a | a | a


Deze pagina printen Hoofdstuk 1 Personeelsinformatie NWO koepel

NWO is een koepelorganisatie van vier werkgevers. Dat zijn naast NWO-werkgever, de stichtingen voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (Kon. NIOZ). In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over het personeel van de totale NWO-koepel in 2007. Genoemd worden de aantallen medewerkers naar fte's en naar aantallen personen, de verdeling naar wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke functies, naar mannen en vrouwen en naar leeftijd.

1.1
Daling van het totale aantal medewerkers met 141 fte's
1.2
Omvang en verhouding wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke functies
1.3
Aantallen en percentages mannen en vrouwen bij NWO-koepel

Naar boven 1.1 | Daling van het totale aantal medewerkers met 141 fte's

De omvang van het totale personeelsbestand van de werkgevers binnen de NWO-koepel daalde in 2007 met 141 fte's tot een totaal van 1991 fte's. Dat is een afname van 6,6%. De daling concentreerde zich bij FOM op een totaal van bijna 90 fte's (9,8%). De resterende afname van 51 fte's kwam bijna geheel voor rekening van NWO-werkgever, met – onder meer – een afname van 16,7 fte’s bij de instituten ASTRON (8,2%) en 16,1 fte’s bij SRON (8,1%).

Bij de afname was het aandeel wetenschappelijk personeel groter dan het aandeel niet-wetenschappelijk personeel. Totaal nam het wetenschappelijke personeel af met 79,1 fte's (7,9%). De afname van het niet-wetenschappelijke personeel betrof 61,85 fte's (5,5%). De afname van bijna 90 fte's bij FOM bestond uit 72 fte's aan wetenschappelijk personeel.

Ook telde de daling van het personeelsbestand binnen de NWO-koepel in 2007 naar verhouding iets meer vrouwen. Ten opzichte van 2006 daalde het totale aantal vrouwelijke medewerkers met 40,97 fte's. Daarmee kwam het percentage vrouwen binnen de NWO-koepel op 25,9% (in 2006 was dat 26,1%). De afname van 40,97 fte's vrouwelijke medewerkers bestond uit 24,45 fte's wetenschappelijk personeel en 16,52 fte's niet-wetenschappelijk personeel.

Tabel 1 geeft de aantallen medewerkers in dienst bij de werkgevers binnen de NWO-koepel in 2007, uitgedrukt in full-time equivalenten (fte's).

Uitgedrukt in aantallen medewerkers waren er op 31 december 2007 binnen de NWO-koepel 2159 medewerkers in dienst. Dat waren er 128 minder dan in 2006. Afgezet tegen de afname van 141 fte's roept het aantal van 128 vragen op. In de regel is de afname fte's immers kleiner dan de afname in aantallen medewerkers. Waarschijnlijke oorzaak van dit verschil is dat een aantal medewerkers in deeltijd is gaan werken en/of dat nieuw aangestelde medewerkers méér in deeltijd zijn gaan werken. De deeltijdcijfers over 2007 (zie Hoofdstuk 3) ondersteunen deze veronderstelling.

Tabel 2a geeft een overzicht van de aantallen medewerkers in dienst op 31 december 2007 vergeleken met de aantallen van 31 december 2006.

Naar boven 1.2 | Omvang en verhouding wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke functies

Het totale personeelsbestand van de werkgevers binnen de NWO-koepel op peildatum 31 december 2007 telde 927,57 fte's wetenschappelijke functies en 1063,48 fte's niet-wetenschappelijke functies. De wetenschappelijke functies vormden aldus een aandeel van 46,6%. In eerdere jaren lag dit percentage iets hoger, op 47,2% in 2006, 46,9% in 2005 en 47,9% in 2004.

Grafiek 1 toont de verdeling in fte's naar wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke functies en naar mannen en vrouwen in 2006 en 2007.

2007 telde binnen de NWO-koepel in totaal 418 oio's. Zij vormden daarmee een aandeel van 19,4% van het gehele personeelsbestand. In 2006 bedroeg dit percentage 20,8% en in 2005 21,6%. In 2006 waren er binnen de koepel van NWO 475 oio's. De afname met 57 oio's in 2007 (12%) kwam bijna geheel voor rekening van FOM (51 oio's).

Tabel 2b geeft een overzicht van de aantallen oio's in dienst bij de werkgevers binnen de NWO-koepel in 2006 en 2007.

