Honger daar door biobrandstoffen hier? Complexe relaties.

17 juni 2013

In hoeverre is honger in de derde wereld te wijten aan de toename van biobrandstoffengebruik in de westerse wereld? Annelies Zoomers (hoogleraar International Development Studies aan de UU) laat haar licht schijnen op dit vraagstuk. Zoomers: ‘Honger is net zo goed het gevolg van investeringen in grootschalige voedsellandbouw voor de export, of uitbreiding van natuurparken.’

‘De snelle uitbreiding van biobrandstoffen legt zonder meer een extra claim op schaarse landbouwgronden,’ zegt Zoomers. ‘Maar dat betekent niet dat tussen biobrandstoffen en honger een direct verband bestaat. De voornaamste oorzaak van honger is armoede, al dan niet in combinatie met natuurrampen, gewapende conflicten, en economische crises. In ongeveer dertig landen dreigen acute voedseltekorten – vaak veroorzaakt door oorlogen. Gelijktijdig is in veel landen veilige en zekere toegang tot grond één van de sleutels tot voedselzekerheid. Waar de uitbreiding van biobrandstoffen ten koste gaat van voedsellandbouw of verdringing van de bevolking, leidt dit vaak direct tot verdieping van de armoede en voedselonzekerheid. De kleinschalige voedsellandbouw – en lokale voedselzekerheid staan op dit moment onder druk. Dat komt niet alleen door biobrandstoffen, maar net zo goed door ‘green grabbing’ – de uitbreiding van natuurparken. Of door de snelle uitbreiding van grootschalige voedsellandbouw voor de export.’

Complexe relaties

De relatie tussen biobrandstoffen en voedselzekerheid is complex. Uit onderzoek in het kader van het programma Agriculture beyond Food (NWO-KNAW) blijkt dat in Indonesië de uitbreiding van oliepalmen (voor palmolieproductie) een belangrijke impuls geeft aan economische groei. Deze expansie gaat echter in toenemende mate ten koste van rijstgebieden, wat haaks staat op het streven naar voedselzekerheid. Gelijktijdig gaat de uitbreiding gepaard met ontbossing en expansie in de ecologisch kwetsbare veengebieden met negatieve gevolgen voor duurzaamheid, zo blijkt uit onderzoek van Ari Susanti en Paul Burgers.

Toenemende kwetsbaarheid

Of er een negatief verband bestaat tussen oliepalmexpansie en voedselzekerheid valt moeilijk te bepalen, vertelt Zoomers. ‘Oliepalm kan worden gezien als ‘flex crop’. Of de palmolie wordt gebruikt als voedsel of biobrandstof zal in belangrijke mate worden bepaald door marktkrachten. Via het inkomsteneffect kan oliepalm positief bijdragen aan voedselzekerheid, maar voor anderen leidt het tot verdringing en toenemende kwetsbaarheid. In de beoordeling van de gevolgen voor voedselzekerheid moet ook rekening worden gehouden met de indirecte effecten – het feit dat de gunstige mogelijkheden voor oliepalmproductie nieuwe mensen aantrekt.’ De uitbreiding van oliepalmplantages en de instroom van bevolking leiden tot snelle urbanisatie en een toenemende vraag naar voedsel, zo blijkt uit NWO-onderzoek van Suseno Budidarso. ‘Op dit moment is niet zo duidelijk welke gevolgen de snelle groei van oliepalm zal hebben op de voedselzekerheid op nationaal niveau,’ aldus Zoomers.

