Interactie in kleine groepjes met een virtuele agent leert kinderen leren

21 november 2011

Bij gebruik van de computer op de basisschool moeten leerlingen steeds meer hun eigen leerproces vormgeven. Dat vereist specifieke vaardigheden. Leraren kunnen leerlingen hierbij ondersteunen door ze in kleine groepjes te laten samenwerken met een virtuele agent. Ze leren de vaardigheden dan van de agent en van elkaar en gaan als groep beter presteren. Dit constateert NWO-onderzoeker Inge Molenaar die op 24 november aan de Universiteit van Amsterdam promoveert.

Als leerlingen met de computer werken, hebben ze vaardigheden nodig om het eigen leren te sturen. Dit zijn de zogenoemde metacognitieve vaardigheden (oriënteren, plannen, monitoren en evalueren). In het basisonderwijs gebruiken leerlingen de computer vaak in kleine groepjes. Inge Molenaar onderzocht hoe dat leren in groepjes kan worden ondersteund met een virtuele agent. Een virtuele agent is een cartoonachtig figuurtje op het beeldscherm dat de kinderen vragen stelt of op andere manieren op weg helpt.

Vragen tijdens het werken

Uit Molenaars experimenten met leerlingen bleek dat de agent inderdaad hielp om metacognitieve activiteiten te stimuleren en metacognitieve kennis van de leerlingen te ontwikkelen. Het programma lijkt een positieve invloed te hebben op groepsprestaties, maar het beïnvloedt niet de hoeveelheid vakinhoudelijk kennis van de leerlingen. Ook bleek uit Molenaars onderzoek dat hulp in de vorm van vragen tot betere leerresultaten leidt dan hulp in de vorm van stellingen.

Zelf doen werkt het best

Groepjes die ondersteuning kregen op het vlak van metacognitieve vaardigheden deden het in een aantal opzichten beter dan groepjes die dat niet kregen. Ze voerden meer metacognitieve activiteiten uit en bleven dat ook doen als de ondersteuning is gestopt. Daarbij blijkt dat activiteiten die een leerling zelf doet, meer invloed op zijn leren hebben dan activiteiten door anderen. Molenaar ontdekte ook dat vragen meer effect hebben op de wijze van samenwerking tussen de leerlingen dan stellingen. Wanneer leerlingen meer voort bouwen op elkaars bijdrage is de kans groter dat deze metacognitieve activiteiten het groepsproces bevorderen.

Pleidooi voor stimuleren van samenwerken rond metacognitieve activiteiten

Molenaar: 'Ik denk dat ondersteuning van metacognitieve vaardigheden bij kleine groepen aan kracht wint als kinderen onderling veel samen werken. Er zou vervolgonderzoek moeten komen naar hoe computerondersteuning kan worden ontwikkeld die is gericht op het stimuleren van de samenwerking rondom metacognitieve vaardigheden. Het lijkt erop dat ondersteuning tijdens het samenwerkend leren een krachtig mechanisme is om de metacognitieve kennis en vaardigheden van leerlingen te versterken.'

Symposium

Op 25 november vindt het symposium 'Computerized scaffolding of Self-Regulated Learning: Interdisciplinary Advances' plaats aan de Universiteit van Amsterdam met medewerking van de hoogleraren Roger Azevedo (McGill University, Canada) en Claudia Roda (American University of Paris, Frankrijk) en de UvA-medewerkers Wilfried Admiraal en Bert Bredeweg, University of Amsterdam. Meer informatie hierover.

Interactie in kleine groepjes met een virtuele agent leert kinderen leren

Inge Molenaar promoveert op 24 november aan de Universiteit van Amsterdam op de dissertatie 'Its all about Metacognitive Activities: Computerized Scaffolding of Self-Regulated Learning'. Promotoren zijn prof. dr. P.J.C. Sleegers, Universiteit van Twente en prof.dr. C.A.M. van Boxtel verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Meer informatie: i.molenaar@uva.nl

Zie ook de PDF met een nadere toelichting.

 

Bron: NWO

Kenmerken

Wetenschapsterrein

Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programma

Programmaraad voor het onderwijsonderzoek (PROO)

Speerpunt

Samenwerken in thema's (2011-2014)