Voedsel eerst

13 december 2013

In de vorige twee nieuwsbrieven van Duurzame Aarde kwamen onderzoekers aan het woord die de complexe relatie tussen de teelt van biobrandstoffen en (gebrek aan) voedsel onderzocht hebben. Als laatste geeft nu Rudy Rabbinge zijn visie op deze problematiek. Hij is emeritus-hoogleraar Duurzame ontwikkeling en voedselzekerheid in Wageningen, oud-Eerste Kamerlid en oud-voorzitter van NWO Aard- en Levenswetenschappen. Gedreven strijdt hij binnen en buiten de wetenschap voor een biobased economy en een duurzame agrarische sector in ontwikkelingslanden.

Rabbinge gaat al een tijdje mee in de discussie over landbouw, voedselproductie, duurzaamheid en energie. ‘Begin jaren tachtig woedde er een discussie over de vraag hoe de opbrengsten voor boeren in Nederland verhoogd konden worden. Er moest naast suikerbiet, aardappelen en graan een vierde bron van inkomsten op de akkers komen. Dat werd de teelt voor energie. We hebben toen als wetenschappers uitgerekend hoeveel energie je uit bietjes en bintjes kon halen. Aanvankelijk waren die berekeningen niet compleet. Want ze namen nog niet het totale productieproces om tot energie te komen met alle kosten van dien in ogenschouw. En die kosten moet je natuurlijk wel meerekenen om tot een eerlijke kosten-batenanalyse te komen. Je hebt bijvoorbeeld allerlei apparatuur nodig om aardappelen in ethanol om te zetten. Alles meegerekend was het nettoresultaat maar net positief.’

De twaalf ‘F-en’

Maar de financiële kant is er slechts één, stelt Rabbinge. ‘Je moet bij teelt voor energie ook kijken naar de energie-efficiency. En die is uitermate laag,’ aldus Rabbinge. ‘Geteelde gewassen bestaan bijvoorbeeld grotendeels uit water. Van elke 100% lichtstraling die planten opvangen, wordt er uiteindelijk maar 1 tot 1,5% daadwerkelijk omgezet in bruikbare energie. Daar komt bij dat je met planten zoveel meer en veel hoogwaardiger dingen kunt doen dan ze gebruiken voor energieproductie.’ Om dat duidelijk en hanteerbaar te maken, ontwikkelde Rabbinge in de jaren ‘90 de ‘twaalf F-en’. ‘Dat is een ladder van twaalf producten die in het Engels bijna allemaal met de letter ‘f’ beginnen.’ Razendsnel somt Rabbinge de F-ladder op: flowers, farmacy, flavour, fragrance, function molecules, fermentation products, vegetables, fruits, food, fodder, fiber en fuel. In deze volgorde neemt de waarde van de toepassing exponentieel af en neemt het benodigde areaal exponentieel toe. Rabbinge: ‘Bloemen zijn dus het meeste waard, brandstof het minste. Vier vierkante meter grond is voldoende om de behoefte aan bloemen van één persoon te dekken. Voor farmacie is dat zes vierkante grond. Maar voor het voeden van één auto is een enorm areaal nodig.’

Niet speciaal telen voor energie

Niet dat Rabbinge helemaal tegen energie uit biomassa is. ‘Na het verwerken van planten tot allerlei waardevolle producten voor de biobased economy, blijft er misschien nog een restje over. Dat zou je best voor energie kunnen gebruiken. En hetzelfde geldt natuurlijk voor gft, zuiveringsslib, mest enzovoort, mits je dat ook eerst voor hoogwaardige toepassingen gebruikt. Maar dat is dus een heel andere benadering dan speciaal voor energie gewassen gaan telen.’

