Om kunnen gaan met ruzie geen garantie voor lange relatie bij adolescenten

19 april 2013

Ruzie komt voor in iedere relatie. Ermee leren omgaan is voor volwassenen essentieel voor een duurzame band. Bij jongeren zit dat totaal anders, stelde ontwikkelingspsycholoog Thao Ha tot haar verrassing vast.

© Shutterstock, auremar

Romantische relaties gaan alleen in films over rozen. In de praktijk hoort ruzie erbij. Maar hoe je met ruzie omgaat, bepaalt wel de duurzaamheid van je relatie. Kun je een conflict oplossen en het naderhand ook weer goedmaken, dan hou je het samen langer vol. Een goede ruzie maakt dan je relatie zelfs sterker. Sta je negatief in een ruzie en maak je het daarna niet meer goed, dan is de kans dat je relatie op de klippen loopt groot. Constructief leren ruziën is dan ook het doel van veel relatietherapieën.

Dit alles is gebaseerd op onderzoek naar volwassenen. Hoe dat bij adolescenten zit, was tot nu toe niet bekend. In de ogen van volwassenen zijn de relaties van adolescenten een soort oefenrelaties. Ze zijn vaak maar van korte duur en werden daarom niet serieus genomen door de wetenschap. Psycholoog Thao Ha doet dat wel. ‘Aandacht voor romantische relaties van jongeren is belangrijk, omdat ze samenhangen met de emotionele gezondheid,’ laat ze vanuit de VS in een mail weten.

Een andere reden waarom onderzoek naar tienerrelaties zeldzaam is, is dat ze lastig te onderzoeken zijn. Ze duren maar kort en de relatie verloopt grilliger dan volwassen relaties. Ha schrijft: ‘Dat een relatie aan is, betekent niet dat het aan het einde van de dag nog aan is en het kan zo maar drie dagen tijdelijk uit zijn. Voor een onderzoeker betekent dat je er bovenop moet zitten en intensief contact moet houden met de jongeren.’

Dat deed Ha dus ook. Tijdens haar promotie aan de Radboud Universiteit onderzocht ze tachtig heteroseksuele Nederlandse stelletjes uit het oosten van het land. De deelnemers hadden een gemiddelde leeftijd van ruim vijftien jaar bij het begin van de studie. Ha ging naar de scholen om de jonge stelletjes op drie momenten in vier jaar tijd aan een onderzoek te onderwerpen. Met behulp van enquêtes en observaties onderzocht ze of jongeren in staat zijn conflicten op te lossen en bij te leggen.

Tijdens het onderzoek was een van de taken die de stelletjes kregen het bediscussiëren van relatieconflicten. De jongeren mochten zelf het onderwerp kiezen. Vaak kozen ze voor jaloezie en vreemdgaan en het al dan niet altijd meenemen van het vriendje/vriendinnetje naar een feestje. Deze taak was aanleiding voor een kunstmatig miniconflict inclusief gezeur en emoties als minachting, angst, humor, affectie en interesse. Het oplossen van conflicten werd gedefinieerd als de mate van positieve en negatieve emoties tijdens het conflict.

Ha vroeg na de conflicten jongeren samen over hun mooiste herinnering te praten. Ook hier werden de emoties gemeten en hoe positiever de jongeren, hoe beter het conflict hersteld was. Bij volwassenen voorspellen de zelfde onderzoeksmethoden echtscheidingen.

De uitslag van het onderzoek is verrassend. Het blijkt namelijk dat het al dan niet goed kunnen oplossen en bijleggen van een relatie niets zegt over de duur van de tienerrelatie. Dat verbaasde Ha: ‘Voorgaand onderzoek liet bij volwassenen een duidelijk dit verband zien.’ In het artikel oppert ze dat er in tienerrelaties minder conflicten voorkomen dan in volwassen relaties. Als er conflicten zijn, dan worden die ontkend, of gebagatelliseerd. Daarnaast zijn relaties van adolescenten minder gericht op de lange termijn en is het bijleggen van een ruzie daarmee minder belangrijk.

Haar resultaten maken het voor Ha alleen nog maar interessanter. ‘Het betekent dat tienerrelaties uniek zijn en dat we nog maar weinig weten van hoe ze werken.’ De enige voorspeller van relatieduur die Ha in haar onderzoek vond waren depressieve gevoelens van het meisje. In het artikel benadrukt Ha dat er toch vooral meer onderzoek nodig is.

Ha deed dit onderzoek tijdens haar promotie aan de Radboud Universiteit. Kort geleden emigreerde ze naar de VS en zet haar onderzoekslijn voort aan de Arizona State University. Vandaag verschijnen haar bevindingen in PLoS ONE.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met een subsidie van NWO.

Bron: Wetenschap 24

Bron: