Nationale instituten

Nationale instituten

NWO financiert en beheert negen nationale onderzoeksinstituten. Dit zijn nationale expertisecentra op specifieke wetenschapsvelden, van astronomie tot zeeonderzoek. De NWO-instituten doen hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek en fungeren als krachtige nationale instrumenten in het wetenschapsbeleid. Ze maken het mogelijk wetenschapsvelden voor langere tijd te coördineren en het onderzoek daarin te vernieuwen.

De onderzoeksinstituten geven onderzoekers toegang tot internationale samenwerkingsverbanden en onderzoeksfaciliteiten en samen met bedrijven ontwikkelen ze innovatieve technologie. De instituten werken nauw samen met onderzoeksgroepen op universiteiten, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

NWO-institutenorganisatie

Vanaf 1 januari 2017 is de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) omgevormd tot de institutenorganisatie van NWO. Deze organisatie ondersteunt de voormalige FOM-insituten (AMOLF, ARCNL, DIFFER en Nikhef) en zal vanaf 1 januari 2018 ook de andere NWO-instituten gaan ondersteunen. De NWO-instituten NSCR, NIOZ, ASTRON, CWI en SRON fuseren per 1 januari 2018 met die institutenorganisatie.

De NWO-instituten


De instituten ontvangen gezamenlijk van NWO een basisfinanciering van ongeveer 80 miljoen euro per jaar. Daarnaast verwerven ze middelen in nationale en internationale competities en via partnerships.

NWO participeert ook in DANS (Data Archiving and Networked Services voor duurzame dataopslag), samen met de KNAW en in NLeSC (Netherlands eScience Center), samen met SURF (ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek). 

Centrumfunctie en nationale faciliteiten

De instituten van NWO zorgen voor focus en massa op een aantal specifieke, vaak interdisciplinaire, wetenschapsvelden. Zij fungeren als nationaal platform door hun vooraanstaande positie, het ontwikkelen en beschikbaar stellen van state-of-the-art faciliteiten en het huisvesten van verschillende nationale en internationale instellingen. Voorbeelden zijn het Platform Wiskunde Nederland bij het CWI en het Joint Institute for VLBI Europe bij ASTRON.


Verbonden met wetenschap en maatschappij

Instituten en universiteiten zijn nauw met elkaar verbonden via hun onderzoekssamenwerking. De verbindingen worden versterkt doordat onderzoekers van de instituten ook hoogleraar of docent aan een universiteit zijn, instituten fellowships beschikbaar stellen voor universitaire onderzoekers en universitaire onderzoekers gebruik maken van de faciliteiten van de instituten. Door hun internationale netwerk en door hun uitdagende onderzoek zijn de instituten een kweekvijver voor nieuw talent.

De NWO-instituten zullen in de komende jaren in hun onderzoeksagenda’s aansluiting zoeken bij de Nationale Wetenschapsagenda en de nationale strategie voor grootschalige wetenschappelijke onderzoeksinfrastructuur. Daarnaast versterken de instituten hun portaalfunctie voor internationaal onderzoek en bouwen ze de samenwerking met universiteiten en bedrijven verder uit.


Kennis ontwikkelen en delen

Instituten doen grensverleggend onderzoek. Hiermee leveren ze ook een bijdrage aan innovaties binnen de topsectoren en de Europese ‘Grand Challenges’. De instituten zoeken actief de samenwerking met maatschappelijke en private partijen, waarbij de kennis onder andere wordt doorgegeven via incubators en start-ups. NWO ondersteunt daarnaast het netwerk van Industrial Liaison Officers (ILO-net) van internationale Big Science faciliteiten, zoals CERN in Genève.

Onderzoekers van de NWO-instituten gaan vanaf 2015 hun onderzoeksresultaten zonder barrières toegankelijk maken. Daarnaast wordt voor hen een beleidskader datamanagement ontwikkeld volgens de principes van open data.


Dynamiek in de institutenportefeuille

Om de zes jaar houdt NWO via internationale evaluaties de missie en prestaties van de instituten opnieuw tegen het licht. Naast accentverschuivingen kunnen nieuwe onderzoekslijnen worden opgezet of instituten worden omgevormd. De eerstvolgende evaluatieronde van de instituten is in 2017 gepland.

NWO deelt de visie van het kabinet op een dynamisch institutenstelsel. Het ministerie van OCW vraagt NWO en KNAW hun instituten in onderlinge samenhang te evalueren op hun nationale functie en meerwaarde. In volgende evaluaties zal NWO daarom haar instituten ook vanuit dit perspectief evalueren om te bepalen of de instituutsportfolio nog past bij de nationale prioriteiten.  Ondertussen wordt een nieuw flexibeler financieringsmodel ontwikkeld dat na de volgende evaluatieronde ingaat. Bij de uitwerking van het nieuwe financieringsmodel wordt rekening gehouden met lange-termijnafspraken met de huidige NWO-instituten.