Soja pakt slechter uit dan oliepalm

De relatie tussen biobrandstoffen en voedselzekerheid varieert ook sterk van gewas tot gewas. Behalve de oliepalm, bestuderen onderzoekers rond Zoomers in het kader van LANDac ook de uitbreiding van genetisch gemodificeerde soja in Argentinië en de Chaco-regio (Latijns-Amerika). ‘Ook soja is een ‘flex crop’: de gevolgen voor voedselzekerheid worden bepaald door prijswerking – en de mate waarin de expansie ten koste gaat van landbouwgronden. Zoomers verwijst naar het onderzoek van Lucia Goldfarb in Argentinië: ‘Na de aanvankelijke expansie in de pampagebieden die vroeger voor onder andere veeteelt werden gebruikt, gaat de soja in toenemende mate ten koste van bos en worden lokale groepen gedwongen het veld te ruimen’. In haar onderzoek laat Lucia Goldfarb zien dat de expansie van soja vaak negatieve gevolgen heeft vanuit het perspectief van mensenrechten, gezondheid en milieu. In tegenstelling tot oliepalm wordt met soja nauwelijks werkgelegenheid gecreëerd en zijn de directe inkomenseffecten voor de bevolking beperkt.

Buitensluiting

Om een beeld te krijgen van de link tussen voedselzekerheid en grootschalige landinvesteringen is vooral Afrika interessant. In sub-Sahara Afrika wordt op grote schaal geïnvesteerd in biobrandstoffen, maar ook voedselgewassen, door bijvoorbeeld India en Saoedi-Arabië, maar ook Europese investeerders. In het kader van LANDac doet Zoomers met collega’s onderzoek in verschillende Afrikaanse landen. ‘Waar in Ethiopië grootschalige landacquisitie plaatsvindt, heeft dit vaak negatieve gevolgen voor voedselzekerheid. Het duurt soms een aanzienlijke tijd voordat de investering in de volle omvang is gerealiseerd. De lokale bevolking moet wijken, terwijl er nauwelijks werkgelegenheid wordt gecreëerd. Het leidt uiteindelijk tot grootschalige veranderingen in grondgebruik: de introductie van ‘monocrops’. Overheden spelen een actieve rol in het aantrekken van investeerders omdat dit mogelijkheden biedt voor ‘modernisering’. Vaak worden traditionele grondgebruikers dan buitengesloten. Soortgelijke processen vinden plaats in andere delen van Afrika.’

Flinke dilemma’s

Sommige landen, zoals de Golfstaten, India en China, gebruiken grootschalige landacquisitie en off-shore farming als strategie om juist de voedselzekerheid in het eigen land te garanderen. Dat dit gebeurt in landen met diepe armoede en hongerproblemen is natuurlijk cynisch. De één zijn brood is de ander zijn dood, al worden aan de productie en export allerlei voorwaarden gesteld. ‘Onderzoek maakt duidelijk voor welke dilemma’s we staan. Duurzaamheidsstrategieën, zoals de Europese normen voor biobrandstoffen, zijn elders in de wereld de oorzaak van ontbossing en milieuproblemen en zijn in strijd met voedselzekerheid. Vooral waar biobrandstoffen worden verbouwd op grote schaal ten koste van het milieu en zonder voordelen voor de bevolking, moet verdere expansie worden voorkomen,’ zegt Zoomers. ‘Maar ook de grootschalige investeringen in land voor voedselexport en ‘green grabbing’ moeten aan banden worden gelegd. Van voedsel voor de export of de natuur kunnen Afrikanen niet eten. Degenen die lobbyen voor duurzaamheid of voedselzekerheid zijn geneigd om land te zien als ‘global public good’. Maar dat staat haaks op voedselzekerheid van lokale groepen.’

Meer informatie

Annelies Zoomers is hoogleraar International Development Studies (IDS) aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van LANDac (www.landgovernance.org), E.B.Zoomers@uu.nl. Voor meer informatie over het project ‘Sliding from greasy land? Migration flows and forest transformation caused by oil palm expansion in Riau, Sumatra and Bearu, East Kalimantan’ in het kader van het programma Agriculture beyond food: Paul Burgers, p.burgers@uu.nl. Voor meer informatie over soja in Argentinië: l.goldfarb@uu.nl.

 

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

WOTRO Science for Global Development

Programma

Agriculture Beyond Food

Speerpunt

Thema: Duurzame aarde (2007-2010) Samenwerken in thema's (2011-2014)