Daling risicogedrag bij jongeren in Europa

18 oktober 2013

In de periode 2002-2010 is het risicogedrag van Europese scholieren in de leeftijd van 11 tot 16 jaar gedaald. In Nederland lijkt dit samen te hangen met het feit dat ouders in hun opvoeding ten aanzien van alcohol strenger zijn geworden. Deze strengere regels lijken niet alleen aan te slaan wat betreft het alcoholgebruik van jongeren; zij lijken ook door te werken in andere risicogedragingen, zoals roken, blowen en riskant seksueel gedrag.

Hoewel de algemene daling in risicogedrag een positieve ontwikkeling is, nemen sociaaleconomische verschillen in risicogedrag toe. Dat schrijft promovenda Margreet de Looze van de Universiteit Utrecht in haar proefschrift Young, wild and free? The social and cultural context of adolescent risk behavior.

Jongeren onder de 16 uit een groot aantal Europese en Noord-Amerikaanse landen zijn tussen 2002 en 2010 minder alcohol gaan drinken. In Nederland lijkt deze daling van alcoholgebruik bij jongeren samen te hangen met het feit dat ouders in hun opvoeding ten aanzien van alcohol strenger zijn geworden, zo blijkt uit een gezamenlijke studie met het Trimbos-instituut. Ouders zijn alcoholgebruik onder de 16 jaar als schadelijker gaan zien, praten gemakkelijker met hun kind over alcohol en stellen vaker regels over alcoholgebruik. Dit is mogelijk het gevolg van alle media-aandacht, campagnes, en lokale preventieactiviteiten van de afgelopen jaren, met als boodschap "geen 16, geen alcohol". Hoewel strenge regels óók bij 16-jarigen gerelateerd zijn aan een kleinere kans op alcoholgebruik, zijn ouders van 16-jarigen niet strenger geworden. Dit verklaart mogelijk dat er bij 16-jarigen geen daling heeft plaatsgevonden in alcoholgebruik.

Samenhang middelengebruik en seksueel gedrag

Jongeren wiens ouders strenge regels stellen over hun tabaks- en alcoholgebruik roken en drinken niet alleen minder vaak; zij blowen ook minder vaak en zijn minder vaak seksueel actief. De samenhang tussen middelengebruik en seksuele activiteit bij jongeren lijkt een internationaal fenomeen: in meer dan 25 Europese landen komen deze gedragingen vaak samen voor. Op basis van haar onderzoek suggereert De Looze dat het effectief zou kunnen zijn om brede interventieprogramma's te ontwikkelen die als doel hebben om verschillende soorten risicogedrag bij jongeren te verminderen of te voorkomen.

Groeiende ongelijkheid

De Looze laat zien dat de daling in alcoholgebruik bij jongeren in Europa vergezeld gaat met een daling in roken en blowen. De dalingen zijn het sterkst in welvarende landen (West-Europa). In minder welvarende landen (Oost-Europa) lijkt het rook-, drink-, en blowgedrag van jongeren te stabiliseren, hoewel het in sommige landen nog steeds toeneemt. Dit leidt tot groeiende ongelijkheid. “Dit is mogelijk het gevolg”, aldus De Looze, “van verschillen tussen landen in gezondheids- en jongerenbeleid. Rijkere landen investeren vaker in preventieprogramma’s met als doel om het middelengebruik onder jongeren te verminderen.” Bovendien blijkt dat middelengebruik, binnen de landsgrenzen, steeds kenmerkender wordt voor jongeren met een lage sociaaleconomische status. Dus ook hier groeit de ongelijkheid. “Mijn onderzoek spoort dan ook aan tot het internationaal monitoren van groeiende sociaaleconomische ongelijkheid op zowel individueel niveau als op het niveau van landen.”

Trimbos-instituut

De bevindingen van De Looze ondersteunen het belang van de uitgezette campagnes van de Nederlandse overheid en, specifiek, van het Trimbos-instituut. De afgelopen jaren heeft het Trimbos-instituut samen met GGD'en en instellingen voor verslavingszorg preventieprogramma’s ontwikkeld en uitgevoerd die ouders aanspoorden om hun opvoeding ten aanzien van alcohol aan te scherpen en zo het alcoholgebruik van hun kind uit te stellen. Daarnaast heeft het Trimbos-instituut een breed preventieprogramma ontwikkeld, dat op een groot aantal scholen in Nederland wordt uitgevoerd. Tot slot is er in de preventieprogramma’s speciale aandacht geweest voor vmbo-leerlingen, omdat zij een risicogroep vormen.

Het promotieonderzoek van Margreet de Looze is medegefinancierd door NWO.

Bron: Universiteit Utrecht

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Veranderingsstudies

Speerpunt

Infrastructuur