a | a | a


Deze pagina printen Hoofdstuk 3 Werk, zorgtaken en vrije tijd

NWO vindt het belangrijk dat medewerkers flexibel invulling kunnen geven aan een goede combinatie van werk, zorgtaken en vrije tijd. In de arbeidsvoorwaarden worden daar dan ook mogelijkheden voor gecreëerd. In dit hoofdstuk komt voor de hele koepel van NWO het deeltijdpercentage onder de medewerkers ter sprake. Ook wordt een berekening gegeven van de deeltijdfactor. Daarnaast is weergegeven in welke mate medewerkers van NWO-werkgever in 2007 gebruik maakten van arbeidsvoorwaarden gericht op de balans tussen werk en persoonlijke omstandigheden, zoals het gebruik van specifieke verlofregelingen en van de Seniorenregeling, en de deelname aan de regelingen Kinderopvang en ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM). Diverse ontwikkelingen op maatschappelijk terrein brachten veranderingen in een aantal van deze regelingen.

Informatie over de mate waarin bij de andere werkgevers binnen de NWO-koepel (FOM, CWI en Kon. NIOZ) gebruik is gemaakt van de arbeidsvoorwaarden gericht op de balans tussen werk en persoonlijke omstandigheden, valt te lezen in de sociaal jaarverslagen van de desbetreffende organisaties.

3.1
Deeltijdwerken en de deeltijdfactor
3.2
NWO-werkgever - Gebruik van regelingen bijzonder verlof andermaal groter
3.3
NWO-werkgever - Kinderopvang
3.4
NWO-werkgever - Groeiend gebruik regeling ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM)

Naar boven 3.1 | Deeltijdwerken en de deeltijdfactor

Als 'deeltijdland' telt Nederland in vergelijking met andere landen veel vrouwen (en mannen) die in deeltijd werken. Volgens de publicatie van het Sociaal Cultureel Planbureau Nederland deeltijdland. Vrouwen en deeltijdwerk (februari 2008) werkt 75% van de werkende vrouwen in ons land minder dan 35 uur per week. Dat is bijna twee keer zoveel als gemiddeld in de andere EU-landen. Het hebben van kinderen lijkt een voor de handliggende reden om in deeltijd te werken. Maar lang niet alle vrouwen die in deeltijd werken, hebben jonge kinderen voor wie moet worden gezorgd. Jonge vrouwen zonder kinderen werken gemiddelde 4 uur minder dan jonge mannen, terwijl vrouwen van 40 jaar of ouder die niet (meer) voor jonge kinderen (hoeven te) zorgen, nauwelijks meer uren werken dan vrouwen met kinderen tussen 0-17 jaar.

De deeltijdfactor
De deeltijdfactor is de verhouding tussen het aantal fte's en het aantal medewerkers en geeft de gemiddelde aanstellingsomvang per medewerker aan. De grootte van deeltijdfactor hangt af van het aantal personen dat in deeltijd werkt en van de omvang van hun werkweek. Voor NWO-koepel lag de deeltijdfactor op 92,2%, bij NWO-werkgever op 89,6% en bij NWO-bureau op 88,1%.

Meer gespecificeerd lag de deeltijdfactor koepelbreed bij het wetenschappelijke personeel op 95,9%, bij het niet-wetenschappelijke personeel op 89,2%. De mannen kenden een deeltijdfactor van 95,6%, de vrouwen van 83,4%. Nog verder toegespitst kenden de vrouwen wetenschappelijk personeel een gemiddelde deeltijdfactor van 94,6% en de vrouwen niet-wetenschappelijk personeel een gemiddelde deeltijdfactor van 79,1%. Medewerkers van NWO-koepel (mannen én vrouwen) die in het onderzoek werken, hebben gemiddeld dus een bijna volledige werkweek. Bij de niet-wetenschappelijke medewerkers is de werkweek algemeen wat kleiner (0,89 fte), bij de vrouwen gemiddeld bijna 0,8 fte.

Groter percentage deeltijders dan in 2006, bij zowel vrouwen als mannen
Binnen de koepel van NWO werkten 522 van de 2159 medewerkers in deeltijd, ofwel 24,2%. Van de 618 vrouwen werkten 322 medewerkers in deeltijd (52%) van de 1541 mannen waren dat er 200 (bijna 13%). In 2006 en 2005 lag het totale gemiddelde deeltijdpercentage op 21,7%.

Van de vier werkgevers telde NWO-werkgever ook in 2007 het grootste percentage deeltijdwerkers. Totaal werkten daar 295 van de 852 medewerkers in deeltijd. Dat was 34,6% - een percentage dat hoger was dan in 2006, toen 30,8% van de medewerkers in deeltijd werkte. Van de vrouwen werkte bijna 61% in deeltijd, van de mannen 17,7%.

Hoewel het percentage deeltijders onder de vrouwen van NWO-werkgever groter was dan dat onder alle vrouwen van NWO-koepel, lag dit percentage onder het nationale percentage van 75% en werkten bij NWO-koepel en NWO-werkgever naar verhouding dus veel minder vrouwen in deeltijd.

Tabel 4 geeft de percentages deeltijdwerken bij de verschillende organisatieonderdelen van NWO-werkgever in 2006 en 2007. Daarin valt te zien dat bij alle entiteiten van NWO-werkgever zowel de vrouwen als de mannen in 2007 naar verhouding meer in deeltijd werkten dan in 2006.

Evenals in 2006 telde NSCR met 69,6% naar verhouding het hoogste percentage deeltijders; van de vrouwen werkte daar 80% in deeltijd, van de mannen 61,5%. Als tweede volgde - eveneens als in 2006 - het ING, met een percentage van 53,9% deeltijders; 60,7% van de vrouwen en 45,8% van de mannen.

