Samenwerking tussen docenten is matig

11 november 2011

Docenten in het voortgezet onderwijs werken matig samen. Vooral in docententeams waar de diversiteit in dienstjaren en in beroepservaring groot is, wordt minder samengewerkt. Als er binnen een docententeam een grote diversiteit bestaat tussen het opleidingsniveau en sekse van de docenten, blijkt er juist meer samengewerkt te worden. Dat schrijft NWO-onderzoeker Patricia Brouwer van de Universiteit Utrecht in haar dissertatie waarop zij 15 november hoopt te promoveren.

Docenten in het voortgezet onderwijs moeten, zoals vastgelegd in de wet Beroepen in het Onderwijs, competent zijn in het samenwerken met collega's binnen de school. Die samenwerking is zeker van belang bij scholen waar innovaties, zoals het combineren van verschillende vakken in vakoverstijgende opdrachten, worden geïmplementeerd. De Utrechtse promovenda wilde daarom antwoord op de vraag wat de aard van samenwerking is in docententeams. Ze voerde vier studies uit bij zeven docententeams binnen een school die innovatie hoog in het vaandel heeft. Eén van haar conclusies luidt dat de samenwerking in de onderzochte docententeams over het algemeen matig is.

Verhouding man-vrouw

Brouwer concludeert dat diversiteit in de samenstelling van de docententeams bepalend is voor de mate van samenwerking. Diversiteit blijkt niet altijd positief voor de samenwerking te zijn. Bestaat er in een docententeam een grote diversiteit in dienstjaren of beroepservaring, dan wordt er minder samengewerkt. Als er veel diversiteit in sekse en opleidingsniveau is, dan is dit juist positief voor de mate waarin wordt samengewerkt. "Dit betekent dus dat er binnen een team beter wordt samengewerkt als de verhouding man-vrouw fifty-fifty is. Dat geldt ook voor de diversiteit in opleidingsniveau: is de verhouding tussen WO- en HBO-opgeleiden binnen een team fifty-fifty, dan is de samenwerking het best. Een schevere verhouding komt de samenwerking niet ten goede."

Commitment

In haar proefschrift doet Brouwer voorstellen om docenten beter met elkaar te laten samenwerken. "Wie docenten wil stimuleren om meer samen te werken, kan zich bijvoorbeeld richten op het ontwikkelen van groepsdoelen." Bij groepsdoelen heeft een docententeam gedeelde werkdoelen en een gedeelde visie op het onderwijs. Brouwer: "Dat wil niet zeggen dat iedereen precies hetzelfde moet denken. Maar er moet wel commitment zijn: iedereen moet van elkaar weten hoe ze er in staan en ze moeten tot overeenstemming komen zodat alle teamleden achter de doelen van het team staan." Docententeams kunnen dit bijvoorbeeld bereiken door tijdens teambijeenkomsten regelmatig een discussie te hebben waarin zij de individuele doelen van de teamleden en de gezamenlijke doelen bespreken en hier overeenstemming tussen vinden.

Zelf doen

Aan de andere kant is er misschien niet zoveel stimulering nodig, stelt Brouwer. Docententeams hebben een aanzienlijk repertoire aan activiteiten om zelf hun onderlinge samenwerking te versterken. Bovendien ontstaat samenwerking vaak vanzelf zonder dat het een van te voren bewust gesteld doel was. Brouwer: "Bij het stimuleren van de samenwerking dient de teamleider of schoolleider dan ook uit te gaan van de kracht van het team. Zo kan er worden voortgebouwd op wat het team al doet, en is het aan de teamleider of schoolmanager om het repertoire aan activiteiten explicieter te maken en structureler in te zetten."

Samenwerking tussen docenten is matig Vormgeving door Karina Dimitriu

Patricia Brouwer is op 15 november 2011 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op de dissertatie 'Collaboration in teacher teams'.

De promotoren waren prof. dr. J.M.G. Brekelmans (Universiteit Utrecht), prof. dr. A.F.M. Nieuwenhuis (Ruud de Moor Centrum, Open Universiteit) en prof. dr. P.R.J. Simons (Universiteit Utrecht).

Het onderzoek is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Meer informatie: patricia.brouwer@ecbo.nl

Open Access publicatie via de website van de Universiteit van Utrecht.

 

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Programmaraad voor het onderwijsonderzoek (PROO)

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014)