Naar boven 1.3 | Aantallen en percentages mannen en vrouwen bij NWO-koepel

Algemeen
De vier werkgevers binnen de NWO-koepel kennen onderling flinke verschillen in de percentages mannelijke en vrouwelijke medewerkers. En ook binnen NWO-werkgever zijn de verschillen tussen de entiteiten groot. Berekend naar fte’s ligt het percentage vrouwelijke medewerkers binnen het totale personeelsbestand van NWO-koepel al een aantal jaren rond 25%.

Op peildatum 31 december 2007 werkten in totaal 1475,49 fte's mannen en 515,55 fte's vrouwen binnen de NWO-koepel. 25,9% van het totale personeelsbestand was dus vrouw. Van het wetenschappelijke personeel binnen de NWO-koepel was gemiddeld 17,7% vrouw, van het niet-wetenschappelijk personeel gemiddeld ruim 33%. In 2006 en 2005 lagen deze percentages voor het wetenschappelijke personeel iets hoger, op respectievelijk 18,7% en 18,4%. Het percentage vrouwelijke medewerkers in niet-wetenschappelijke functies lag in beide jaren op 32,7%.

Grafiek 2 toont de percentages fte's van het aandeel vrouwelijke medewerkers bij de werkgevers binnen de NWO-koepel in 2007, evenals naar wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke functies.

Bij FOM was in 2007 iets meer dan 18% van de medewerkers vrouw. Bij NWO-werkgever was dat aandeel 35,7%. Uitzondering op deze tamelijk bescheiden percentages vormen de bureaus van NWO en STW in Den Haag en Utrecht. Daar lag het percentage vrouwelijke medewerkers in 2007 op respectievelijk 58,3% en ruim 60%. Bij het ING was bijna 50% van de medewerkers vrouw (zie ook Tabel 1 en Bijlage 1 en Bijlage 2). Deze percentages zijn overigens in het gemiddelde percentage van NWO-werkgever meegenomen.

Functieverdeling
Wat betreft de functieverdeling vertoont het personeelsbestand van NWO-koepel een 'traditionele' man/vrouwverhouding. Ook in 2007 waren de vrouwen relatief het meest vertegenwoordigd in de ondersteunende functies.

In 2007 was het vrouwenaandeel (gerekend naar aantallen) voor de salarisgroepen in de schalen 0 tm 5 bijna 51%. Voor de schalen 6 tm 9 lag het vrouwenaandeel op 39,3% (1,5% hoger dan de 37,8% van 2006). Bij de medewerkers in de schalen 10 tm 12 kwam het vrouwenaandeel in 2007 uit op 24,7% (0,7% lager dan in 2006: 25,4%). Ook voor de schalen 13/14 lag het vrouwenaandeel in 2007 wat lager dan in 2006 (13,8% t.o.v. 14,1%). Het aandeel vrouwen in de salarisschalen 15/16 steeg, van 9,6% in 2006 naar 12,3% in 2007.

Bij de oio's lag het percentage vrouwelijke medewerkers in 2007 op 22,8% (in 2006 was dat 23,5%).

Grafiek 3a geeft voor 2007 de man/vrouwverdeling (in aantallen) binnen de NWO-koepel voor de verschillende salariscategorieën.

Grafiek 3b toont in diezelfde verdeling in 2006 en 2007 in procenten.

Leeftijd
Onder andere dankzij de oio's kent de NWO-koepel relatief veel jonge medewerkers. Toch schuift de leeftijd parallel aan de algemene vergrijzing langzaam op. Zo is het aantal medewerkers in de leeftijdscategorie 25-34 jaar tussen 2005 en 2007 naar verhouding afgenomen van 40,9% naar 37,9% en namen de percentages medewerkers in de leeftijdsgroepen 35-44 jaar en 60-64 jaar iets toe; respectievelijk van 20,5% naar 21,9% en van 5,6% naar 7,8%.

Vrouwen kwamen in 2007 naar verhouding voor in de leeftijdsgroep 35-44 jaar (33%). In de groep 45-54 jarigen was het vrouwenaandeel 29,6% en in de groep 25-34 jarigen 29%. Berekend naar aantallen medewerkers was het gemiddelde aandeel vrouwen in 2007 28,6%. Van de medewerkers ouder dan 60 jaar was 17,2% vrouw.

Grafiek 4 geeft de man/vrouwverdeling (in aantallen) binnen de NWO-koepel in de onderscheiden leeftijdscategorieën.