Rabbinge’s benadering vindt veel navolging, maar niet overal. ‘Vaak hoor ik voorstanders van energie uit geteelde biomassa zeggen ‘in Brazilië gaat het toch goed?’ Maar de situatie in Brazilië is niet representatief voor de rest van de wereld. Ze verbouwen daar suikerriet dat in alle opzichten een uitzondering is. Het is een C4-gewas, wat betekent dat het relatief veel CO2 opneemt. Suikerriet heeft ook een gunstige energiebalans, is het hele jaar door te verbouwen en heeft een groot suikergehalte. Dit alles geldt niet voor andere gewassen. Bovendien hebben we het dan nog niet gehad over de soms milieuvervuilende manieren waarop de teelt plaatsvindt. En over hoe de mensen daarbij behandeld worden.’

Nederlandse bijstook en bijmenging niet efficiënt

Het Nederlandse energiebeleid waarin energieproducenten verplicht zijn om een percentage biomassa bij te stoken in hun centrales, steunt Rabbinge niet. ‘Je zou half Nederland vol moeten zetten met koolzaad als je de 5,75% bijmenging van biobrandstoffen in benzine en diesel allemaal hier uit Nederland zou willen halen. Voor de bijstook in onze centrales worden er nu in Canada bossen gekapt.’

Een ander punt is dat biomassateelt ontwrichtende effecten heeft op de voedselmarkt. Rabbinge: ‘Voor biomassa is relatief veel areaal nodig. En de wereldmarkt voor voeding is maar klein. Van de 650 miljoen ton rijst die jaarlijks wordt geproduceerd en geconsumeerd, komt maar 30 miljoen ton op de wereldmarkt. Hoogleraar Michiel Keyzer van het Centre for World Food Studies van de VU, SOW-VU, heeft zeer overtuigend aangetoond dat teelt voor energie de voedselmarktprijzen beïnvloedt.’

Rabbinge snapt wel dat biomassa in de VS een hoge vlucht neemt. ‘Daar wil men om heel begrijpelijke geopolitieke redenen de energiemix aanpassen. Men wil niet afhankelijk zijn van schurkenstaten voor brandstof. En omdat er tegelijkertijd in de landbouw een productiviteitsstijging in bijvoorbeeld de ‘midwest’ van Amerika heeft plaatsgevonden, is daar areaal vrij om mais voor energie te verbouwen. Dat wordt zwaar gesubsidieerd. In Nederland heeft de pro-biomassalobby van boeren en ‘groenen’ ook flink wat bereikt, al komt iedereen daar nu wel een beetje van terug. Maar zelfs de doelstelling om op termijn 2% van onze energie uit biomassa te halen is nog te hoog.’

Groene revolutie

Biomassateelt als weg uit de armoede voor boeren in ontwikkelingslanden ziet Rabbinge ook niet zo. ‘Ik ben betrokken bij de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika, waarvan Kofi Annan voorzitter is. Duidelijk is dat voedsel verbouwen de boeren veel meer oplevert dan biomassa voor energie. Het is hoogwaardiger en ze hebben er ook zelf meer aan, want ze voorzien ermee in hun eigen voeding. Honger is in de eerste plaats een plattelandsprobleem. Daar moet de voedselproductie omhoog, zodat de mensen te eten hebben en wat geld over houden om hun kinderen naar school te doen. De aanpak van de groene revolutie, die juist dit bevordert, werkt ook echt. In een paar jaar tijd is er al 10 tot 15% meer opbrengst.’ Kortom, ‘voedsel eerst’, is Rabbinge’s devies.

De plant als fabriek

Als we dan toch energie uit planten willen halen, dan kan dat heel goed via de route van de biosolar cells, betoogt Rabbinge ten slotte. Je gebruikt de plant als fabriek,’ legt hij uit. ‘Het gaat om het eerste deel van het fotosyntheseproces dat je als het ware nabootst.’ De hoogleraar stond enkele jaren geleden aan de wieg van het Biosolar Cells-onderzoek in Nederland, waarin onder meer de universiteiten in Wageningen, Groningen, Amsterdam (VU en UvA), Delft en Leiden samenwerken. ‘Deze toepassing van energie uit planten zorgt wel voor een hoge energie-efficiency en beïnvloedt de voedselvoorziening verder niet.’

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen Aard- en Levenswetenschappen WOTRO Science for Global Development

Speerpunt

Thema: Duurzame aarde (2007-2010) Samenwerken in thema's (2011-2014)