Naar boven 3.2 | NWO-werkgever – Gebruik van regelingen bijzonder verlof andermaal groter

De CAO-OI omvat een aantal verlofregelingen voor specifieke situaties die het invullen van een evenwichtige verhouding tussen werk en zorgtaken ondersteunen. Dit zijn verlofmogelijkheden voor zwangerschap, bevalling van de partner, ouderschap, calamiteiten en zorgverlof. De verlofmogelijkheden voor verhuizing, huwelijk en samenwonen kwamen per 1 februari 2007 te vervallen.

Veranderingen waren er ook bij de ouderschapsverlofregeling. Per 1 januari 2007 geldt hiervoor een nieuwe regeling, die bovendien is gekoppeld aan de levensloopregeling. De nieuwe ouderschapsverlofregeling garandeert weliswaar een loondoorbetaling van 75%, maar impliceert tegelijk een vermindering van het loonbedrag (naar rato) als gevolg van fiscale maatregelen. Medewerkers kunnen dit bedrag via de Belastingdienst terugontvangen, maar moeten daarvoor wel gespaard hebben in de levensloopregeling.

De CAO-OI 2006-2007 werd op 12 februari 2007 ondertekend en per die datum van kracht vanaf
1 oktober 2006. In 2006 was het vooruitzicht van de nieuwe ouderschapsverlofregeling nog onbekend. Bij NWO-werkgever maakten daarom in 2006 naar verhouding meer medewerkers gebruik van de 'oude' ouderschapsverlofregeling (93 tegenover 43 in 2005). In 2007 maakten 63 medewerkers gebruik van de nieuwe regeling.

Totaal maakten medewerkers bij NWO-werkgever in 2007 211 keer gebruik van de verschillende specifieke verlofregelingen. Afgezet tegen het aantal medewerkers is dat 24,8%. In 2006 lag dit percentage op 19,1% in 2005 op 12,3%.

Tabel 5 geeft weer hoe vaak medewerkers bij NWO-werkgever in 2007 van de verlofregelingen gebruik maakten.

De seniorenregeling
Tot slot kende de CAO-OI 2006-2007 ook een nieuwe Seniorenregeling Onderzoekinstellingen (SROI). Het doel van deze nieuwe regeling, die per 1 april 2007 van kracht werd, is om te waarborgen dat medewerkers tot aan hun pensioenleeftijd actief aan het arbeidsproces kunnen blijven deelnemen. Volgens deze nieuwe regeling kunnen medewerkers vanaf 59 jaar tot 65 jaar hun feitelijke werktijd per week terugbrengen. Per persoon zijn hiervoor maximaal 156 seniorendagen beschikbaar.

In 2007 namen bij NWO-werkgever in totaal 57 medewerkers deel aan de Seniorenregeling (in 2006 en in 2005 waren dat 54 medewerkers). Dit aantal medewerkers bedraagt 6,7% van het totale personeelsbestand van NWO-werkgever in 2007. In 2006 lag het percentage SROI-deelnemers op 6%, in 2005 op 5%. De kosten voor deze regeling bedroegen in 2007 € 629.183. Ten opzichte van 2006 (€ 618.568) was sprake van een kostenstijging van 1,7% (in 2006 was de kostenstijging 6,9% ten opzichte van 2005).

Van de 57 deelnemers SROI in 2007 is één persoon na 1 april gaan deelnemen, volgens de nieuwe regeling.

Naar boven 3.3 | NWO-werkgever - Kinderopvang

Door wijziging van de Wet Kinderopvang loopt de werkgeversbijdrage in de kosten van kinderopvang vanaf 1 januari 2007 via de overheid. Werkgevers betalen de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang niet meer rechtstreeks aan de medewerker, maar dragen hun aandeel af aan de fiscus. NWO-werkgever doet dat via de (verhoogde) premie Uitvoeringsfonds voor de Overheid. Ouders kunnen op hun beurt terecht bij de Belastingdienst voor het hen toekomende (werkgeversaan)deel. Dit bedrag wordt bovendien verhoogd met de zg. kinderopvangtoeslag.

Medewerkers van NWO-werkgever voor wie de kosten voor kinderopvang in 2007 hoger waren dan conform het fiscaal toegestane maximum (uur)bedrag, konden bij NWO voor het bovenmatige deel in aanmerking komen voor een vergoeding voor de kinderen waarvoor NWO al op 31 december 2006 (volgens de oude regeling) een tegemoetkoming betaalde. In 2007 werd volgens deze regeling aan 15 medewerkers een tegemoetkoming betaald, voor een totaalbedrag van € 2944,27.

Naar boven 3.4 | NWO-werkgever - Groeiend gebruik regeling ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM)

Via de regeling ArbeidsVoorwaarden Op Maat (AVOM) kunnen medewerkers - binnen de voor hen individueel geldende arbeidsvoorwaarden - salaris en/of vakantie-uren ruilen tegen elkaar, tegen een fiets, een verhoging van de werkgeversbijdrage voor de reiskosten woon-werkverkeer, een verhoging van de bijdrage voor studiekosten, of om te sparen in het kader van levensloop. In 2007 werden door NWO-werkgever 283 aanvragen voor AVOM-deelname gehonoreerd. 2006 telde 244 gehonoreerde aanvragen, 2005 213. De deelname aan AVOM nam dus andermaal toe. Ten opzichte van 2006 steeg de AVOM-deelname in 2007 met bijna 16%.

Levensloop
Medewerkers zetten in 2007 hun vakantie-uren voornamelijk in voor het doel geld (55,5% van de AVOM-keuzen). Voor sparen in levensloop zetten 39 medewerkers AVOM-middelen in (4,6% van het totale personeelsbestand van NWO-werkgever en 13,8% van de AVOM-keuzen).