Omgang met relatieconflicten bij 2000 jongeren onderzocht

29 januari 2013

Tieners vinden dezelfde dingen belangrijk als volwassenen in hun partnerkeuze: aantrekkelijkheid is heel belangrijk. Maar jongeren gaan anders om met conflicten in hun relatie en de manier waarop ze ruzies oplossen is - anders dan bij volwassenen - niet van invloed op het wel of niet uitgaan van hun relatie. Of ze het nu goedmaken, uitpraten, of lief doen tegen elkaar, het maakt niet uit, constateert ontwikkelingspsycholoog Thao Ha. Zij promoveert op 4 februari aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Omgang met relatieconflicten bij 2000 jongeren onderzocht

Naar negatieve ervaringen van jongeren met romantische relaties is nog weinig onderzoek gedaan. Daarom keek Thao Ha hoe tieners omgaan met relatieconflicten, of dat van invloed is op de duur van de relatie en wat het betekent voor hun welbevinden. Uit een groep van bijna tweeduizend jongeren selecteerde ze tachtig koppels die mee wilden doen aan een observatieonderzoek. Jongeren van ongeveer vijftien jaar oud voerden samen met hun partner een reeks van interactietaken uit voor de camera. Een van die taken was het bediscussiëren van relatieconflicten. De koppels zijn de daaropvolgende twee jaar jaarlijks geobserveerd en konden ook meedoen met een nieuwe vriend of vriendin. Na drie jaar werden de jongeren nogmaals ondervraagd om te kijken wie er nog wel of niet meer bij elkaar waren.

Ondanks positieve emoties in ruzie, toch somber

Uit onderzoek onder volwassenen is bekend dat meer negatieve emoties van partners in een conflict, het uiten van boosheid of minachting, samengaat met meer depressieve gevoelens later. Volwassen partners die ondanks het conflict positieve emoties kunnen uitwisselen door bijvoorbeeld humor te gebruiken of affectie te tonen bijvoorbeeld door een aanraking, hebben daarna minder last van somberheid. Voor tienerrelatieruzies gaat dat laatste niet op. Niet alleen negatieve, maar ook positieve emoties van jongeren tijdens conflicten hangen samen met sombere gevoelens, zo blijkt uit het onderzoek van Ha.

Verder ontdekte Thao Ha dat:

  • sombere meisjes kortere relaties hebben, voor neerslachtige jongens geldt dat niet.
  • jongeren die gevraagd werden om op basis van een datingprofiel te kiezen voor een hypothetische partner, aantrekkelijkheid het belangrijkst vonden. Als tieners expliciet gevraagd wordt naar wat ze belangrijk vinden in een ideale partner dan blijkt dat die aantrekkelijk, aardig, eerlijk en betrouwbaar moet zijn.
  • na een jaar vijftig procent van de koppels nog bij elkaar was; na drie jaar was dat teruggelopen naar vijf tot tien procent.

 

Thao Ha (Veghel, 1982) kreeg voor haar promotieonderzoek een Mozaïeksubsidie van NWO, een beurs voor studenten met een niet-Nederlandse etnische achtergrond. Ha koos voor dit onderzoek omdat er weinig bekend is over romantische relaties van jongeren, terwijl jongeren zelf wel aangeven dat het een belangrijk thema is in hun leven. Verder was het duidelijk dat romantische relaties niet alleen positieve effecten, maar ook negatieve effecten had op emotioneel welzijn, maar hoe dit precies werkt was onduidelijk, vandaar dat Ha voor dit onderwerp koos.

Het onderzoek van Ha past binnen dat van de groep van Developmental psychopathology, waarin onder meer gekeken wordt naar hoe sociale factoren (zoals romantische relaties) psychopathologie kunnen verklaren.

Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

Bron:

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Mozaïek

Speerpunt

Investeren in talent en vrij onderzoek (2011-2014)