Dubbel kwetsbaar

Case

Dubbel kwetsbaar

Op zoek naar wat migranten kwetsbaar maakt

Lorraine Nencel onderzoekt de kwetsbaarheid van migranten die in de seksindustrie werken. 'Dubbel kwetsbaar', noemt zij deze groep. Dat is dan ook de titel van haar project binnen het nieuwe NWO-programma over migratie.

Het is niet niks om alles achter je te laten en in het buitenland te gaan werken. Een nieuwe taal, andere mensen, andere gewoonten, andere regels. Veel migranten ervaren dat aan den lijve: ze moeten meer dan gemiddeld moeite doen om erbij te horen. Ze krijgen, vaker dan niet-migranten, te maken met sociale uitsluiting, uitbuiting, conflicten en zelfs geweld. Dat probleem speelt over de hele wereld – en dus ook in Nederland. ‘Migranten zijn daarnaast nog eens extra kwetsbaar als zij in de seksindustrie werken’, vertelt antropologe Lorraine Nencel van de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Sekswerk speelt zich vaak geheel of gedeeltelijk af in de illegaliteit. Dat brengt allerlei risico’s met zich mee. Plus natuurlijk de vooroordelen en stigmatisering waar deze mensen dagelijks mee te maken hebben.’

Wist u dat? Het NWO-programma Migration, Development and Conflict is een samenwerking tussen WOTRO Science for Global Development en NWO Maatschappij en Gedragswetenschappen. Het programma brengt verschillen en overeenkomsten tussen Nederland, Zuid-Afrika en India in kaart.

Nencel deed jarenlang onderzoek naar sekswerkers in Peru. Nu verlegt zij haar focus naar Nederland en Zuid-Afrika. Samen met haar Zuid-Afrikaanse collega Jo Vaerey van het African Centre for Migration and Society start zij binnenkort een onderzoeksproject binnen het nieuwe migratieprogramma van NWO. ‘Daarbij kijken we naar de omstandigheden voor migrantensekswerkers (MSW's) in Zuid-Afrika en in Nederland’, vertelt Nencel. ‘De achtergronden in die twee landen zijn natuurlijk heel verschillend, maar toch denken we dat beide landen veel van elkaar kunnen leren.’


Ten eerste is de seksindustrie in Nederland legaal en in Zuid-Afrika geheel illegaal. De onderzoekers willen bestuderen hoe die verschillende beleidsregimes, zowel nationaal als regionaal, de mogelijkheden van MSW’s beperken of juist vergroten. ‘Ik kan me voorstellen dat Zuid-Afrikaanse betrokkenen veel kunnen leren van de Nederlandse situatie: van de legalisering en de fouten die daarbij zijn gemaakt’, zegt Nencel. ‘Maar er zitten ook lastige kanten aan die legaliteit. Seksindustrie is namelijk nauw verbonden met vrouwenhandel, maar mijn collega’s en ik willen MSW’s en vrouwenhandel graag nadrukkelijk los van elkaar zien. En de mogelijk verplichte registratie van sekswerkers in Nederland dwingt sommige MSW’s de illegaliteit in, zelfs als zij een verblijfsvergunning hebben.’

Nederland en Zuid-Afrika kunnen nog veel van elkaar leren

Netwerken

Maar Nederland kan op zijn beurt ook veel van Zuid-Afrika leren. Nencel: ‘Veel zaken zijn daar informeel geregeld en niet formeel, zoals hier. NGO’s die zich bijvoorbeeld richten op seksuele gezondheid, weten precies hoe zij zich binnen die informele netwerken kunnen bewegen. Ze weten goed hoe ze de mensen kunnen bereiken die in de illegaliteit werken. Daar kunnen Nederlandse NGO’s een voorbeeld aan nemen.’ Samen met haar Zuid-Afrikaanse collega’s gaat Nencel uitgebreide interviews afnemen bij MSW’s in beide landen. Daaruit hoopt ze te kunnen concluderen hoe bijvoorbeeld beleid en wetgeving hun weerslag hebben op zaken als sociale in- en uitsluiting, seksuele gezondheid en geweld.

Maar ook op de mate waarin mensen verbondenheid ervaren tussen hun thuisland en de plek waar ze nu werken – en een feeling of belonging in hun nieuwe omgeving. ‘Daar is onder MSW’s nog nauwelijks onderzoek naar gedaan’, zegt Nencel. ‘Er zitten interessante aspecten aan: het gaat om vrouwen die in principe zelf voor dit werk hebben gekozen. En ook al is er vaak sprake van een uitbuitingssituatie, wij benaderen die vrouwen als mensen die zelf beslissingen nemen. We zien ze éérst en vooral als migranten, met dezelfde onzekerheden en kwetsbaarheden als andere migranten.’

Noord-Zuid

Er zijn, naast de wetgeving, meer verschillen tussen de twee landen. In Nederland komen de MSW’s bijvoorbeeld van over de grens, met name uit Oost-Europa, terwijl het in Zuid-Afrika ook vaak gaat om een trek van het platteland naar de stad. En in Nederland zijn sekswerkersorganisaties veelal gescheiden van migrantenorganisaties, terwijl dat in Zuid-Afrika niet zo is.

‘Dat maakt bepaalde zaken in Nederland juist weer ingewikkelder’, zegt Nencel. En dan is er natuurlijk een sociaaleconomisch verschil tussen Nederland en Zuid-Afrika. ‘Ja, er is zeker een Noord-Zuidcomponent in ons onderzoek’, zegt Nencel. ‘Al met al zijn het heel veel verschillende factoren die we in kaart willen brengen, en waar we verbanden tussen willen leggen. Een enorme uitdaging. Maar vooral een interessante uitdaging.’

Dit is een artikel uit Hypothese nr. 4 december 2012