachting toenemen. In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs is namelijk vastgelegd dat schoolbesturen de plicht hebben om ‘een passende plek’ te zoeken voor kinderen die extra zorg of aandacht behoeven. Dit moet ertoe leiden dat zorgleerlingen minder snel doorgestuurd worden naar het speciaal onderwijs. 

Zorg

 

‘Veel ouders maken zich hier ongerust over’, zegt onderwijsonderzoeker dr. Jaap Roeleveld, een van de auteurs van het rapport Prestaties en loopbanen van zorgleerlingen. ‘Ze vragen zich af of de reguliere leerlingen er onder zullen lijden als er meer zorgleerlingen in een klas terechtkomen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze vrees ongegrond is.’

De onderzoekers, verbonden aan het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen, vergeleken de prestaties van kinderen in klassen met verschillende percentages zorgleerlingen op verschillende scholen. Ze maakten daarbij gebruik van de meest recente gegevens uit het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18)  en het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar in het speciaal onderwijs (COOL Speciaal). Voor deze databestanden wordt de ontwikkeling gevolgd van enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs. Dit gebeurt door toetsen en vragenlijsten af te nemen. De onderzoekers tonen aan dat het aandeel zorgleerlingen in een klas de prestaties van de andere leerlingen niet beïnvloedt. Zo scoren reguliere kinderen in een klas met 25 tot 50 procent zorgleerlingen net zo goed op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling als reguliere kinderen in een klas waar maar een paar procent van de leerlingen in de categorie zorgleerling valt.  Roeleveld: ‘Het is een hele opgave voor leerkrachten om leerlingen met zo sterk uiteenlopende behoeften in één klas te hebben. Uit onze resultaten leiden we nu af dat leerkrachten dat toch heel goed aan kunnen.’   

Nulmeting

De studie is bedoeld als nulmeting. Aan de hand van deze eerste meting kan de komende jaren in kaart gebracht worden wat de effecten zijn van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs. De studie is uitgevoerd met een subsidie van het Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs (BOPO), onderdeel van NWO. De uitkomsten  zijn eind mei gepresenteerd op de Onderwijsresearchdagen in Brussel, een jaarlijks forum voor onderwijsonderzoekers.   Vanaf 2014 valt het onderzoek van BOPO onder het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO wordt in opdracht van het ministerie van OCW opgericht om de kloof tussen wetenschappelijk onderzoek naar onderwijs en de praktijk van het onderwijs te dichten. Het NRO is onderdeel van NWO. De COOL-metingen die de onderzoekers gebruikten, zijn mogelijk door een subsidie van NWO. 

Over NWO

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is een van de grootste wetenschapsfinanciers in Nederland. NWO stimuleert kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap door het beste onderzoek te selecteren en financieren. NWO beheert onderzoeksinstituten van (inter)nationaal belang, geeft mede richting aan het wetenschappelijk onderzoek in Nederland en brengt wetenschap en maatschappij dichter bij elkaar. Onderzoeksvoorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door vooraanstaande wetenschappers uit binnen- en buitenland. Dankzij financiering van NWO kunnen meer dan 5000 wetenschappers onderzoek doen. 



Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

NWO-breed Sociale en Geesteswetenschappen Toegepaste en Technische Wetenschappen Maatschappij- en Gedragswetenschappen Exacte en Natuurwetenschappen

Programma

Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014)

Contact

Neem voor meer informatie contact op met de afdeling Communicatie, via +31 (0)70 344 07 29 of mail naar: